*

 
dossier

Archief

Jepi dé (II)

Clark Accord − 26/01/00, 00:00

Schrijver Clark Accord is voor enige tijd terug in Suriname. Hij schetst het dagelijks leven in zijn door economische chaos geteisterde land. Iedere woensdag. In de Verdieping.

Op het dode water drijven groene blaasjes. Het open riool naast het huis doet me denken aan een brouwsel uit de pot van een toverheks. De misselijkmakende geur hangt als een deken over het voorerf. Om het huisje te bereiken, springen we van het ene droge eiland naar het andere. Voor alle zekerheid blijf ik zo dicht mogelijk bij zuster Berggraaf.

Aan de overkant van de straat gaat een raam open. Voorzichtig wordt het gordijn opzijgeschoven. Er is geen mens te zien. Bij de voordeur van het huisje aangekomen slaat Lygia met gebalde vuisten op de deur. ,,Zuster Berggraaf is er.''

Haar krachtige stem reikt ver. Binnen is gemompel en geschuifel hoorbaar. Het duurt even voor het raam opengaat. In de opening verschijnt het gezicht van een vrouw. Het grijze haar dat haar nog rest is in vier vlechten gebonden, de donkere huid van haar gezicht heeft veel weg van oud leer, de diepliggende kraaloogjes vertonen een verrassend heldere glans en de spitse neus maakt dat ze iets weg heeft weg van een kolibri.

De blik in haar ogen verraadt dat ze blij is met het bezoek.

Langs de muur hangen lijsten met zwart-witfoto's uit vervlogen tijden. Twee meisjes van een jaar of tien kijken me aan. Hun witte kanten jurkjes met bijpassende handschoenen en schoenen verraden hun goede afkomst. Een andere foto toont een strenge man, gekleed in stemmig zwart, en naast hem een corpulente vrouw in een zedig hooggesloten jurk. Ze zijn omringd door een aantal kinderen. ,,Dat zijn mijn ouders.'' Haar benige vinger streelt het glas. ,,Dat ben ik. Daar staat Esselien. Zij is niet zo donker als ik.''

,,Waar is Esselien?'' vraagt zuster Berggraaf, die erbij is komen staan.

,,In de slaapkamer.'' Met een boomstengel als steun gaat ze ons voor. De blauwwitte jurk hangt los om haar lijfje en is met een grote veiligheidsspeld vastgemaakt. We komen door een keuken die betere tijden heeft gekend. Lygia legt de zak met groente op het aanrecht. ,,Die roestige ijskast doet het allang niet meer'', fluistert ze.

In de bedompte slaapkamer staan twee eenpersoonsbedden haaks op elkaar. De geur van urine is zo zwaar dat je erop kan leunen. Op een van de bedden zit een tenger vrouwtje met een gelige huid. Uit haar ogen is alle kleur verdwenen. Haar blik is onrustig, heeft iets fladderends.

,,Esselien, zuster Berggraaf is er. Ze heeft een meneer meegenomen'', zegt het oude vrouwtje.

,,Wat zouden jullie ervan vinden als jullie een warme maaltijd kregen in plaats van verse groente?'' vraagt zuster Berggraaf.

Voor een kort ogenblik is het stil. Dan trekt de vallende stok van de oude vrouw de aandacht. Haar ogen draaien naar het plafond en haar handen gaan omhoog. ,,Esselien, zie je dat onze gebeden worden verhoord? Soms denken we dat niemand ons hoort, maar Hij laat ons niet in de steek! Zie je, Hij stuurt mensen op ons pad.''

Esseliens ogen gaan nog altijd onrustig heen en weer. Ze knikt. Ineens dringt het tot me door dat ze blind is.

We lopen terug naar de bus. Ieder met zijn eigen gedachten. ,,Zuster Berggraaf, waar betaalt u dit van?'' vraag ik voor ze instapt. Rond haar mond speelt een glimlach. ,,Mijn vrienden zeggen altijd: hou je hand op je zak, zuster Berggraaf is in de buurt. Dan zeg ik: ook als je je hand op je zak houdt, kom ik in je portemonee.'' Haar blik wordt ernstig. ,,Weet u, als het om mezelf gaat zal ik niets vragen. Daar ben ik te trots voor. Waar het mijn oudjes betreft ken ik geen trots.''

mailIcon print |