Het Joegoslavië-Tribunaal zal de geheime aanklacht tegen de Servische militieleider Arkan niet openbaar maken. Volgens aanklager Carla del Ponte zou dat andere onderzoeken in gevaar brengen.
Arkan, wiens echte naam Zeljko Raznatovic was, werd zaterdag in een hotel in Belgrado vermoord. Carla del Ponte zei dat er nog onderzoeken gaande zijn tegen mensen die Arkan hebben gesteund of op andere manieren met hem verbonden waren. Die zullen volgens haar ooit voor de rechter komen. Del Ponte zei wel dat Arkans misdaden in Oost-Slavonië (Kroatië) en Bosnië grondig zijn onderzocht. Zij ontkende dat de militieleider het tribunaal heeft aangeboden uit de school te klappen over anderen in ruil voor strafvermindering. ,,Arkan heeft ons niets gegeven.''
Kroatië blijkt Arkan in 1991 uit de gevangenis te hebben vrijgelaten, nadat de Servische regering een miljoen mark (ruim 1,1 miljoen gulden) had betaald. Dat beweert de voormalige Kroatische minister van binnenlandse zaken Boljkovac. Arkan was veroordeeld wegens ondermijnende activiteit tot twintig maanden cel.
Het is nog steeds onduidelijk waarom en door wie Arkan is vermoord. De speculaties daarover lopen uiteen van de Joegoslavische geheime dienst tot concurrenten in de zakelijke en criminele sfeer. Arkan wordt overmorgen in Belgrado begraven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.