De opkomst van religie en spiritualiteit in China lijkt het gezag van de Communistische Partij sterker aan te tasten dan afwijkende politieke opvattingen. Van de woestijnen in het westen en het hooggebergte in Tibet, tot de volle steden in het oosten en het uitgestrekte platteland: overal worden de autoriteiten belaagd door religieuze en spirituele uitdagingen. Vooral de laatste maanden hebben dramatische aanwijzingen opgeleverd dat de officieel atheïstische communistische regering terrein aan het verliezen is.
De meditatiebeweging Falun Gong blijft zich roeren, ondanks een campagne van een half jaar, waarin duizenden aanhangers werden opgepakt en gevangengezet. Onder de miljoenen leden van de groep bleken ook politieagenten, soldaten, ambtenaren en anderen te zijn, die onmisbaar zijn voor het machtsmonopolie van de partij. Bovendien bleek de beweging in staat, zoals in april vorig jaar, meer dan tienduizend volgelingen voor het regeringscentrum in Peking bijeen te brengen.
Terwijl stapels van het Rode Boekje van Mao Zedong, de 'bijbel' van de Chinese communisten van 30 jaar geleden, liggen te verstoffen in antiekwinkels, verslinden jonge inwoners van Peking de autobiografie van de Dalai Lama en boeken over waarzeggerij en andere traditionele Chinese geloven. Sommige families bouwen altaren voor hun voorzaten. Millenaristische sektes hebben duizenden aanhangers op het platteland. Miljoenen christenen mijden de van staatswege goedgekeurde kerken en bezoeken ongeoorloofde religieuze bijeenkomsten, en nemen het risico van intimidatie, geldstraf of detentie op de koop toe.
Sinds de regering Falun Gong een half jaar geleden in de ban deed, ageren de overheidsmedia tegen ,,bijgelovige praktijken'' en herinneren kranten de partijleden eraan dat zij geacht worden atheïsten te zijn.
,,Ons land heeft meer dan een 100 miljoen aanhangers van verschillende geloven, zei premier Zhu Rongji onlangs op een bijeenkomst over religie. ,,Ons religieus werk is erop gericht deze 100 miljoen te verenigen rond de partij en regering, om hun wil en kracht te richten op de zaak van socialistische modernisering.''
De gewelddadige ontsporingen van de Culturele Revolutie van 1966-1976 en de onderdrukking van democratische bewegingen en dissidenten in de jaren daarna hebben veel Chinezen hun illusies ontnomen en hun belangstelling voor de politiek doen verliezen.
Communistische idealen zijn ondergesneeuwd geraakt door wijdverbreide corruptie en markthervormingen, die een enorme kloof hebben geslagen tussen arm en rijk en miljoenen mensen uit banen hebben gedreven die velen als een levensvervulling zagen.
De Chinese kerken, de officiƫle zowel als de ondergrondse, mogen zich in een groeiende belangstelling verheugen. Het aantal christenen wordt geschat op 30 miljoen, een kleine fractie van de bevolking van 1,2 miljard. Peking en omliggende dorpen tellen volgens schatting van kerkgangers nu meer dan duizend protestantse schuilkerken, veelal particuliere woningen, waar mensen buiten het toezicht van de overheid hun geloof kunnen belijden. De politie treedt minder vaak tegen de clandestiene kerken op, deels omdat ze zich tegen de klippen op uitbreiden.
,,De overheid is in termen van controle minder ambitieus geworden vanwege het enorme aantal religieuze gemeenschappen in het hele land'', meent Jean-Pierre Cabestan, die de ontwikkelingen in China vanuit Hongkong onderzoekt. ,,Wat zij het meest vrezen zijn gemeenschappen of religieuze organisaties die voldoende georganiseerd zijn om een landelijk netwerk op poten te zetten, zoals Falun Gong.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.