*

 
dossier

Archief

Ooit was blank Curaçao half joods

Jeannette van Ditzhuijzen − 21/04/01, 00:00

Ontsnapt aan de inquisitie arriveerden in 1651 de eerste Portugese Joden op Curaçao. Het plantageleven beviel niet, de handel des te meer. Inmiddels is de Joodse gemeenschap niet meer weg te denken uit de lokale economie. De komende dagen herdenkt zij haar aankomst op het eiland, 350 jaar geleden.

George Maduro is ongetwijfeld de bekendste Curaçaose Jood. Alleen niemand weet dat. Want wie legt nu de connectie tussen Madurodam en deze in Dachau omgekomen verzetsstrijder? Te zijner nagedachtenis doneerden zijn ouders destijds het kapitaal voor de miniatuurstad. In Den Haag is een plein naar hem vernoemd, op Curaçao een straat.

Zoals vrijwel alle Curaçaose Joden komen de Maduro's uit Portugal. Op de vlucht voor de inquisitie vonden ze asiel in Amsterdam. Vandaar voeren in 1651 vijftig Joodse kolonisten onder leiding van João D'Yllan naar Curaçao. Daar wees de West-Indische Compagnie hun een plantage aan op de plek waar nu de raffinaderij staat.

De enige herinnering aan die eerste vestiging is Beth Haim (Huis van de Levenden), de oudste Joodse begraafplaats op het westelijk halfrond. Met fraaie graven, die door de nabijheid van de stinkende raffinaderij helaas amper nog een bezoek waard zijn. Maar René Maduro, voorzitter van de gemeente Mikvé Israel-Emanuel, vertelt dat daar verandering in komt.

Een opknapbeurt voor Beth Haim, een route langs de mooiste graven met levensgrote foto's van hoe de Portugese en Hebreeuwse inscripties eruitzagen voordat de zwaveldampen ze vrijwel onleesbaar maakten. ,,We herdenken ons 350-jarig bestaan en in deze feestweek wijden we Beth Haim opnieuw in als historisch monument.''

Drieënhalve eeuw Joodse gemeente betekent niet alleen terugkijken, benadrukt Maduro. Eén seminar komende week is gewijd aan het overleven van kleine Joodse gemeentes. ,,De kleinschaligheid is ook op Curaçao een probleem. De meeste gezinnen hebben nog maar twee kinderen. Als die voor studie van het eiland gaan en er komt er maar eentje terug, groeit de gemeenschap niet meer.''

Niet voor niets is er dan ook een speciaal jeugdproject. Al anderhalf jaar inventariseren Joodse jongeren de straatnamen op Curaçao die met de Joden te maken hebben. Maduro: ,,Dat laat zien hoe hoe belangrijk de Joodse families voor het eiland zijn.''

Vooral hun bijdrage aan de Curaçaose economie is groot. Handel en scheepvaart waren de terreinen waarop Joden al vrij snel uitblonken. Zij verlieten de plantage en trokken naar de stad, Punda, waar de synagoge uit 1732 nog steeds in gebruik is. De gemeente floreerde zo dat eind achttiende eeuw meer dan de helft van de blanke bevolking op Curaçao Joods was. Een deel waaierde uit over Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Maduro vertelt dat Curaçao zo de moedergemeente werd van een flink aantal Joodse gemeentes op het vasteland. ,,In het Venezolaanse Coro liggen veel Joden van hier begraven en in Panama heten ze nog steeds 'Curaçaose Joden'.'' Ook Sint-Eustatius nam Joden op uit Curaçao. Daar haalden zij zich de woede van de Engelsen op de hals vanwege illegale (wapen)handel met de Amerikaanse opstandelingen. In 1781 werden ze daarvoor zwaar gestraft, toen de Engelsen het eiland bezetten en hun huizen plunderden.

Zakelijke belangen en religieuze verschillen leidden in 1864 tot een schisma. Een groep liberale Joden splitste zich af en vormde de Nederlands Hervormd Israelitische Gemeente Emanu-El. Ze bouwde een eigen synagoge, de Tempel, nu in gebruik bij het openbaar ministerie. Hoewel de verschillen tussen beide gemeentes niet groot waren en er onderling werd getrouwd, duurde het honderd jaar voordat Mikvé Israel en Emanu-El weer samengingen en zich aansloten bij de Reconstructionist Foundation of America. Het orthodoxere Mikvé Israel ging akkoord met gemengde zitting in de synagoge en zou voortaan vrouwen meetellen voor het religieuze quorum. Bepaalde oude sefardische gebruiken bleven behouden.

Inmiddels was er een derde Joodse gemeente, gesticht door de asjkenazische Joden uit Oost-Europa. Zij hebben andere diensten en gewoontes en een eigen synagoge, vertelt Maduro. ,,Maar ze komen ook bij ons. Op dit moment werken we samen aan een project over de geschiedenis van de Curaçaose Joden, ook als cursuspakket voor onze Joodse school.''

Het jubileum van deze viering is van de sefardische gemeente. Maar voor heel Joods Curaçao is het feest. Ron Gomes Casseres, voorzitter van het jubileumcomité: ,,We zijn twee gemeentes met uiteraard hechte relaties.''

mailIcon print |