*

 
dossier

Archief

Een toonbeeld van riooljournalistiek?

Jaap de Berg − 04/02/00, 00:00

Lezers die van beschrijvingen van wreed en gewelddadig gedrag geen kennis wensen te nemen, moesten in Trouw van zaterdag meer tekst overslaan dan gewoonlijk. In Letter & Geest wachtten hun het inferno van een concentratiekamp en de bestiale chaos in een Parijse gevangenis die La Santé heet. En in het nieuwskatern stond in bijzonderheden opgetekend, hoe een gestoorde man zich tot moordens vergrepen had aan een meisje van zeven jaar.

Sommigen reageerden ontstemd. De heftigste bewoordingen koos een lezer die constateerde dat ,,Trouw zich met deze overdosis ontpopt als een toonbeeld van riooljournalistiek''. Dit vonnis berust op minstens twee betwistbare veronderstellingen. De eerste is dat een rioolkrant zich, net als Letter & Geest, moeite zou geven om door te dringen onder de oppervlakte van het kwaad en de primaire emoties die dat oproept. De tweede is dat de signatuur van een krant zich laat afleiden, niet zozeer uit het scala van artikelen dat ze over een zekere periode publiceert, als wel uit enkele pagina's van één nummer.

De andere critici lieten Letter & Geest buiten beschouwing. Ze veroordeelden exclusief de manier waarop Trouw verslag had gedaan van de rechtszaak tegen de man die in 1996 wegens verkrachting van een vijftienjarig meisje tot vier jaar was veroordeeld, na twee jaar was vrijgelaten en in 1999 een meisje van zeven herhaaldelijk misbruikt en ten slotte gewurgd had.

,,Het is'', schreef een lezeres, ,,al erg genoeg dat zulke dingen gebeuren, zonder dat alle gruwelijke details uitgebreid in de krant hoeven te staan''. Het is niet uit gebrek aan respect voor de huiver die schuilgaat achter deze gedachtegang, dat ik er een zekere tegenstrijdigheid in signaleer. Wat - en hoe verschrikkelijk - 'zulke dingen' zijn, valt immers niet vast te stellen zonder dat een krant er, al is het maar een enkele keer, in weinig verhullende bewoordingen over bericht.

Misbruik van kinderen wekt in onze tijd misschien meer dan ooit woede en verontwaardiging op - en terecht, want het is een groot kwaad. Bij iedere gelegenheid 'uitgebreid' melding te maken van 'alle gruwelijke details' waarin dit zich manifesteert, zou ongepast zijn. Het zou bovendien de schijn kunnen wekken dat een krant aan het uitmeten van leed en ontaarding genoegen beleeft, of er rendement van verwacht.

Maar een redactie die de afschuw van haar lezers deelt, maakt zich niet schuldig aan wat een lezeres 'perversiteit' noemde, wanneer ze een enkele keer de toedracht van een misdrijf in bijzonderheden beschrijft. Of wanneer ze - om een ander twistpunt te noemen - eens een foto publiceert die scherper dan een kolom tekst doet uitkomen welke godgeklaagde werkelijkheid zich verbergt achter woorden als 'gewapend conflict' en 'etnische zuivering'.

Iemand die daar bij voorbaat sensatiezucht achter zoekt, is vermoedelijk van het eigen gelijk al te zeer overtuigd om deze brief tot hier toe te hebben gevolgd. Van anderen verwacht ik begrip voor de gedachte dat een enigszins gedetailleerde kennis van de feiten zinnig kan zijn voor wie zich een voorstelling wil vormen van het kwaad dat mensen elkaar kunnen aandoen.

Sommigen willen dat per se niét. Dat is hun goed recht. ,,Waarom moet ik al die smerigheid lezen?'', vroegen enkelen. Het simpele antwoord luidt dat niemand daartoe verplicht is. Dit zou een schijnheilige uitvlucht zijn, wanneer Trouw grossierde in artikelen als die over Chanel-Naomi en Jan S. Maar een spaarzame dosis kan iedereen desgewenst overslaan. De redactie doet haar werk voor een heel gevarieerd publiek; ze weet dat weinigen de krant van a tot z spellen. Doorgaans stuurt belangstelling de keus van de lezer. Een enkele keer, zoals in dit geval, is het afkeer die de selectie bepaalt. Daar zie ik, mits het niet te vaak gebeurt, geen bezwaar in.

Ten slotte. Sommige briefschrijvers meenden te weten, gingen er althans van uit, dat ook de nabestaanden van het vermoorde meisje heel ongelukkig waren met het vrij uitvoerige rechtbankverslag. Ze lieten daar de conclusie op volgen dat dit verslag ,,van weinig respect voor de ouders en de familie getuigde''. Dat lijkt me niet vanzelfsprekend. Is het niet minstens even waarschijnlijk dat kennis van de toedracht bij vrijwel iedereen het mededogen met de nabestaanden versterkt - en dat juist dát besef hen niet onberoerd laat?

mailIcon print |