De kwestie is al bijna zeventig jaar oud: wie heeft in de nacht van 27 op 28 februari 1933 de Rijksdag in Berlijn in brand gestoken?
Opereerde de Nederlandse communist Marinus van der Lubbe op z'n eentje? Kreeg hij hulp? Of hebben de nazi's de brand in scène gezet?
Drie Duitse historici hebben de discussie een nieuwe impuls gegeven. Zij betwijfelen ernstig of de 24-jarige Marinus van der Lubbe, die in januari 1934 na een proces van drie maanden werd onthoofd, de enige dader was zoals de nazi's steeds hebben beweerd. Na de oorlog heeft een stoet van gerenommeerde geschiedkundigen deze zogeheten 'één-dader-theorie' onderschreven.
De drie experts -Schmüdeke, Bahar en Kugel- hebben inzage gehad in de processtukken en onderzoeksrapporten van politie en justitie. Het Rode Leger had deze documenten in 1945 meegenomen naar Moskou. Na de Wende kwamen ze terug in Duitsland.
Volgens de historici geven deze stukken aan dat de 'één-dader-theorie' op een aantal punten mank gaat. Anders dan de nazi's voortdurend gezegd hebben, had Van der Lubbe (die enkele uren na de brand al werd opgepakt) geen logisch en doortimmerd verhaal waaruit zijn schuld zou moeten blijken. Uit de verslagen van zijn verhoren komt juist naar voren dat hij zichzelf op belangrijke onderdelen voortdurend tegensprak. Zo kwam hij steeds met een ander verhaal over de route die hij die nacht door het Rijksdagsgebouw zou hebben gelopen. De nazi's verdoezelden deze tegenstrijdigheden, zij waren er van meet af aan op uit een communist voor de brand te laten opdraaien. Ze manipuleerden de verklaringen van Van der Lubbe en enkele getuigen zo dat er maar één conclusie mogelijk was: de Nederlander had het gedaan. ,,Gezien al deze ongerijmdheden is de hoofdpijler van het bewijs voor de theorie dat Van der Lubbe zonder hulp heeft geopereerd niet solide'', concluderen de drie historici.
Verder hebben brandexperts destijds unaniem vastgesteld dat de enorme brand in de plenaire zaal niet door één persoon aangestoken kon zijn. In een tijdsbestek van nog geen vijftien minuten waren er op talrijke plaatsen, op twee verdiepingen, brandhaarden gelegd en aangestoken. Dat is voor één man ondoenlijk. Er moeten dus meerdere daders geweest zijn.
Mogelijk is er ook eerst een zelfontbrandbaar spulletje in de zaal gestrooid, bijvoorbeeld een fosfor-oplossing. Daar had -en dat is op z'n minst opmerkelijk- de SA ervaring mee. Twee cruciale getuigen, die daarover meer hadden kunnen vertellen, zijn destijds vermoord nog voordat hun verklaringen waren opgetekend.
Met de verwijzing naar de SA hinten de drie historici op mogelijke betrokkenheid van de nazi's, die de brand aangrepen om, een maand nadat Adolf Hitler aan de macht was gekomen, de wetten en burgerrechten opzij te zetten, politieke tegenstanders te vervolgen en hun dictatuur te vestigen. Het is lang niet uitgesloten dat ze het vuur zelf hebben aangestoken om hun doelen te bereiken.
De geschiedkundigen, die hun bevindingen hebben toegelicht aan het dagblad Die Welt, zijn uiterst fel over collega's die de afgelopen decennia hebben geconcludeerd dat Van der Lubbe inderdaad de enige dader was. Zij volgden klakkeloos een rapport uit 1949, opgesteld door een commissie waarin enkele ex-nazi's zaten. Die hadden er alle belang bij de manipulaties bij het proces tegen de Nederlandse metselaar te verdoezelen.
De aangevallen collega's zullen de beschuldigingen zo goed als zeker niet onweersproken laten.
Die Welt, die gisteren een volle pagina uittrok voor het nieuwe rapport, voorspelt dan ook dat de conclusies van Schmüdeke, Bahar en Kugel tot een nieuwe Historikerstreit in Duitsland zullen leiden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.