*

 
dossier

Archief

Stelling: Iedereen moet gratis toegang hebben tot internet

Dries Boele − 04/02/00, 00:00

Trouw houdt, in samenwerking met internetprovider De Digitale Stad, een debatwedstrijd op internet. Elke twee weken staat een andere stelling centraal, waarbij de deelnemers van te voren opgedragen krijgen of zij argumenten voor of tegen die stelling moeten aandragen. De mening die de deelnemers in het debat weergeven, is dus niet steeds gelijk aan hun persoonlijke visie. De afgelopen weken discussieerden de deelnemers over de vraag of de toegang tot internet gratis moet zijn. Hierbij gaat een bekort verslag van een van de discussies. Vandaag wordt een nieuwe stelling gelanceerd: ,,De politie moet de hoofddoek en de tulband opnemen in hun kledinglijn'. Voor meer informatie:

Lezers van Trouw krijgen gratis toegang tot internet. De krant meent daarmee de lezers een dienst te bewijzen. Wat Trouw doet voor haar lezers, zou de Nederlandse overheid moeten doen voor haar onderdanen, maar dan met andere middelen en vanuit een andere verantwoordelijkheid. Het is in het belang van de toekomst van Nederland dat Nederlandse staatsburgers gratis toegang tot het net hebben.

Een goede bekende van mij zit in de WAO. Al enige tijd. Zijn inkomen is laag. Hij wil weer aan de slag, al zal dat niet hele dagen kunnen, vanwege zijn ziekte. Hij zou graag internet willen benutten voor zijn verdere ontwikkeling en om te onderzoeken wat zijn mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld voor werk. Hij wil zich echter niet wagen aan een internetaansluiting, bang dat hij anders helemaal niet meer uitkomt met zijn beperkte budget, vanwege een fiks hogere telefoonrekening.

Voor velen zijn de telefoonkosten geen probleem. Voor hen is het dan ook niet nodig om de toegang tot internet gratis te maken. Er is echter ook een deel van de samenleving dat weinig te besteden heeft. Men wil misschien wel op internet, maar men zal ervoor kiezen om zijn geld ergens anders aan uit te geven. De achterstand die deze mensen in de samenleving reeds hebben, zal hierdoor nog toenemen. Vooral omdat de nieuwe informatie- en communicatietechnologie (ICT) steeds belangrijker zal worden. Alleen al om iets aan deze achterstand te doen zou het goed zijn dat de toegang tot internet gratis wordt.

Iedereen is het erover eens dat ontwikkelingen in de ICT grote veranderingen teweeg zullen brengen op sociaal, cultureel en economisch gebied. Iemand die deze ontwikkelingen grondig heeft bestudeerd is de Spaanse socioloog Manuel Castells. Hij schreef een wetenschappelijke trilogie over de gevolgen van het informatietijdperk, 'The information age', die door velen wordt beschouwd als een klassieker. Volgens Castells stevenen we af op een 'netwerkmaatschappij'. ,,De technologie maakte de opkomst mogelijk van wereldwijde netwerken, waarin individuen, bedrijven en instellingen met elkaar verbonden zijn.'

Ook op kleinere schaal is het ontstaan van netwerken merkbaar. Ik communiceer de laatste tijd het meest met collega's en klanten via internet. Met mensen zonder e-mail worden afspraken voor vergaderingen nog wel telefonisch gemaakt en eventueel schriftelijk bevestigd. Voorlopig zullen zij zo nog mee blijven doen in het circuit van werk en overleg. Maar er gebeuren ook dingen buiten hen om. Bijvoorbeeld het uitwisselen van informatie en het voeren van discussies via internet.

Vóór internet vonden die collegiale discussies en uitwisselingen niet plaats, of alleen tijdens vergaderingen en speciale bijeenkomsten. Met internet is er dus iets bij gekomen waarvan de niet-internetter verstoken blijft. Zo groeit het verschil tussen internetters en degenen die zich slechts bedienen van telefoon en briefpapier.

Deze veranderingen zijn ook in het groot te constateren. Er zal een nieuwe tweedeling ontstaan, die wordt bepaald door het al dan niet toegang hebben tot de nieuwe communicatietechnologie en de almaar toenemende digitale kennis en informatie. Met het zich verbreden van deze kloof zal ook een groter wordend welvaartsverschil gepaard gaan.

Om iets aan de kloof tussen kansarmen en kansrijken te doen, zou de overheid gratis toegang tot internet kunnen creëren door telefoonnummers ter beschikking te stellen, waarmee iedereen zonder kosten verbonden kan worden met een internetaanbieder.

Tégen deze oplossing zou kunnen pleiten dat de overheid op hoge kosten wordt gejaagd door iedereen gratis te laten telefoneren. Aan dit bezwaar kan worden tegemoetgekomen door ook de markt haar werk te laten doen. Wanneer de overheid met internetaanbieders in zee gaat die een basispakket aanbieden, dan kunnen andere internetaanbieders zich aantrekkelijk maken door speciale diensten. Om bij deze internetaanbieders in te bellen, zal men wél telefoonkosten moeten betalen, maar zoals gezegd, voor velen is dat geen probleem. De gratis toegang is er zo in principe voor iedereen, ook al zullen er mensen zijn die voor een 'pluspakket' telefoonkosten betalen bij een andere internetaanbieder. Hierdoor zullen de kosten voor de overheid niet te hoog worden en wordt gegarandeerd dat er een basisvoorziening beschikbaar is voor mensen met weinig geld.

mailIcon print |