DEN HAAG - De Kamer vindt dat het kabinet meer geld moet uittrekken voor allochtonen die hier al langer zijn, maar de taal onvoldoende beheersen. Die groep, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau, is groter dan werd aangenomen: geen 100000 tot 300000, maar ruim 460000.
In een brief aan de Kamer heeft minister Van Boxtel (D66, integratiebeleid) het over een 'serieus probleem'. Binnenkort buigt het kabinet zich over de vraag of meer moet worden gedaan aan taallessen voor allochtonen.
De groep om wie het gaat, is twee jaar of langer in Nederland én werkloos, opvoeder of beide. Anders dan voor mensen die sinds 1998 hier kwamen, geldt voor deze 'oudkomers' niet de verplichte inburgeringscursus. Wel krijgen zij voorrang bij vrijwillige lessen Nederlands.
Het CDA wil al langer af van dat vrijwillige karakter. Maar Verburg erkent dat een verplichting niet of amper mogelijk is voor mensen die geen beroep doen op een uitkering. Ze verwacht veel van een persoonlijke benadering van mensen. Geld is volgens haar geen probleem: Sociale Zaken houdt jaarlijks honderden miljoenen over van het budget om mensen weer aan het werk te krijgen.
Ravestein (D66) wil de cursussen vrijwillig houden. ,,Als blijkt dat daarvoor extra onderwijscapaciteit nodig is, moet die er komen.'' Noorman-den Uyl (PvdA) wijst erop dat inburgering een kwestie van lange adem is. ,,We kunnen de achterstand nooit in een keer wegwerken. Er zal langdurig geld voor moeten komen.''
Volgens Noorman geldt voor werklozen feitelijk al de verplichting om, als dat voor het krijgen van een baan nodig is, taalles te volgen. Maar volgens Verburg wordt daar in de praktijk niet de hand aan gehouden.
Rijpstra (VVD) wil de bevindingen van het SCP eerst bestuderen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.