*

 
dossier

Archief

Op supersnelle Bach kun je niet dansen

door Peter van der Lint − 08/02/00, 00:00

Het Bachjaar. Concerten, cd's, biografieën, balletten, toneelstukken, tentoonstellingen en curiosa - 250 jaar na zijn dood wordt de componist der componisten alom geëerd en geprezen. Aflevering 5 van een wekelijkse rubriek over alles wat met Bach te maken heeft: dirigent Riccardo Chailly.

Het is een van de opvallendste naambordjes in het Amsterdamse Concertgebouw. In gouden letters staat Bachs naam boven de deuren van waarachter dirigenten en solisten tevoorschijn komen om de grote trap naar het podium af te dalen. Maar de eigenlijke bespeler van het Concertgebouw, het Koninklijk Concertgebouworkest, heeft nu nog maar zelden de muziek van Bach op de lessenaars staan.

Riccardo Chailly, chef-dirigent van het KCO, wil daar verandering in brengen. Vorig seizoen verraste hij vriend en vijand met een eigenzinnige interpretatie van de 'Mattheüs-Passion' en een paar maanden geleden liet hij het orkest Bachs eerste orkestsuite spelen. Het was meer dan veertig jaar geleden dat het orkest die muziek speelde.

Deze maand is Chailly met het orkest op een grote tournee naar de Verenigde Staten en Japan. Mee in de koffers ging orkestmuziek van Bach in de bewerking van Gustav Mahler, waarschijnlijk vanwege de slechte ontvangst van de originele versie van de eerste suite in Amsterdam. De kritiek op zijn interpretatie (saai en oninteressant waren een paar kernwoorden daaruit - ook in deze krant) heeft Chailly verbaasd. ,,Ik vond dat we deze suite van Bach radicaler hebben aangepakt dan de 'Mattheüs', nog meer op een barokke manier. Ik wil de komende seizoenen zeker alle vier orkestsuites van Bach spelen, maar ik denk dat onze aanpak tijd nodig heeft om te bezinken. Iedere nieuwe interpretatie moet de tijd krijgen; je kunt nooit je eigen wensen in één keer realiseren.'

,,Uiteraard probeer ik mij goed op de hoogte te houden van de nieuwe ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk van dit soort muziek, maar ik ben het absoluut niet eens met die hoge snelheden waarmee men tegenwoordig Bach speelt. Deze suites zijn samengesteld uit amusementsmuziek; je moet er als het ware op kunnen dansen. In sommige van die supersnelle tempi is dat onmogelijk.'

,,Vanwege de traditie hier met de Bach-Passionen vind ik het van groot belang dat wij zijn andere muziek ook spelen. Kes en Mengelberg, de eerste dirigenten hier, dirigeerden die muziek vaak en met een heerlijke nonchalance. Met de opkomst van de barokorkesten werd Bachs muziek door normale symfonieorkesten nauwelijks meer gespeeld.'

En andere barokmuziek, die van Hündel bijvoorbeeld, wiens naambordje boven de deur naar de andere grote trap in het Concertgebouw hangt? ,,Ik heb nog nooit één noot Hündel gedirigeerd, wat natuurlijk vreemd is. Ik heb wel zijn partituren bestudeerd, de 'Messiah' en 'Judas Maccabeus' bijvoorbeeld, maar ik voel een grote afstand tot zijn muziek. Het zal wel een afwijking in mijn chromosomen-opbouw zijn. Maar Vivaldi bijvoorbeeld. Diens muziek zou ik morgen zo kunnen dirigeren. In mijn studententijd heb ik heel veel Vivaldi gedaan. Zijn oratorium 'Juditha Triumphans' is een meesterwerk, maar ik zal dat hier niet zo gauw dirigeren. We moeten heel voorzichtig zijn en vanuit een traditie werken. Die traditie is er op barokgebied vooral met Bach en die link met het verleden wil ik zo goed mogelijk oppakken.'

Naast Mahlers bewerking van de Bach-suites heeft Chailly een grote bewondering voor de orkestratie die Webern van een ricercare van Bach maakte. De orkestratie die Schönberg maakte van een orgelwerk van Bach kan zijn bekoring niet wegdragen. Chailly repeteerde het stuk wel met het orkest maar vond het te zwaar georkestreerd en gedateerd. Nu is hij juist erg bezig met werken van Bach die gebaseerd zijn op composities van zijn tijdgenoten. ,,Zo zette Bach het beroemde 'Stabat Mater' van Pergolesi op de tekst van psalm 51 en paste hij de muziek aan de tekst aan. Maar Bach bestudeerde en bewerkte ook muziek van Vivaldi en Marcello, componisten voor wie hij grote bewondering had. Ik verbaas me erover dat Bach daar in zijn drukke bestaan nog de tijd voor heeft gehad.'

De psalm 51-zetting wil Chailly dirigeren in Milaan, waar hij chef is van het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi. Daar zal hij dit jaar wederom de 'Mattheüs-Passion' doen. In Amsterdam slaat hij een jaartje over, maar hij is blij dat Nikolaus Harnoncourt hier de 'Johannes-Passion' brengt. ,,Het zal een interessante afwisseling worden, maar het belangrijkste is dat we de Passion-traditie in Amsterdam gaande houden.'

mailIcon print |