*

 
dossier

Archief

Van Zuijlen laat wel degelijk een leegte na

HANS GOSLINGA − 02/09/00, 00:00

Marjet van Zuijlen nam deze week na zes jaar tussentijds afscheid van de Tweede Kamer. Ze gaat als consultant werken bij een bedrijf. In haar afscheidsbrief schreef ze dat het haar moeilijk viel het waarom van haar vertrek te beantwoorden. Ze noemde enkele vage, maar strikt particuliere motieven, zoals persoonlijke onrust, leergierigheid, nieuwsgierigheid en de wil onafhankelijk te blijven. Daarmee toonde ze op de valreep nog een keer aan waarom zij het zinnebeeld is geworden van het postmoderne kamerlid, dat vooral voor zichzelf staat.

Volgens een oude regel van staatkundige integriteit mag van een volksvertegenwoordiger bij tussentijds vertrek een uitvoerige verantwoording worden verwacht. Dat geldt al bij een overstap naar een ander openbaar ambt, dus zeker bij vertrek naar het bedrijfsleven. Van Zuijlen gaf zich daarvan maar beperkt rekenschap door aan te kondigen dat zij ook in haar nieuwe functie het publieke belang zal blijven dienen. Tegen zoveel lenigheid van geest is geen staatkundig kruid gewassen. Het verschil is natuurlijk dat ze in haar nieuwe baan voor haar prestaties vooral verantwoording zal moeten afleggen aan haar superieuren, voor wie bedrijfsbelang en publiek belang vermoedelijk niet steeds zullen samenvallen.

Toch moeten we Van Zuylen niet al te hard vallen. Vanuit de postmoderne optiek, die een rangorde in waarden ontkent, is het logisch het kamerlidmaatschap te zien als een gewone baan, niet als een bijzonder, laat staan een hoog ambt. Dat kunnen we vervelend vinden of niet, maar Van Zuylen is niet de enige die het bestaan in de politiek tot vergaande lichtheid terugbrengt. Misschien gebiedt ook de praktijk van ons politieke bestel te erkennen dat de band tussen kiezers en gekozene een fictie is, omdat de meeste volksvertegenwoordigers als anonymi binnenkomen op de slippen van de gekende en gevierde lijsttrekker. Als die band ontbreekt, kan bezwaarlijk worden gesproken van kiezersbedrog, zoals dikwijls gebeurt als kamerleden er voortijdig de brui aan geven, en is er zelfs geen dwingende noodzaak tegenover de kiezers verantwoording af te leggen. Hooguit rest nog een verantwoording tegenover de partij, die de man of vrouw haar vertrouwen heeft geschonken, maar ook dat is voor discussie vatbaar.

Bart Tromp, de luis in de pels van de PvdA, omschreef zijn partij onlangs als een 'uitzendbureau voor kamerleden en een reclamebureau voor Wim Kok'. Dat is minder overdreven dan het klinkt. Niet alleen de PvdA, maar ook andere partijen werven veel kandidaten via advertenties. Vervolgens selecteert een commissie de sollicitanten op basis van deskundigheid en communicatieve vaardigheden, niet op basis van het aantal vergader- of folderuren, zoals in de oude tijd. Dan is het niet zo vreemd dat de vertegenwoordigers zich als professionele ingehuurde krachten gaan beschouwen en hun werk als een vermoedelijk interessante, maar verder gewone baan, die kan worden opgezegd als de carrière daar om vraagt.

We moeten dus oppassen Marjet van Zuijlen bestraffend of zelfs vermanend toe te spreken, omdat dan licht het mene-tekel dat zij met haar vertrek op de muur schrijft, over het hoofd wordt gezien. Het CDA analyseerde zes jaar geleden dat een belangrijke oorzaak van het electorale monsterverlies de vervreemding was tussen de politici in Den Haag en de mensen in het land. Het lijdt geen twijfel dat die vervreemding zal groeien als politici niet eens de moeite meer nemen zich tegenover de kiezers te verantwoorden of met regels te schermen die in het Haagse huis een zekere geldigheid hebben, maar daarbuiten toch slecht worden begrepen.

Jacques Wallage, tweede man van de PvdA, vertrok twee jaar geleden vrijwel direct na de verkiezingen uit de Kamer om burgemeester van Groningen te worden. Tegenover de 30000 kiezers die een voorkeursstem op hem hadden uitgebracht, verklaarde hij dat zij erop konden rekenen dat hij hun gedachtegoed zou blijven uitdragen. Toe maar! Verder voerde hij aan dat hij niet directeur van Sjakie's chocoladefabriek werd, maar in een publieke functie bleef werken. Dat mag zo zijn, het neemt niet weg dat zijn kiezers zich misschien niet zozeer bedrogen voelden, als wel op het verkeerde been gezet. Bolkestein, de eerste man van de VVD, flikte tegenover zijn kiezers hetzelfde door na de formatie naar de Europese commissie te verkassen.

De pest van dit soort sprongen is dat de kiezers toch niet echt serieus worden genomen, de integriteit van de politiek schaden en bijdragen aan de leegte tussen de Haagse elite en het volk. Het is daarom nog niet zo slecht herinvoering van (een vorm van) het districtenstelsel te overwegen. Niet dat we daar alle heil van moeten verwachten, maar zo'n wijze van verkiezing schept wel een zeer directe band tussen het volk en zijn vertegenwoordigers.

mailIcon print |