*

 
dossier

Archief

Schouten

Rob Schouten − 28/01/00, 00:00

Bij mij in de buurt, waar toevallig nogal wat dichters des vaderlands wonen, was het afgelopen woensdag erg onrustig.

Schichtig bewogen ze zich door de straten en rond de glas- en papierbakken, normaal gesproken een soort buurtcentra bij ons. Bang dat er iemand met een camera of microfoon op ze af zou komen. Doken gauw hun huizen weer in om niet gezien te worden. Ook bij Albert Heijn bespeurde ik verhoogde activiteit. Mensen die massaal aan het inslaan waren, kratjes pils, chips, om met het hele gezin de avond voor de televisie door te brengen met poëzie, die mooie, geheimzinnige kunst der woorden. Maar het werd allemaal niks. Van getuigen-deskundigen vóór de buis begreep ik dat de verkiezing van de dichter des vaderlands een allerslapst programma opleverde, maar ook in de zaal was het minnetjes. Je moet poëzielezers ook niet vragen om eerste regels van evergreens aan te vullen, en of een panel met vooral pretdichters als Driek van Wissen en Henk Spaan een goed beeld van de Nederlandse poëzie geeft is niet eens een vraag. Inmiddels hadden zich ook al tientallen dichters afgemeld voor de post van Poet Laureate (leukste: Remco Campert die geen zin had omdat 'ik er wat voor moet doen') en die het uiteindelijk werd, Gerrit Komrij, was zo nadrukkelijk tweede achter Kopland die ook niet beliefde, dat ik me kan voorstellen dat hij per huwelijk of EK met een haiku of een distichon volstaat.

Maar misschien stak er, zo filosofeerde ik onder het slappe geneuzel in het Maastheater, wel een diepere bedoeling achter het sofje van de staatstelevisie, waarin de poëzie kennelijk aan de man moest worden gebracht maar waaraan dan weer de noodzakelijke laag uitgesneden juffrouwen of Jack van Gelders ontbraken. Had Baudelaire niet al geschreven over de dichter die zich lomp als een albatros op het dek voortbewoog, uitgelachen door de omstanders, terwijl hij zich daarboven in de lucht toch zo vrij bewoog? Het kon niet anders, de verkiezing van de dichter des vaderlands en het gestoethaspel op tv illustreerde dit oude gegeven treffend. En dat de taxichauffeurs in Amsterdam door deze uitzending niet rijmend en 'Denkend aan Holland' in de armen van de ME vielen, klopte ook: 'Een tijdverdrijf voor enk'le fijne luiden.' Du Perron kreeg weer gelijk.

mailIcon print |