*

 
dossier

Archief

scheepswerf

door Henriëtte Lakmaker − 27/01/00, 00:00

Arjan Dekker (23) loopt stage op reparatiewerf De Merwede.

Buiten stroomt de Beneden-Merwede. Aan de kade van reparatiewerf De Merwede in Hardinxveld-Giessendam liggen grote en kleine schepen en baggerpontons. Zij krijgen hun 'apk' of een nieuw verfje, ze worden schoongemaakt, of nagekeken op lekkende tanks. Joegoslavische werknemers bewerken de lasnaad tussen de twee helften van een Duits vrachtschip, dat niet in een keer gerepareerd kon worden.

Arjan weet alles over elk schip aan de kade. Vanaf zijn vierde jaar, toen zijn vader hem mee had genomen naar een tewaterlating, laten schepen hem niet meer los. Nu werkt hij als stagiair al vijf maanden op De Merwede. Hij doet scheepsbouwkunde, een middelbare beroepsopleiding op het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam. Hij zit in het vierde en laatste jaar. ,,Vroeger wilde ik gaan varen. Maar dan ben ik te lang van huis. Alleen als mijn vriendin mee gaat, dan doe ik het.'' Bovendien mist hij sinds zijn geboorte enkele vingers aan zijn linkerhand. Het valt niet op, zo handig is hij met papier en pen.

Pas toen de scheepsbouw weer overeind krabbelde na de crisis van eind jaren tachtig, kwam er ook weer een opleiding voor scheepsbouwkunde. Voordien zat Arjan op de mts, maar dat werd dan ook niks. Zodra hij kon stapte hij over. Zijn vader werkt voor IHC Holland, een heel grote werf. ,,Weet waar je aan begint, jongen'', zei hij tegen Arjan. ,,Het is een harde wereld.'' Het is zwaar, vies, de mentaliteit is niet misselijk, en de concurrentie is moordend. Maar Arjan is bezeten van schepen. ,,Is er een nieuwe opdracht, dan wil ik er alles van weten. Van de klant, van het laatste nieuws over het bedrijf, wat voor kleur het schip heeft.'' Hij leest over de laatste maritieme nieuwigheidjes in 'Schip, Werf en Zee' of andere vaktijdschriften. Hoe hard de branche ook moge zijn, Arjan ziet nog steeds de romantiek. Op het achterplat van zijn eindopdracht over de sleephopperzuiger prijkt een plaatje van de achtersteven van baggervaartuig 'Cornelia'. Dat is niet verplicht; dat is vakliefde.

Tegen de hal staat een golfplaten fietsenstalling. Die heeft Arjan gemaakt, in slappe tijden. In een kleine ruimte naast de hal werken de 'millimetermannen', een term van Arjan voor de productiemedewerkers die een schroefas op de millimeter nauwkeurig kunnen slijpen. Zijn stage begon met puur handwerk. Van een ijzerwerker leerde hij lassen, branden, slijpen, knijpen en buigen. ,,Uit de boeken kende ik schepen wel, maar nu zag ik hoe het er in het echt uitzag.'' Hij deed ook nog even mee met de millimetermannen, en toen ging hij 'naar binnen': het kantoortje even verderop, waar hij zich in zijn echte vak mag uitleven. Aan de hand van tekeningen berekent hij waar de tanks zitten van een zandverwerkingsponton. Deze worden met lucht geperst om de lasnaden te controleren op kwaliteit en lekkage. Dat heet een 'persplan'. Aan de tekentafel hangen schetsen voor de accommodatie van een baggerwerktuig. Arjan tekende er de wc's, bedden, douches, kombuis en kapiteinshut voor een bemanning van twaalf in.

Het is een officiële opdracht, zoals elke opdracht echt is. De meeste komen van baggermaatschappijen. ,,Wij als Merwede hebben geluk dat we veel baggerschepen hebben gebouwd, dus de klanten weten dat we kwaliteit leveren.'' Arjan lijkt eigen baas in de sobere ruimte, met als enige opluistering een kleurenfoto van, uiteraard, een schip. Maar in werkelijkheid is er één baas, de bedrijfsleider die de opdrachten binnenhaalt en verdeelt. Arjan voert strikt zijn taak uit, en bewaart grensverleggende ideeën voor later. Zijn collega's zijn goed voor hem. ,,Ik heb nooit een grote mond gekregen. En zelf heb ik me ook wel aangepast.'' Het was even wennen, na jaren in een klein klasje met gelijkgestemde jongens die wel van een beetje klieren en dollen houden. Een dag op school begint om halfnegen, een dag op de werf om kwart voor acht. Daar staat tegenover dat hij om halfvijf weer naar huis kan, een avond zonder huiswerk tegemoet. En hij krijgt betaald: zeshonderd gulden per maand, plus reiskosten.

Op de reparatiewerf zoekt hij aan de hand van tekeningen uit waar de tanks zitten, en wat daarin gaat. ,,Kijk, die waterballasttank zit aan stuurboord. Niet alles wat hij op school leert is even zinvol. ,,Al die wiskunde, die formules en berekeningetjes, die zijn bijna nooit nodig. In de praktijk improviseer je veel.'' Hij werd vanaf de eerste dag in het diepe gegooid. ,,Je zet je eigen gedachten op papier over hoe een ponton eruit kan zien of een mast van een schip. Je kijkt of het kan, nog eens overdenken, en dan de belangrijkste vraag hier: kan het niet goedkoper?'' Arjan had nog de grootste moeite met de schets van een 'bochtbok', niet te verwarren met de knikbok en de mondbok. Dat zijn de hijswerktuigen die een zuigbuis over boord zetten van een baggerschip. ,,Daarbij had ik geen goed voorbeeld, ik moest het van de bodem af zelf bedenken. Shit dacht ik, ik zit hier al een dag na te denken, ik ben niet productief.'' Terwijl ze Arjan de eerste dag al op het hart hadden gedrukt: neem er de tijd voor. ,,Ze zien vaak hoe stagiaires vaak te gretig beginnen, en dan lopen ze vast. Als ik later leiding wil gaan geven, moet ik kunnen nadenken over een vraag, en over de uitleg van een probleem.''

Hierna gaat Arjan naar de grote werf van IHC Holland waar De Merwede een onderdeel van is. Daar leert hij hopelijk leiding te geven over de bouw van een nieuw schip. Dat wil hij het liefst, en dus raadde men hem op school aan om op deze werf zijn laatste stage te lopen. Wie weet kan hij er blijven.

mailIcon print |