Zingen alsof je een lied voor de eerste keer ervaart: dat is de opdracht die de Amerikaanse sopraan Dawn Upshaw tijdens een masterclass aan haar leerlingen meegeeft.
Mezzosopraan Tania Kross beeldt met flair een Curaçaose huisvrouw uit, die met dédain een romantische film afkraakt waarin ze diep in haar hart de hoofdrol zou willen spelen. Haar handen in de zij, een smachtende blik op het publiek. Hier staat een actrice.
Na afloop klapt de Amerikaanse sopraan Dawn Upshaw het hardst van allemaal voor deze uitvoering van het lied 'What a movie' van Leonard Bernstein. ,,Wow'', is haar bewonderende reactie. Upshaw, een van de succesvolste zangeressen van de afgelopen tien jaar, gaf zondagmiddag een masterclass in het Concertgebouw in Amsterdam. Upshaw is precies het omgekeerde van een onbenaderbare diva. Gul met complimenten en bereid haar eigen tekortkomingen als voorbeeld te gebruiken, is zij de ideale leraar in een openbare les.
Zo menselijk als ze zich opstelt tegenover haar leerlingen, zo benadert ze ook de muziek. Haar doel in het zingen is de menselijke emotie over te brengen. Daarvoor moet je risico's nemen, je kwetsbaar opstellen, doceert zij. ,,Kwetsbaarheid vind ik de mooiste ervaring bij een concert.'' Bijna alle opmerkingen in haar masterclass gaan over het overbrengen van gevoelens. Spontaniteit is daarbij een eerste vereiste en tegelijkertijd het moeilijkste van het vak, aldus Upshaw. Je moet een rol niet spelen, je moet het personage zijn, vindt zij. ,,Welke emotie voel jijzelf in dit lied?'', vraagt ze dan.
Upshaw had zondag overigens opmerkelijk goede leerlingen om mee te werken. De Japanse Tomoko Makuuchi zong Samuel Barbers 'Nuvoletta' zo knap, dat Upshaw niets te verbeteren wist. Technisch perfect, zuiver tot de allerhoogste noot en ook nog fantasievol. En dat bij een tekst uit James Joyce' 'Finnigan's Wake', vol zelfverzonnen woorden. Zo goed kon ze het zelf niet, bekende Upshaw. Om het publiek een plezier te doen, moest Makuuchi het lied nog maar eens zingen, vond Upshaw.
De masterclass werd gevuld met twintigste-eeuwse Amerikaanse liederen, het repertoire waar Upshaw de meeste affiniteit mee heeft. Ook het concert dat zij zaterdagavond gaf was gewijd aan twintigste-eeuwse muziek, maar dan van Europese bodem. Het was een prachtig samengesteld programma met liederen van Ravel, Stravinsky en Szymanowski en na de pauze 'Pierrot lunaire' van Schönberg. Desondanks was de zaal maar matig gevuld. Kennelijk komt het publiek nog steeds niet af op muziek van nog geen honderd jaar geleden.
Maar de avond begon met een schitterende uitvoering door leden van het Schönberg Ensemble van de 'Conte fantastique' van André Caplet voor harp en strijkkwartet. Dit stuk verbeeldt een verhaal van Edgar Allan Poe over een groot feest dat om middernacht wordt verstoord door de verschijning van het Masker van de Rode Dood. Het intense spel van het Schönberg Ensemble riep de geheimzinnige sfeer op van een maanverlichte nacht. Door de grillige en grimmige harppartij werd het een luguber feest.
Het Schönberg Ensemble bleef de hele avond op zeer hoog niveau spelen. Upshaw deed daar niet voor onder. Ze zong de liederen voor de pauze mooi en stijlvol. Haar lichte maar warme stem leent zich uitstekend voor dit Frans-, Pools- en Russischtalige repertoire. Maar we waren natuurlijk gekomen voor 'Pierrot lunaire'. Schönberg componeerde dit stuk over een maanzieke clown in 1912 voor een actrice. De tekst moet in Sprechgesang - iets tussen spreken en zingen - worden gegoten. Het stuk vergt zang- en acteertalent, iets wat Upshaw beide heeft. Upshaw wist de juiste balans te vinden in haar 'spreekzang' en zorgde voor een mooie uitvoering, waarin we de waanzin van Pierrot en zijn gevecht met de maan en zijn eigen inbeelding voor onze ogen zagen verschijnen. Toch bleef de betovering die dit stuk kan oproepen uit. Upshaw bleef iets te veel de nuchtere zangeres en werd te weinig actrice om de sprookjesachtige sfeer van dit stuk op te roepen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.