De vondst van verroeste vaten is reden voor nader bodemonderzoek van de Strijkviertelplas bij Utrecht.
De recreatieplas ligt tegen Leidsche Rijn aan, de grootste woningbouwlocatie van Nederland. Voor de 90000 bewoners van het nieuwe stadsdeel van Utrecht moet de plas zwemmogelijkheden bieden. De gemeente Utrecht wil dan ook ,,uitsluiten dat er meer aan de hand is dan nu is vastgesteld'', aldus woordvoerster M. Matze gisteren. De plas is ontstaan door zandwinning en tussen 1968 en 1986 deels gedempt met grond, slib en bouw- en sloopafval. Het zwemwater voldoet aan de wettelijke normen. Recreanten lopen in en om de plas geen risico, was de conclusie van een onderzoek in 1993.
Aan de noordkant zijn in een moerasgebiedje recent zeven vaten gevonden. Onderzoek wees uit dat één vat lichtverontreinigd materiaal bevat en de bodem ter plaatse verontreinigd is met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak's) en nikkel. Omdat die stoffen niet in het grondwater zijn gevonden, gaan gemeente, provincie, recreatie- en waterschap ervan uit ,,dat het om een verontreiniging van zeer beperkte omvang gaat''. Nader onderzoek moet uitwijzen of die veronderstelling juist is en of de sanering van de plas nog voldoet aan de huidige, strengere milieunormen.
Bewoners zien al overeenkomsten met het debacle rond de Nedereindse Plas (Put van Weber) tussen Nieuwegein en IJsselstein. De provincie zag zich anderhalf jaar geleden genoopt zwemmen in deze plas te verbieden ondanks het schone zwemwater. De bodem van deze voormalige stort zit zo vol bouwafval dat zwemmen en duiken niet verantwoord is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.