*

 
dossier

Archief

Hedendaags

Cornelis Verhoeven − 10/02/00, 00:00

In het zesde deel van het WNT, uitgegeven in 1912, komt twee keer het woord 'hedendaags' voor, een keer in de vorm zoals wij die nu kennen, en een keer als 'hedendaagsch'.

In het eerste geval gaat het om een niet verbogen bijwoordelijke vorming, in het tweede om een bijvoeglijk naamwoord. Het bijwoord, gespeld op een manier die nu hedendaags aandoet, komt tegenwoordig amper nog voor en moet worden uitgelegd. Het is een zogeheten genitief-vorming van 'dag', zoals we die ook kennen in 'des daags' en 's anderendaags'; zij betekent 'heden ten dage' of 'tegenwoordig'. Pas na dit bijwoord van tijd is daarvan het bijvoeglijk naamwoord 'hedendaagsch' gevormd met de betekenis 'tot de tegenwoordige tijd behorend', zoals 'alledaags' betrekking heeft op iets dat voor alle dagen voorkomt en niets bijzonders vertegenwoordigt. Het verschil is hetzelfde als tussen 's-zondags of 'op de zondag' en 'zondags' in de zin van 'speciaal gereserveerd voor de zondagen'.

Uit de voorbeelden die bij deze woorden in 1912 werden gegeven, komt naar voren dat zowel het bijwoord als het bijvoeglijk naamwoord veelal tamelijk misprijzend of zoals het woordenboek noteert, 'niet zelden in lichtelijk afkeurenden zin' werden gebruikt. ,,Wat vint men heensdaechs al duvels kinderen'' klaagde Anna Bijns rond 1540 in haar Refreinen. Voor een deel zal deze negatieve waardering te maken hebben met het besef van de nietigheid van alles wat vergankelijk is. Het heden is immers maar een schaduw van het grote verleden, de dag vliegt voorbij en wat aan de dag gebonden is, het hedendaagse, nieuwerwetse en modieuze is grillig en voorbijgaand van aard.

'Heden' in deze combinatie lijkt opgevat te zijn als 'alleen maar heden'. Het hedendaagse was er gisteren nog niet en morgen zal het er niet meer zijn. Eigenlijk zou het er helemaal niet kunnen of moeten zijn. Het moet dus, historisch gezien, wel een zeer beperkte betekenis hebben. Het heden is in die gedachtegang alleen maar goed als een moment waarop we tot inkeer kunnen komen. Wie 'bij de tijd' wil zijn, moet bij het verleden zijn of nog liever bij de eeuwigheid. En wie met de tijd meegaat, verdwijnt al heel gauw achter de horizon.

Tegenwoordig daarentegen wordt de kwalificatie 'hedendaags' vrijwel uitsluitend in een positieve zin gebruikt. Dat wijst op een ingrijpende verandering in de opvatting van wat geschiedenis en tijd betekenen. Het hedendaagse is in die waardering niet een dieptepunt in een onstuitbaar proces van verval, maar eerder het hoogtepunt van een nog altijd voortdurende vooruitgang, een cumulatie van collectief aanvaarde en hoog gewaardeerde verworvenheden. Die hoge waardering lijkt iets definitiefs te hebben en aan de gewaardeerde verworvenheid waardoor wij bij de tijd zijn, ook een definitief karakter toe te kennen, alsof het heden de eindtijd was, het moment waarop als vanaf een verheven standpunt het geheel van de geschiedenis kan worden overzien en een oordeel over al het voorafgaande kan worden geveld. Maar allicht wordt deze gedachte niet met zoveel woorden uitgesproken, want dan zou zij haar weerloosheid bloot geven . Zo werd ook vroeger niet uitgesproken dat het roemrijke verleden of de glorierijke eeuwigheid onbetwist de enige maatstaf was, dat het heden definitief een dieptepunt was en dat de ondergang naderde. Het merkwaardige van taal en woorden is dat zij in de vorm van gangbare frasen dikwijls lijken te dienen om zaken niet uit te spreken. Zij dienen meer als wachtwoorden om aan te geven dat we bij een club horen dan om te verwijzen naar een bepaalde werkelijkheid. Misschien is 'hedendaags' altijd zo'n woord geweest.

mailIcon print |