Een pittig vleesgerecht uit Maleisië. De bereidingswijze is anders dan anders. Het vlees wordt eerst heel zachtjes gaar gestoofd en daarna gebakken.
Benodigdheden voor vier personen:
1 kilo runderlappen,
250 gram sjalotjes,
6 teentjes knoflook,
gedroogde rode pepers,
stukje gemberwortel (3 cm),
stukje laoswortel (3 cm),
2 uien,
4 teentjes knoflook,
6 eetlepels ketjap manis (zoet),
1 eetlepel citroensap,
1 kaneelstokje,
1 theelepel zout,
4 eetlepels olie.
Het vlees in flinke dobbelstenen snijden. Leg het vlees in een pan, voeg water toe en zorg dat het vlees net onder staat.
Breng het aan de kook, leg een deksel op de pan en laat het vlees in ongeveer twee uur zacht en gaar worden.
Ondertussen in een keukenmachine de sjalotjes, knoflook, rode pepers, gemberwortel en laos tot een pasta pureren. De uien en knoflook klein snijden.
Na een uur of twee het vlees in een vergiet uit laten lekken. Vang de bouillon op, want die wordt later weer gebruikt. Schep het vlees door het gepureerde kruidenmengsel. Roer er nu de ketjap manis door.
Verhit de olie in een wok. Roerbak ui en knoflook lichtbruin. Het kaneelstokje even meefruiten. Voeg nu het vlees toe en bak dit al roerend mee. Nu een kwart liter bouillon en een eetlepel citroensap toevoegen en goed doorroeren.
Roerbak het vlees tot al het vocht verdampt is. Het zout erbij doen en nogmaals goed omscheppen. Verwijder het kaneelstokje en doe het gerecht over in een schaal.
Geef bij dit gerecht witte rijst en roergebakken broccoli met taugé. Omdat taugé maar heel kort gebakken hoeft te worden, kunt u de broccoli eerst blancheren en daarna kort meebakken.
Breng de groenten op smaak met wat sojasaus, sesamolie en versgemalen peper.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.