De Tweede Kamer legt deze week de laatste hand aan de concessiewet. Daarin wordt geregeld dat publieke omroepen een licentie krijgen voor vijf jaar. Daarna wordt gekeken of ze aan hun tot in detail omschreven opdrachten hebben voldaan. Of zo genoeg hebben geïnformeerd, of ze voldoende vernieuwende kunsten hebben vertoond, of ze de cultuur tot op de vierkante centimeter hebben toegelicht, of ze weinig of geen sport en amusement meer hebben laten zien. En of de kijkers daar met miljoenen op af zijn gekomen.
Het is in de huidige constellatie nauwelijks meer mogelijk, maar de afgelopen dertig jaar is een aantal keren een landelijk dagblad in nood geraakt. Zodra zoiets zich aftekende, was iedere geïnformeerde burger het er gauw over eens: een vrije, onafhankelijke, pluriforme pers is een van de schragende poten onder onze democratie. Men mocht daar graag bij kijken alsof er aan de groeve werd gesproken. Wat niet zelden enige tijd later inderdaad het geval bleek te zijn geweest.
Maar vrijwel niemand haalde het in z'n hoofd om te zeggen: nou een krantje minder kan ook wel, daar gaan we niet dood aan. Of: als die kranten nou eens de columns, feuilletons, puzzels, cartoons, strips en foto's zouden afschaffen, al dat frivole werk overlieten aan de familiebladen, dan hadden ze genoeg ruimte over om de problemen het hoofd te bieden. Laat staan dat iemand op het idee kwam een staatssecretaris iemand aan te laten wijzen die ging vertellen wat de koers moest worden van de kranten, waar het op de voorpagina's over diende te gaan en hoeveel aandacht er aan sport zou mogen worden besteed.
Vreemd dat de publieke omroep nooit de positie van de dagbladen, commerciële ondernemingen nota bene met een overheidsvangnet van het Bedrijfsfonds voor de Pers er onder, heeft weten te bevechten. Sinds de Nederlandse samenleving net zo makkelijk als ontzuild werd omschreven als er tegenwoordig bij alles van vóór 1990 wordt gezegd dat het niet meer van deze tijd is, zijn de publieke omroepen in de marge gedrukt. Zonder dat het iemand iets uitmaakte wat er allemaal dreigde te worden weggegooid. Zelfs Kamerleden maken gnuivend van pret een karikatuur van publieke omroep. Die blijken zelfs ineens voorstander van een vreemd initiatief als De Nieuwe Omroep, opdat dan programma's als 'Lingo' en 'Oppassen!' naar Luxemburg zullen verdwijnen.
Maar waarom zou het medium televisie niet óók een schragende poot onder de democratie mogen worden genoemd? Het gaat per slot van rekening om een massamedium waar elke avond zo een vijf, zes miljoen mensen naar kijken. En via de wettelijke opdracht van de publieke omroep bestaat tegen de helft van de zendtijd uit informatieve programma's. Amusement heeft al lang een volstrekt ondergeschikte positie. Er valt per keer wel iets aan te merken op rubrieken als '2 Vandaag', 'Netwerk' en 'Nova' - even afgezien van de lawine aan NOS Journaals. Maar het zijn degelijke uitzendingen met informatieve kwaliteiten en met hooguit net iets te weinig opiniërende bijdragen zodat bij voorbeeld een offensief tegen de nieuwe mediawetgeving ontketend had kunnen worden.
In een programma als 'Buitenhof' zit wekelijks een gesproken column van een buitenstaander. Maar Paul Witteman schrijft wel wekelijks een column met zijn opinie in de Vara-gids. Waarom dan niet het opiniëren op de Vara-tv aan hem gegund? Of neem Fons de Poel, van de KRO-bijdrage aan 'Netwerk', bijdragen die typerend genoeg waren om hem een plaats te gunnen op de shortlist bij de verkiezing van de 'Omroepman van het jaar'. Hij werd het niet. John de Mol was de gebraden haan met 'Big Brother'.
Er wordt echter voortdurend gedaan alsof die informatieve taak zo die al bestaat slecht wordt uitgevoerd. Zie het rare offensief steeds weer tegen het NOS Journaal. Alsof het 'RTL-nieuws' volstrekt los van de kwaliteitsvraag wel zo een vaste burcht is als het journaal van de NOS. De Luxemburgse bazen van RTL vinden informatie buitengewoon gevaarlijk en onmogelijk duur. Zie waar dat bij de Duitse RTL toe heeft geleid. Daar bestaan zelfs geen deskundigen meer. Er bestaan qua informatie alleen nog misdaad en straf. En de reactie daarop van toevallige voorbijgangers ergens op straat. Het waren de Nederlandse invloeden die het serieuze nieuws van RTL 4 hebben gered, maar voorlopig. Want informatie is, hoe belangrijk vanuit maatschappelijk oogpunt, commercieel gezien hoogst onaantrekkelijk. Vooral als je het goed wilt doen. De aandeelhouders van RTL willen nu toch echt zien dat hun geld voldoende rendeert want anders beleggen ze het net zo makkelijk in it of zoiets.
De Nederlandse publieke televisie hoort bij het selecte gezelschap van de kranten als het om de informatievoorziening gaat. Hooguit kan de omroepen verweten worden die functie volstrekt onvoldoende benadrukt te hebben. Dat is logisch omdat de omroepen net zo min als de kranten samen een eenheid vormen. Landelijke dagbladen maken even veel ruzie onder elkaar als omroepen, alleen de consequenties daarvan zijn (nog) niet zo groot omdat die kranten inmiddels veilig zitten bij nog maar twee bedrijven. Moge de hoogconjunctuur nog maar even aanhouden.
Buitenstaanders weten dat het wel intelligent staat om het onderscheid tussen kranten van belang te vinden. De tijd dat iemand opmerkte dat het allemaal één pot nat is, als Ajax in de Volkskrant met 1-0 van Feijenoord wint, dan zal dat in Trouw ook wel zo zijn, ligt ver achter ons. Juist daarom is het zo vreemd dat allerlei lui de publieke omroep het liefst op één misvormde hoop gooien en dan vinden dat die rommel dan ook wel weg kan.
Die herwaardering, dat vooruit kijken naar over een jaar of vijf, met mogelijk wat minder welvaart en overdrijving van de internet-functie, zou moeten dwingen tot de gedachte dat het wel trendy maar onverstandig is om de publieke omroep in het intellectueel oninteressante keurslijf van de concessiewet te dwingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.