*

 
dossier

Archief

Aftappraktijk herinnert aan Oostbloktijd

Willem Wagenaar en Wil van der Schans − 20/01/00, 00:00

De overheid wil de mogelijkheden voor de inlichtingendienst uitbreiden om telefoongesprekken af te luisteren. Het is wrang dat de regering juist nu de Koude Oorlog voorbij is, de inlichtingendienst bijna zoveel bevoegdheden wil geven als de Oost-Duitse Stasi.

Zeer ruime bevoegdheden krijgt de opvolger van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, als het aan de regering ligt. De AIVD mag niet alleen alle telecommunicatie aftappen, opnemen en afluisteren, maar ook 'ontvangen'. Dat betekent dat ook het direct uit de lucht plukken van telecommunicatie van bijvoorbeeld gsm's onder de bevoegdheid van de dienst valt. De Tweede Kamer buigt zich deze week over de vraag of zij zich kan vinden in het voorstel.

Als het aan de regering ligt krijgt de AIVD een ongecontroleerde bevoegdheid om alle vormen van niet-kabelgebonden telecommunicatie die niet alleen over Nederlands grondgebied verloopt te laten scannen door computerprogramma's. In de praktijk zal deze bevoegdheid veel impact hebben op het berichtenverkeer via internet. De infrastructuur van internet heeft namelijk zijn zwaartepunt in de Verenigde Staten. Omdat een bericht (bijvoorbeeld een e-mail) dat internet op wordt gestuurd de minst drukke route krijgt toegewezen, is de kans groot dat ook binnen Nederland verzonden e-mails voor een internationale route kiezen. Niet uitgesloten kan worden dat dit in de toekomst ook met de telefonie gaat gebeuren, met name wanneer het gebruik van satelliettelefoons toeneemt. Al deze berichten en gesprekken kunnen, als dit artikel uit het wetsvoorstel het haalt, worden afgeluisterd.

Opmerkelijk is de manier waarop de regering zich ten behoeve van invoering van dit artikel, onder het grondwettelijke telefoongeheim tracht uit te worstelen. Omdat er bij het scannen van de telecommunicatie gezocht wordt naar identiteiten of bijvoorbeeld trefwoorden en er dus niet naar hele gesprekken wordt geluisterd, vindt de regering het telefoongeheim niet van toepassing. Volgens de regering zou het scannen eenzelfde impact hebben als een technische controle van de verbinding door de PTT: ,,In zekere zin valt deze activiteit te vergelijken met het inluisteren op telefoongesprekken teneinde vast te stellen of een verbinding goed verloopt.'' En (toeval?) juist op dit testen van de verbindingen is, volgens de toelichting op de grondwet, het telefoongeheim niet van toepassing.

Naast de uitbreiding van de aftapmogelijkheid van internationale telecommunicatie wordt ook de bevoegdheid tot het scannen van telecommunicatie binnen Nederland die niet aan de kabel is gebonden verder opgerekt. Bestond er nog enige controle op het scannen op trefwoorden doordat de minister van binnenlandse zaken toestemming moest geven voor het gebruik van deze trefwoorden, in het wetsvoorstel krijgt de minister eenmaal per jaar deze lijst ter kennisgeving aangeboden en mag de inlichtingendienst naar eigen goeddunken woorden of woordcombinaties aan deze lijst toevoegen. Niet-kabelgebonden telecommunicatie beslaat niet alleen bakkies, portofoons en mobilofoonverkeer, maar ook al het gsm-verkeer en alle gewone telefonie die ergens in Nederland door wordt gegeven via een straalzender. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor álle telefoongesprekken tussen Amsterdam en Rotterdam.

De laatste forse uitbreiding van de bevoegdheden van de AIVD betreft de mogelijkheid om afgetapte en opgevangen telecommunicatie voor een jaar op te slaan. Verder wordt er een nieuwe paragraaf aan dit artikel toegevoegd, waarin staat dat versleutelde berichten net zolang bewaard mogen worden tot de dienst ze kan ontsleutelen. Waarschijnlijk zal alleen het gebruik van cryptografie (een standaardoptie in veel internetprogramma's en volstrekt normaal bij internationale communicatie van het bedrijfsleven) al, een bericht (en dus de schrijver en ontvanger van het bericht) interessant maken voor de inlichtingendiensten.

Grote vraag is tegen wie en wanneer de grote afluistercapaciteit ingezet gaat worden en waarom zo'n ruime afluisterbevoegdheid nodig is. Een groot deel van de taken van de inlichtingendiensten is met het verdwijnen van het Oostblok vervallen. De taken die er sindsdien zijn bijgekomen, controle op bestuurlijke integriteit en bestrijding van georganiseerde misdaad, zijn niet te rijmen met het geheime, oncontroleerbare snuffelwerk van inlichtingendiensten. Juist het einde van de Koude Oorlog en de onthullingen over praktijken van de voormalige inlichtingendiensten in het Oostblok zou ook hier moeten leiden tot het ter discussie stellen van de bestaansrechts van de inlichtingendiensten. Het is bijna wrang om te beseffen dat de AIVD straks bijna net zoveel bevoegdheden heeft als de zo verguisde Oost-Duitse Stasi.

mailIcon print |