*

 
dossier

Archief

Een schimmel voor het eigen geloofskarretje

Jan de Bas − 04/12/00, 00:00

Protestanten hadden vroeger moeite met het Sint-Nicolaasfeest. Bijbels was dat feest zeker niet en men vereerde een mens. Bij de meeste hervormden, gereformeerden, lutheranen leeft dat probleem niet meer. Sint siert de voorpagina van de NCRV-Gids en op protestants-christelijke scholen wordt Sint met egards ontvangen. En in evangelische kring? Daar hebben ze immers weinig op met gebruiken die zijn terug te voeren op katholieke tradities.

Evangelischen, een bonte schare opwekkingsgroeperingen en parakerkelijke organisaties, delen conservatieve opvattingen over leefregels en over onfeilbaarheid van de Bijbel. Binnen deze kringen bestaat weinig ruimte voor 'wereldgelijkvormige' zaken. Mag Sinterklaas? Die heeft immers niet alleen een roomse, maar ook nog eens een heidense oorsprong, omdat lijnen uit de Germaanse midwintercultus rond Wodan in het feest zijn doorgetrokken.

Zo groot is de wereldmijding nu ook weer niet, dat ze Sint buiten de deur zouden houden. Hij is present, ook in hun bladen. Over de heidense wortels wordt niets gemeld, wat kan wijzen op een gering historisch besef.

Als Sint ergens opdraaft gebeurt dat niet altijd in positieve zin. Hij wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met geldverspilling, een zonde in evangelische ogen. Hij vervult een functie in de gezinscultuur, die zo kenmerkend is voor de evangelischen. Gouden schoven, maandblad voor het hele gezin ter bevordering van de christelijke getuigenis, erkent in zijn decembernummer van 1988 het feest zelfs 'als hoogtepunt van het jaar', maar het haast zich te melden dat de commercie het feest bedreigt. Ook Visie, het blad van de EO, waardeert het familiefeest met de restrictie dat er ook aan eenzamen zonder familie moet worden gedacht.

Naastenliefde is het derde dat de omgang van de evangelischen met Sinterklaas kenmerkt. Het (progressieve) evangelische maandblad Reveil zette in 1981 enkele zaken op een rij, wat het 'schuldgevoel zal hebben aangewakkerd: "Gigantische bedragen worden aan speelgoed besteed. In december plegen ongeveer 120 mensen zelfmoord. Op korte afstand van onze wintersportcentra liggen ook in december de ontwikkelingslanden."

Een jaar later schreef de toenmalige EO-voorzitter, L. Dorenbos: "Het is zo eenvoudig om een gast aan uw tafel te vragen, een pakje af te geven bij een eenzame buurvrouw, om de telefoon op te pakken en iemand te bellen die al zolang niet gebeld is."

In december 1980 voerde Tear Fund – de evangelische variant van de Novib, een agressieve campagne om christenen te bewegen aan de verre naaste te geven: "Help! December, de maand met originele pakjes, stomvervelend rijmwerk, oergezellige kitsch, honderden clichés! Tear Fund vraagt simpel: help!"

In 1995 hield de EO een actie voor arme kinderen in India. De lezers van het omroepblad moesten 'stripbijbels' voor India sponsoren.

Sint biedt de evangelische gelovigen kennelijk een goede kans de onbekeerde naaste in contact te brengen met het Evangelie, het vierde kenmerk van hun omgang met het feest: Uitdaging, de Nederlandse uitgave van Campus Crusade for Christ, verwoordde het in 1977 met de slogan 'verspreid zegen in kadotijd' – Sinterklaas als medium tot herkerstening van de samenleving.

De al genoemde Bert Dorenbos lanceerde in 1987 zijn gedicht Saint Rainbow, om de wereld te overtuigen van de noodzaak van een andere levenswijze. Hij stuurde het naar het Nederlands parlement. Doel was vooral om met de grote kindervriend paal en perk te stellen aan de groei en uitwassen van kinderporno. Meer conform de geluiden uit de samenleving zijn de reserves die evangelischen koesteren tegen de commercialisering van het 5 decemberfesfijn. Dit is het vijfde aspect van de receptie van het feest bij deze groep protestanten.

In Visie komt Dorenbos' naam opvallend veel voor als het over Sinterklaas gaat, "een eet- en feestpartij die de mensen een oppervlakkig religieus gevoel geeft". Bovendien dwarsboomt Sinterklaas volgens veel evangelischen de aanloop tot het 'ware feest', Kerstmis. Dat is het zesde dat opvalt in de wijze waarop evangelischen met het decemberfeest omgaan.

Dit geluid valt overigens ook op niet als 'evangelisch' te kwalificeren protestantse basisscholen te horen. Op deze scholen trekt de hectiek rond beide feesten een organisatorische wissel op groepsleerkrachten en moeten zij hun uiterste best doen om de identiteit van de feesten te garanderen.

Geen wereldmijding dus onder evangelischen bij het feest van Sinterklaas. De viering wordt zelfs gebruikt om er eigen preoccupaties mee vorm te geven en eigen doelstellingen mee te verwezenlijken. Sint blijkt een heus wapen in de strijd tegen de zondige wereld. Deze inpassing van het feest binnen de evangelische subcultuur verbaast vanwege zijn roomse en heidense wortels. Reflectie daarop is er slechts zeer incidenteel. Zo meldt Visie in 1988: "Door de christenen werd Nicolaas vroeger vereerd als een heilige, vandaar het woordje Sint. Sinds de zestiende eeuw vinden heel veel mensen, de protestanten dat grote onzin. We moeten geen mensen, maar alleen God vereren."

Wat ten ene mare ontbreekt is een evangelisch vermaan tegen oorlogsspeelgoed, terwijl de eerste christenen toch zo heftige debatteerden over het bezit van wapens. Evenmin kom je in de bestudeerde evangelische organen een theologisch-pedagogisch getinte discussie tegen over de relatie tussen het beeld dat kinderen van God hebben en hun geloof in Sinterklaas. Het verlies aan sinterklaasgeloof bezit voor de evangelischen blijkbaar geen verband met het geloof in God. Logisch is dat niet. Bij andere orthodoxe protestanten gebeurt dat wel.

Over het geheel genomen krijgt Sinterklaas van de evangelischen minder aandacht dan van andere protestantse organen. Op de omslag van EO's Visie zie je hem nooit, bij de NCRV elk jaar. Eenzelfde verschil valt op bij een vergelijk van de jongerenbladen.

Kortom: evangelischen spannen de goedheiligman voor hun geloofskarretje als het hun uitkomt, maar voor hen bestaat er slechts één 'echt' decemberfeest. En te veel aandacht voor het een zal de aandacht voor het ene feest zal wellicht de aandacht van de gelovige van de ware bedoelingen van het kerstfeest afhouden.

Evangelischen belijden graag dat zij in de wereld zijn maar niet van de wereld. Dat geldt ook voor hun Sinterklaas: het feest bezit in hun ogen in relatie tot kerstmis een stille verleiding. Die zorg verwoordde Visie al eens treffend in zijn kinderhoekje: "Natuurlijk geloof je niet in Sinterklaas."

mailIcon print |