*

 
dossier

Archief

Cynisch

Bert Keizer − 18/01/01, 00:00

Wat is 'cynisch' nou precies? Ik hoorde laatst een verkeerde definitie: een cynicus is iemand die zich als hij bloemen ruikt afvraagt waar de kist staat. Lijkt mij een gewone pessimist. De paus zou, let wel 'zou', een cynicus zijn als hij zei: luister, ik weet natuurlijk ook wel dat het geloof niks voorstelt, maar het levert mij een hoop boeiende contacten op binnen wat je wel mag noemen een unieke behuizing.

Ik heb nog een ander voorbeeld. Enkele maanden geleden werd een hoogbejaarde tante van mij vroeg in de ochtend wakker door wat zij aanzag voor een scherpe mist in haar slaapkamer. Mist? Scherp? Dat dit rook was drong niet goed tot haar door en zij dwaalde de trap af om beneden eens te gaan kijken, waar zij in het halletje aangekomen een brandende voordeur aantrof die net door de brandweer werd stukgehakt. Brandweerlieden droegen haar naar buiten en het brandje werd geblust. Het vuur bleek aangestoken door een man, die ter plekke gearresteerd werd.

Een paar weken later ontving zij een brief van de verdachte waarin deze opvallend goed formulerend uiteenzette hoezeer het hem speet wat hij gedaan had. Hij besefte dat het ook heel anders had kunnen aflopen en dat hij haar iets vreselijks had aangedaan. Hij benadrukte het feit dat zijn lijden in geen enkele verhouding stond tot het leed dat hij mijn tante had berokkend en vroeg haar om vergiffenis voor zijn daad.

Mooi werk, dacht ik, maar doorgestoken kaart natuurlijk, daar is die man toe aangezet door zijn advocaat, dan krijg je minder straf. Want hoe gaat zoiets? En hoewel ik die wereld helemaal niet ken en nog geen requisitoir van een stukadoor kan onderscheiden meende ik toch te weten hoe cynisch de advocatuur was als het er op aankwam een verdachte vrij te pleiten. Achter het veel te beschaafde Nederlands van de foutloos gespelde brief zag ik de ijzige berekening van een toga die zijn cliënt middels dit goedkope trucje van een maniak zou veranderen in een stakkerige medemens. Daar trapte ik mooi niet in.

Op de dag dat de zaak voorkwam besloot ik naar de rechtbank te gaan. Tante wilde liever niet mee, maar ik wilde die man wel eens zien. Dacht ik.

Pas bij het binnenleiden van de verdachte, op het moment waarop mijn ogen zich zouden richten op HEM, werd ik bevangen door gêne, want de man die binnenkwam was niet de krankzinnige geheel beroete pyromaan, maar een keurig geklede zenuwachtige midden-dertiger. De rechter ondervroeg hem nauwgezet over zijn wandaden en zijn persoonlijke leven, zijn beroep, zijn vrouw, zijn pasgeboren kind en zijn vele zorgen over de nabije toekomst. Het gesprek verliep in een ontspannen sfeer. Zijn advocaat sprong niet één keer op met het striemende woord: Objection! en niemand probeerde hem met een spervuur van vragen in een hoek te drijven. Integendeel. De rechter sprak heel begripvol maar ook nauwgezet over de brandstichtingen, want het ging om meerdere gevallen, en over wat er zoal door de man heen ging in deze situaties. Ook de brief aan het slachtoffer werd even genoemd en het werd mij langzaam duidelijk dat die man elk woord daarin gemeend had. En met dat besef moest ik toegeven dat het cynisme een kleine oversteek had gemaakt en nu geheel in mijn wrange oordeel over de motieven achter de brief terecht was gekomen.

De man zat psychisch in de knoei, en nadat zijn relatie was verbroken was hij te veel gaan drinken. Het kwam dan wel voor dat hij in de nanacht, dronken en ellendig door de stad zwervend, soms zijn aansteker te lang ergens onder of bij hield. Het ging altijd om afvalcontainers of auto's tot hij op die vreselijke ochtend het huis van mijn tante in de brand stak door het gordijn door de brievenbus heen te trekken en buiten aan te steken. Hij sprak in vage termen over iets dat door de deur naar buiten stak, waar hij de vlam in zette.

Mijn gevoel was: hier is een mens in nood. Er moet geholpen worden, niet gestraft.

De openbare aanklager verpestte alles weer: zeker was meneer een pechvogel, natuurlijk had hij het moeilijk, maar het was onmiskenbaar het geval dat hij willens en wetens dat gordijn door de brievenbus naar buiten had moeten frunniken om het te kunnen aansteken. Dit was geen kwestie van ergens een aansteker bij houden. Daar kwam nog bij dat er in de periode van meneers problemen in tien weken vijfenzestig van die kleine containerbranden hadden gewoed, en sinds zijn arrestatie, zestien weken terug, twee.

Nou wist ik het niet meer, (vooral die daling van vijfenzestig naar twee), en de brief stond nu ineens weer in een kouder licht.

De eis was vijftien maanden waarvan zes voorwaardelijk, zodat hij er nog vijf van moet uitdienen. De definitieve uitspraak over de straf volgt. De definitieve uitspraak over het cynisme in de brief houdt u van mij tegoed.

mailIcon print |