Wat een bof, om zomaar een revolutie mee te maken. Al gaat zo'n opzienbarend verschijnsel aanzienlijk langzamer en rustiger dan uit de geschiedenisboeken blijkt. Want revolutie of niet, het gewone leven gaat zijn gangetje. Politici wenden zich in bochten, schaatsers draaien hun rondjes, het rad van het lot wentelt door. Het kan niet anders of dat moet tijdens de totnutoe bekende revoluties ook het geval zijn geweest. Neem een willekeurige Engelse boerin rond het jaar 1750. Zal zij iedere avond na het opbergen van de dorsvlegels haar man gezegd hebben hoe bijzonder het is om de agrarische revolutie mee te maken? Zal ze gapend gevraagd hebben wanneer het nu eens afgelopen is met die grote veranderingen, en alles weer gewoon en rustig wordt? Hoogstens lag ze 's nachts wakker van zorgen over teveel of te weinig regen.
Iedereen die vandaag achter een beeldscherm zit, een mailtje verstuurt of per internet een bibliotheek bezoekt, kan die Engelse boerin een hand geven. Een revolutie went snel, hoogstens verandert de aard van de dagelijkse zorgen wat. Eigenlijk heb je niet in de gaten hoe je ongemerkt meegaat, zelfs als die revolutie de 'telecommunicatieve' is, die direct na de 'industriƫle' komt en die strikt genomen ook al weer een halve eeuw duurt, want toen stond hier en daar al een computer, zij het dat het nog bakbeesten waren. In agenda's en dagboeken heeft de telecommunicatieve revolutie vermoedelijk weinig sporen achtergelaten. Vele ooggetuigen van de omwenteling hebben ooit hun laatste carbonpapier gekocht, hun laatste flesje Typp-Ex, hebben hun bakelieten telefoontoestel met draaischijf de deur uit gedaan. Maar er zullen er niet veel zijn die dat voor het nageslacht hebben vastgelegd, of voor de geschiedschrijvers van later, om heel precies te kunnen dateren wanneer de volgende fase van het electronische tijdperk begon.
Zo gaat het prachtigste materiaal verloren. Wie heeft nog een cassettebandje van de radioprogramma's uit het midden van de jaren tachtig waarbij computerprogramma's, bijvoorbeeld voor een schaakcomputer (allemaal weggegooid zeker), in de vorm van digitale codes via de radio werden verstuurd. Het was een vreselijk geluid, een intens gezoem en geknor, maar de computer van toen begreep het en de baasjes van die computers zaten met rode oren te luisteren naar die geheimtaal.
Maar later, als er weer een volgende revolutie geweest is en iedereen gapend de jaartallen en kenmerken van die van nu leert, zal niemand zich dat meer kunnen voorstellen. En de geschiedschrijver die een flesje taai wit spul op een zolder vindt, moet misschien wel lang zoeken voor duidelijk wordt wat dat is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.