Het is helemaal niet erg als kinderen op hun tenen moeten lopen om een televisie-programma te begrijpen. Het is evenmin rampzalig als een publieke zender daardoor minder jeugdige kijkers trekt. Bij de omroep moet het programma boven de kijkcijfers staan. Dat vindt de werkgroep jeugd-tv, die het NOS-bestuur adviseert over de totstandkoming van een jeugdnet.
De omroepbazen houden onder meer het advies van de werkgroep jeugd-tv tegen het licht. Een advies dat geen concrete invulling van programma's geeft, maar eerder de randvoorwaarden bepaalt: reclamevrij, een volwaardig budget en volwassen kwaliteit.
Het jeugdnet krijgt weliswaar vorm op het huidige Nederland 3, maar zal onafhankelijk binnen dit net functioneren. De programma's zullen niet worden onderbroken door kamerdebatten of sportevenementen. De uitzendingen vinden plaats op 'kinderprimetime'. Dat wil zeggen: in de weekends en vakanties en 's morgens voor het naar school gaan, tussen de middag en na school van vier tot zeven uur.
Dat laatste blok is er nu min of meer al, maar wordt verspreid uitgezonden over Nederland 1, 2 en 3. Door alle kinderprogramma's op één net onder te brengen wordt het onderscheidend karakter van de publieke omroep versterkt en krijgen de jonge kijkers een tegenwicht voor het commerciële aanbod, is de gedachte. De programmering richt zich op kinderen tot 12 jaar. Hiermee volgt Nederland het voorbeeld van de publieke omroepen Duitsland, Engeland, Frankrijk en België (Ketnet).
Een andere kwaliteitsfactor die Geelhoed voor het jeugdblok noemt is de beperkte mate van herhaling. Dat is budgettair verleidelijk, maar leidt tot verschraling van het aanbod. Hij wijst naar commerciële omroepen waar volgens hem tachtig procent van het jeugdaanbod wordt herhaald. ,,Voor kleuters kan dat best. Die vinden het ook fijn als elke avond voor het slapen hetzelfde verhaaltje wordt verteld. Kinderen van tien, elf jaar pikken dat niet en haken af.''
Het jeugdnet investeert niet in de programmering voor twaalf jaar en ouder. Dat heeft geen zin, is de heersende opvatting van programmamakers. Middelbare scholieren pruimen de publieke omroep niet. Geelhoed: ,,Kinderen op de basisschool verschillen natuurlijk van elkaar, maar het is toch een betrekkelijk homogene groep. En dus gemakkelijk te bereiken. Zodra ze naar het vervolgonderwijs gaan, komen ze in subculturen terecht. Ze zetten zich tegen alles af. Dat hoort bij de leeftijd. Ze hebben geen boodschap aan de normen en waarden van volwassenen. Wij als publieke omroep maken deel uit van het georganiseerde volwassenenbestaan, dus zijn wij automatisch besmet.''
Geelhoed en zijn collega's vinden het belangrijk programma's over de jeugdcultuur te maken. Al was het maar ter informatie van ouders en grootouders. Hij vermoedt dat de oudere jeugd er stiekem ook naar zal kijken. Op de eigen kamer.
Televisie en dus ook jeugdtelevisie moet boeiend zijn en kijkers fascineren. Niet ieder kind hoeft van Geelhoed alles wat het ziet te begrijpen. Ook al blijkt uit gericht onderzoek van de pas gepromoveerde pedagoog Peter Nikken dat kinderen zelf en hun moeders daar grote waarde aan hechten. ,,Denken is geen schande. Het is niet erg om kinderen op hun tenen te laten lopen. Je geeft hen daarmee ook het gevoel voor vol te worden aangezien.''
De werkgroep jeugd-tv is een overlegclub zonder beslisbevoegdheid. De adviezen zullen echter wel richtinggevend zijn, volgens Geelhoed. ,,We zijn natuurlijk niet vrijblijvend met elkaar in gesprek gegaan. Ik neem aan dat de omroepvertegenwoordigers binnen de werkgroep contact hebben gehad met hun directies.''
Omdat de inhoud van het jeugdnet voorop staat heeft de werkgroep zich niet vermoeid met budgettaire kwesties. Wel vinden ze allen dat de omroepen voor een volwaardige financiering moeten zorgen, zoals dat ook gebeurt bij de programmering voor volwassenen. ,,Met honderd miljoen gulden kunnen we wat.'' Geelhoed is er overigens nog niet volledig van overtuigd dat de omroepen bereid zijn het groene licht te geven aan een jeugdnet. Dat heeft alles te maken met de onrust die er nu heerst in Hilversum.
Over de vrees van omroepen om hun identiteit te verliezen zodra zij hun directe zeggenschap over de jeugdprogrammering inleveren, is Geelhoed tamelijk laconiek. ,,Ik kan alleen maar zeggen dat wij juist gebaat zijn bij een pluriform aanbod. Een goed jeugdblok moet elk geluid laten horen.''
Een ander struikelblok kan de benoeming van een eindverantwoordelijke voor het jeugdnet zijn. Gelijk de voornemens bij de andere netten, zal ook de programmering van het jeugdnet onder supervisie staan van een netcoördinator. Die krijgt een grote verantwoordelijkheid, want die bepaalt uiteindelijk welk programma de omroepen op welk moment mogen uitzenden.
Geelhoed: ,,Onze werkgroep wordt bij de benoemingsprocedure betrokken, maar niet eerder dan nadat de omroepen een standpunt hebben ingenomen over het jeugdnet. Pas dan zal er gericht gezocht worden. Stel dat de omroepen de plannen sterk afzwakken, dan heb je een heel ander type coördinator nodig. Meer boekhoudkundig geörienteerd dan creatief.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.