*

 
dossier

Archief

Te vrije opvoeding geeft later vaak grote problemen

Wineke de Boer − 06/01/00, 00:00

Het artikel 'Een dubbelbelegde boterham' (Trouw, 27 december), heeft mij treurig gestemd. Het gaat over twee homoparen, twee mannen en twee vrouwen, die met z'n vieren hun kinderen opvoeden.

In het stuk wordt beschreven hoe de kinderen drie dagen in de week bij hun moeders zijn en twee dagen bij hun vaders, de weekenden gaan om beurten. Er zijn problemen geweest bij de ouders, in hun relaties tot elkaar. Nadat ze de hulp hadden ingeroepen van het Fiom, zijn de problemen echter opgelost. Daarbij kwam overduidelijk één zeer positief punt naar voren: iedere partner wilde het beste voor de kinderen. Hun onderlinge irritatie had niets met de opvoeding of de taakverdeling te maken, maar met henzelf; in de vriendschap ging het mis. Maar je hoeft blijkbaar geen vrienden van elkaar te zijn wanneer je samen kinderen opvoedt, want sinds de vier het onderscheid tussen ouderschap en partnerschap voor zichzelf duidelijk hebben gaat het goed. Nu wonen de twee paren zelfs in dezelfde gemeente.

Wat mij heeft verbijsterd, is de naïviteit en de egocentriciteit van deze volwassen mensen (de mannen zijn nu 37 en 38, de vrouwen 39 en 46 jaar). De ouders zeggen dat het welzijn voor hun kinderen het belangrijkst is. Tegelijkertijd zijn ze blij als ze op de dagen dat ze de kinderen niet hebben even kunnen bijkomen. Het doet mij angstig veel denken aan de communes uit de jaren zestig. Een prachtig idee: mannen en vrouwen in een grote groep bij elkaar, vrije seks voor wie dat wou en de kinderen werden samen opgevoed. Er ontstonden in die tijd van vrijheid en liefde ook andere samenlevingsvormen: gezinnen met één vrouw, haar man en haar minnaar die af en toe inwoonde, of twee vrouwen die samen één man deelden, alles kon en alles mocht, zolang het maar vrijblijvend was en de eventuele kinderen er niet onder zouden lijden.

Inmiddels zijn de kinderen van toen volwassen geworden. Ze hebben vaak geen makkelijke jeugd gehad, want de problemen van hun ouders hebben hen ook beïnvloed. De bloemenkinderen van toen zitten nu bij de psycholoog. Ze hebben moeite om een vaste relatie te beginnen omdat ze nooit bij hun ouders hebben ervaren hoe dat is. Of ze klampen zich juist vast aan iemand die ze met hun liefde verstikken. Geobsedeerd door seks zonder dat daar liefde aan te pas komt, of juist frigide: de orgies van toen waren voor iedereen zichtbaar en toegankelijk, de kinderen mocht je daarbij zeker niet uitsluiten. Het roerige verleden heeft zijn sporen nagelaten, sporen die nu moeten worden opgeruimd.

In die tijd was men niet alleen naïef door te denken dat liefde alles zou overwinnen, maar ook egoïstisch door altijd voor zichzelf te kiezen. Je zou denken dat we geleerd hebben van de fouten van onze ouders, zeker nu we daar op zo'n manier mee geconfronteerd worden in de huidige samenleving. Maar blijkbaar zijn we nog naïever en egoïstischer geworden dan de vrolijke hippies. In de huidige tijd, die in veel opzichten een uitvergroting is van de jaren zestig, is het aantal mogelijkheden op allerlei gebied vele malen groter. Het zal dan ook nog moeilijker zijn om de berg troep waar we over een kwart eeuw mee te maken krijgen, op te ruimen.

Drs.W.E.de Boer woont te Amsterdam

mailIcon print |