Madre de dios! Maxima Zorreguieta is haar inburgeringscursus nu al begonnen en noch de Volkskrant noch het NRC Handelsblad, de twee grootste concurrenten op het gebied van Zorreguietismo, hebben het geweten. Het zijn journalisten van het weekblad Vrij Nederland die de geliefde van de prins en haar mentor in een rokerig zaaltje van café Tabac aan de Brouwersgracht hebben gesnapt. Over de vorderingen van onze guapa Maxima maak ik me ernstig zorgen. Want die twee persmuskieten hebben met zekerheid de identiteit van Maxima's mentor kunnen vaststellen: professor Halberstadt! Dezelfde man die bijna twintig jaar geleden de breuk in het tweede kabinet Van Agt moest zien te repareren. Maxima wordt dus door een lijmdeskundige uit 1981 bijgepraat. 1981! De woorden zinloos geweld koopzondagen, hooliganisme of drugstoerisme moesten nog worden uitgevonden. Het gevaar dat de blonde Argentijnse van haar leraar een verkeerd beeld van Nederland voorgeschoteld krijgt is meer dan reëel. Een specialist in lijmen zal natuurlijk allereerst het accent leggen op de legendarische Nederlandse consensus, het vaderlandse vermogen conflicten in te dammen. Dit terwijl aan de deur van café Tabac de ploertendoders van Taxi Direct tegen honkbalknuppels van TCA een bloedige inburgeringsymfonie inzetten.
Ach, geen paniek. Een inburgering verloopt altijd moeizaam in het begin. De mijne was een regelrechte catastrofe. Op een decembermiddag van 1973 zette ik voor het eerst voet op Nederlands grondgebied. Ik had in de nachttrein niet kunnen slapen en stierf van de honger. Gelukkig werd ik door de familie van mijn vriendin hartelijk ontvangen. Maar het duurde een eeuwigheid alvorens een berg nasi met spiegeleieren op tafel verscheen. Opgelucht en watertandend juichte ik in mijn vers aangeleerd Assimil-Nederlands: 'iek hep oeunker! Verbijstering alom. Niemand durfde de loodzware stilte te verbreken. Ik verschrompelde. Eindelijk nam de zoon des huizes vermanend het woord: 'honger kun je niet hebben. Honger dat is iets voor Afrika.' Ik bloosde. 'In het Nederlands moet je zeggen: ik heb trek!' Trek, duw, honger het maakte me niets uit want mijn maag rammelde. Maar na deze berisping durfde ik niet meer dan drie of vier korreltjes rijst op te scheppen, terwijl iedereen aan tafel enorme porties nasi in een recordtijd naar binnenwerkte. 's Nachts in mijn bed, half ingeburgerd en stervend van de trek, droomde ik van sappige konijnenruggen en gevulde kalkoenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.