*

 
dossier

Archief

Ingewikkeld feuilleton zonder begin

Anniek van den Brand − 18/01/01, 00:00

Voor stadsmensen en bewoners van middelgrote Nederlandse gemeenten is de bus of trein nemen niet iets waarover je nadenkt. Maar voor dorpelingen is de eerste kennismaking met het openbaar vervoer als aanhaken bij een ingewikkeld feuilleton waarvan zij het begin hebben gemist.

Neem Lodewijk Dros. Geboren en getogen Texelaar. Op zijn zestiende -hij is nu 36- stapte hij voor het eerst in de trein. ,,Eerder was het domweg niet nodig geweest; we hadden een auto, een fiets, en anders wel een oom die met slecht weer even haalde of bracht.''

Maar alle gebruikelijke vervoermiddelen schoten tekort toen een enthousiaste docente Nederlands haar klas wilde meenemen naar een balletvoorstelling van Alexandra Radius en Han Ebbelaar in het verre Amsterdam. Er zat niks anders op: dat werd een trip met de trein.

Hoewel de juf keurig de vertrektijd opzocht, de kaartjes kocht en richting het juiste perron trippelde, stuitte ik vrijwel direct op mijn onbeholpenheid, schrijft Dros. Want hoe werkt zo'n trein-wc? En hoe houd je het roer recht in zo'n schuddend voertuig? ,,Ik keerde niet helemaal fris terug naar de coupé, maar hield het wijselijk stil.''

Bij het overstappen op station Alkmaar viel Dros voor het front van de troepen echter toch door de mand als treinonervarene. ,,In mijn onnozelheid vroeg ik aan een paar klasgenoten hoe je nu wist waar je precies moest gaan staan op het perron. Het antwoord -'zoveel witte tegels van de trap, daar komt de deur van de trein'- maakte wat argwanend. Maar een andere verklaring voor de gedecideerdheid waarmee men zich er als wachtende posteerde, had ik niet.''

Het dieptepunt was station Amsterdam CS. Omdat een tweede sanitaire stop in de trein niet wenselijk was, ging Dros na aankomst in de hoofdstad naar het stationstoilet. ,,Het pictogram was duidelijk, de locatie weer gewoon op vaste grond, dus wie maakte me wat.''

De entree kwam hem weinig gastvrij voor. Er zat wel een mevrouw met een schort voor kwartjes te innen, maar kennelijk was ze te beroerd om een goed peertje in te draaien; er was alleen raar blauwpaars licht. Maar omdat niemand rechtsomkeert maakte, liep ook Dros maar door richting wc, nagestaard door die mevrouw met schort. ,,Haar blik verried dat we voor haar in dat vreemde licht allemaal valse briefjes van tien waren.''

Toen zijn ogen aan het schaarse schijnsel gewend waren, zag de zestienjarige Dros een bordje hangen. ,,Direct voelde ik dat ik van plaatsvervangende schaamte een hoogrode kleur kreeg. 'Hier niet spuiten' stond er. ,,En ik wist zeker dat Amsterdam erg was. Heel erg. Wat een goor, seksbelust publiek, wat een platsvloers verbodsbord.''

Tien minuten later zat hij voor het eerst in de tram.

In kleine dorpen en buurtschappen waar zich doorgaans geen streekbus laat zien -ook destijds niet toen het openbaar vervoer nog ruimhartig werd gesubsidieerd- werd een jaartje of twintig geleden 'de buurtbus' geintroduceerd.

Mark van den Berkmortel uit het Brabantse Zijtaart herinnert het zich nog heel goed. ,,Het waren gele bestelwagens met bankjes, bestuurd door bejaarde vrijwilligers die volgens dienstregeling naar de dichtsbijzijnde 'echte' bushalte reden. Of naar populaire bestemmingen als ziekenhuizen en bejaardenwoningen.''

Om in de buurtbus te geraken, was het niet nodig naar een officieel opstappunt te lopen. Wie langs de route stond en zijn hand opstak, kon gewoon instappen.

In principe dan. Want toen zijn opa en oma, keurig in het zondagse pak gestoken, op weg naar een familielid dat helemaal in Den Bosch woonde, voor hun boerderij stonden en zwaaiden, wuifde de buurtbuschauffeur hartelijk terug. En reed gewoon door.

mailIcon print |