*

 
dossier

Archief

promotiebureau

door Romana Abels − 27/01/00, 00:00

Ilse Hartman (21), loopt stage op de afdeling marketing van de Amsterdam Tourist Board.

Ze had ook in Londen terecht kunnen komen, of Parijs. Op de school van Ilse heb je vooraf geen invloed op je stage-adres. Op de folder die ze van haar school kreeg stond zelfs een palmenstrand, als lokkertje voor twijfelende mavo-gediplomeerden. Want eenmaal begonnen, blijkt het overgrote deel van de studenten helemaal nooit in het buitenland terecht te komen. Sterker nog, slechts twintig procent van de afgestudeerden komt in het toerisme terecht. Toch wil Ilse Hartman (21) dat laatste per se bereiken, al moet ze nog jaren naar school.

Deze maanden zijn de laatste van haar opleiding MTRO, middelbaar toerisme- en recreatie-onderwijs, die ze heeft gevolgd in Groningen. Ze zat in het noorden drie jaar op school, en sluit dit jaar af met twee stages. De eerste was in Port Zélande, een leuke receptie-baan met veel contact met klanten. De tweede is net begonnen, in eenvoudig Amsterdam. Voor Ilse zullen het vijf relatief lange maanden zijn, want ze kwam terecht bij de afdeling marketing van wat eens het Amsterdamse VVV was, maar tegenwoordig het Amsterdam Tourist Board heet. ,,Ik wist al na vijf weken dat het niks voor mij was. Ik heb liever direct contact met de klant dan dat ik op de achtergrond werk.''

Wat Ilse de hele dag doet laat zich snel samenvatten in 'achter de computer zitten'. In die computer bekijkt ze 's ochtends de e-mail, schrijft ze terug, zoekt ze de antwoorden op vragen die haar en haar afdeling gesteld worden. Soms leest ze nog van papier, als er faxen binnenkomen. Maar die beantwoordt ze ook via de computer. En als er vergaderd wordt met de vier mensen van haar afdeling dan worden de notulen ook op de computer uitgewerkt. En er zijn natuurlijk folders en posters die zich niet elektronisch laten versturen, dus die Ilse gewoon ouderwets in een envelop schuift. Dankzij haar werk zijn er vast al tientallen toeristen de afgelopen tijd naar de Nederlandse hoofdstad gekomen. Maar daarvan heeft ze er jammer genoeg nog niet een gezien.

Nou ja, relativeert ze, ook de wetenschap dat je iets later niet moet gaan doen, is leerzaam. En nu ze toch op de afdeling marketing van de toeristenorganisatie werkt, leert ze wel heel veel over Amsterdam. ,,Het Amsterdam Tourist Board doet heel erg veel om mensen in het buitenland ervan te overtuigen dat Amsterdam meer is dan alleen de stad van drugs en prostitutie. Dat lukt aardig. Nu worden er bijvoorbeeld mensen geworven met een kortingsboekje dat 'art adventure' heet. Daarin staan allerlei culturele kortingen, aanbiedingen. Dat slaat wel aan. In ieder geval gaat het zo goed dat er steeds vaker geklaagd wordt over een tekort aan hotelkamers in Amsterdam.''

Kennis van de stad komt Ilse goed uit, want die bevalt haar zo goed dat ze na haar afstuderen van plan is langer te blijven. Misschien wel om een opleiding tot stewardess te volgen. Inmiddels weet Ilse al meer van de hoofdstad dan de gemiddelde autochtoon. ,,Toen ik begon aan mijn stage moest ik eerst een hele toer maken, met de rondvaart door de grachten, naar het Rijksmuseum, de Wallen op. Alles wat gewone toeristen ook doen, anders wist ik niet waarover ik het had. Ik heb dat twee weken lang gedaan. Ik ken niet alle musea, maar wel heel veel.''

Maar na die twee weken kwam het echte werk op het data en marketing center. Contact houden met bedrijven, hotels en VVV's in het buitenland. Die vragen om folders over Amsterdam, of om specifieke arrangementen. Ilse beantwoordt vragen, zoekt informatie bij elkaar. En van tijd tot tijd moet ze onderzoeken wat ze vonden van het materiaal dat ze opstuurde: waar bleven de toeristen tijdens de jaarwisseling en waarvoor kwamen ze? Of: vinden Japanners dezelfde dingen interessant als Duitsers? Ilse: ,,Dat laatste vind ik niet zo leuk voor die mensen. Ik zou zelf niet graag ergens willen komen waar ze door middel van uitgebreid onderzoek te weten waren gekomen wat de Nederlander leuk vindt. Dat zie ik toch als iets individueels. Natuurlijk, er zijn overeenkomsten. Iedereen die naar Amsterdam komt vindt het interessant om te weten dat dit land onder de zeespiegel ligt. Behalve Duitsers.''

Hoewel het niet haar droombaan is, maakt Ilse van haar verblijf in Amsterdam wat ervan te maken valt. Ze geniet van de grote stad, zelfs van de minder goede avonturen. Zo werd ze vorige week onverwachts uit haar net gevonden kamer gezet, en was ze even in de overtuiging dat ze de rest van haar stageperiode, die nog bijna vier maanden duurt, als dakloze moest doorbrengen. Maar familie in Amsterdam bood uitkomst. Bovendien: je moet van goeden huize komen om Ilse stuk te krijgen, dat was al duidelijk in haar allereerste snuffelstage. ,,In de zomervakantie na het eerste jaar moet je drie weken stage lopen. Veel mensen zijn daar tegen, want je raakt er zelf je vakantie door kwijt. Maar ik zag het zelf ook maar als vakantie. Ik werd geplaatst op een camping in Friesland met veel kinderen. Die moest ik zien te vermaken. De richting die ik volg gaat daarover, die heet animatie en horeca. Het is de breedste richting die er is. Ik vind kinderen leuk, maar net waar ik zat waren het er wel heel erg veel. En ze waren ook nogal crimineel. Dat hielp me wel voorgoed van het idee af dat werk in het toerisme glamoureus is.''

Een minder goed bevallende stage, maakt niet dat Ilse haar opleiding zou willen afkraken. ,,Het is een heel brede opleiding, waar je veel leert. Wat er allemaal bij een jeugdherberg komt kijken, of bij een camping. Je leert heel veel over Nederland en het gedrag van Nederlanders. Voor mij, een meisje dat geen idee had wat ze moest gaan doen toen ze van de mavo kwam, is dit een heel goede keus geweest.''

mailIcon print |