*

 
dossier

Archief

'Onpartijdige rechtspraak is verliezer'

Bert van Panhuis − 14/12/00, 00:00

Het waren zware woorden die John Paul Stevens dinsdagavond gebruikte om zijn afkeuring te ventileren over de beslissing van vijf van zijn mederechters in het Amerikaanse Hooggerechtshof. ,,We zullen misschien nooit precies weten wie de presidentsverkiezingen van dit jaar heeft gewonnen. Maar de identiteit van de verliezer is wel glashelder. Het is het vertrouwen van de natie in de rechter als de onpartijdige bewaker van de wet.''

Het was tekenend voor de controverse die de meerderheid van het hof over zich af heeft geroepen met zijn besluit om geen gelegenheid te geven de stemmen in Florida verder te hertellen. De kritiek geldt niet zozeer het feit dat ze daarmee George W. Bush in het zadel hebben geholpen, maar vooral de wijze waarop ze het hebben gedaan: stuntelig en met nauwelijks onderbouwde, bijkans laffe argumenten. Want hoe moet je het anders zien als een meerderheid eerst opdracht geeft het tellen te staken en meer dan drie dagen later vaststelt: het is nu te laat om nog op een verantwoorde manier te tellen. ,,Zoiets als de bal rondspelen tot de officiële speeltijd is verstreken'', zei een rechtsgeleerde uit Californië gisteren. Spelbederf dus.

Van alle instellingen van de Verenigde Staten heeft het Supreme Court nog altijd het meeste vertrouwen van de burger. Meer dan de president en zeker meer dan het Congres. Dat terwijl de uitspraken van het hof diep kunnen ingrijpen in de Amerikaanse samenleving en in het privé-leven van de burgers.

In 1896 gaven ze juridische ondergrond aan de rassenscheiding en bijna zestig jaar later maakten de negen rechters die segregatie weer ongrondwettig. In 1974 bliezen ze het presidentschap van Richard Nixon op, een jaar eerder maakten ze van abortus een grondrecht en in 1986 vonden ze dat homoseksuele handelingen strafbaar moesten blijven. Het zijn besluiten waarvoor ze nog steeds worden verguisd of geprezen. Maar ze hebben hun gezag behouden.

Slechts een keer eerder heeft het Hooggerechtshof zich bemoeid met presidentsverkiezingen, in 1876. Toen speelde met zijn doorslaggevende stem de Republikeinse rechter Joseph Bradley het Witte Huis toe aan zijn partijgenoot Rutherford Hayes. ,,Deze geschiedenis helpt uit te leggen waarom ik denk dat het niet alleen juridisch onjuist is, maar ook ongelukkig, dat het hof gewoon een einde heeft gemaakt aan de hertelling in Florida'', zei rechter Stephen Breyer gisternacht in zijn afwijkende opinie. Want nu komt nooit vast te staan of die hertelling wel of niet kon worden afgemaakt. Om nog maar niet te praten van de uitslag die die dat had kunnen opleveren.

De rechters kunnen niet rechtstreeks worden beticht van een partijpolitieke keus, maar de meerderheid heeft wel aangegeven dat ze haar sympathie heeft laten prevaleren boven haar vaak zonder reserves uitgedragen ideologie.

Alle vijf onderschrijvers van het meerderheidsstandpunt staan bekend als voorvechters van de rechten van de deelstaten. Herhaaldelijk fluiten ze de federale overheid terug als die wetten afkondigt die wetgeving van de deelstaten buiten werking stelt.

Met de uitspraak van dinsdag geven ze hooggerechtshoven op het niveau van de deelstaat het signaal dat zij geen dekking krijgen. Het Supreme Court kort de bevoegdheden van andere federale overheidsinstellingen maar blaakt ineens van dadendrang als het de eigen oppermacht betreft. Zoals rechter Ruth Ginsburg 'zonder respect' vaststelde: ,,Als de andere leden van dit hof zo bedachtzaam waren als ze gewoonlijk zijn over ons dualistische systeem, dan zouden ze het oordeel van het hof van Florida ondersteunen.''

Van een ding kan Amerika zeker zijn: na deze uitspraak zullen de negen zich lange tijd geen conservatieve uitglijer meer durven veroorloven. En Bush hoeft bij de eerstvolgende vacature in het hof geen conservatief voor te dragen. Dat appeltje heeft de centrum-linkse meerderheid in de Senaat -met Joe Lieberman in een hoofdrol- nog wel met de nieuwe president te schillen.

mailIcon print |