*

 
dossier

Archief

Ziek zijn is leuk, en de chef mag er toch niks van zeggen

Tonja van Rijthoven − 20/01/00, 00:00

In de discussie over de sociale zekerheid wordt de bal toegespeeld naar werkgevers, uitvoeringsorganen, verzekeraars en arbodiensten, terwijl de burger buiten schot blijft.

Opvallend is de tendens om arbeidsverzuim als een collectief probleem te beschouwen en niet als een kwestie van individuele verantwoordelijkheid.

Van kleins af aan is men bekend met de voordelen van ziek zijn: het levert aandacht en compassie op, samen te vatten als bijkomende (secundaire) ziektewinst.

Ziekteverzuim leidt soms tot afgunst of juist tot een vorm van overdreven medeleven. In een organisatie is ziekte onder het personeel besmettelijk en funest voor de werksfeer. Als halverwege de dag iemand ziek naar huis gaat, worden collega's extra belast en blijft een domino-effect niet uit.

Veel mensen koesteren in het geheim fantasieën van niks doen en ultieme verzorging: vakanties zijn de meest besproken onderwerpen in bedrijfskantines. sommige mensen staat dienstverlening gelijk aan iets geven wat zij zelf nooit hebben gehad. Frustratie of woede over dat gebrek aan waardering vertaalt zich gemakkelijk in zelfdestructie of in het verstoren van persoonlijke en werkrelaties. Wie zich fundamenteel tekortgedaan voelt, is supergevoelig voor kritiek en in een arbeidssituatie eerder geneigd alle anderen voor eigen ongemakken verantwoordelijk te stellen.

Leidinggevenden zijn, net als bedrijfsartsen, vaak genoodzaakt ziekteclaims voetstoots aan te nemen, ook al zijn er vermoedens dat er andere belangen in het spel zijn. Volgens de algemeen directeur van Arbo-Ned, Stam, is een ziektefraudeur nauwelijks te onderscheiden van iemand 'met echte werkstress of met heuse rugpijn'.

Als het arbeidsethos inderdaad beneden peil is, wordt het hoog tijd om het schemergebied tussen ziekte en gezondheid grondig te onderzoeken, zodat artsen niet hoeven te gaan fungeren als leugendetector of moraalridder.

mailIcon print |