Moed is een deugd met oude wortels. Op het oog zijn deugden algemeen menselijk en gelden ze niet in het bijzonder voor mannen of vrouwen. Nadere beschouwing leert anders. Het klassieke begrip deugd had een sterk lichamelijke betekenis en verwees naar mannelijke kracht en flinkheid. Geleidelijk kreeg dit begrip een morele betekenis.
De voortreffelijkheid van de deugd achtte men in de oudheid voorbehouden aan (vrije) mannen. De deugd kreeg door de bepaling die Aristoteles er in zijn Ethica aan meegaf,
heroische trekken en legde een verband tussen moed en sterven op het slagveld. Volgens Aristoteles is het ergste van alle angstaanjagende dingen waarmee een dapper mens te maken kan krijgen de dood. Toch biedt die niet in alle omstandigheden een gelegenheid zich dapper te tonen: sterven aan een ziekte of op zee is niet moedig. De schoonste dood is die waarin iemand de kans krijgt om moedig te zijn, namelijk op het slagveld, dan sterft men immers midden in het grootste en schoonste gevaar. Zijn martiale visie op moed samenvattend stelt hij: 'Een dapper mens toont zijn mannenmoed daar waar hij zich kan weren of waar het edel is te sneuvelen'. Dat er voor vrouwen in deze visie op deugdzaamheid weinig plaats was spreekt voor zich.
Een moedige vrouw wordt dan bijna een tegenspraak met zichzelf. Een illustratie daarvan is de titel van het tweede deel van de biografie van de historicus Cees Fasseur over koningin Wilhelmina: 'Strijdhaftig in een vormeloze jas'. Zou de bepaling 'vormeloze jas' in een biografie over Churchill of Roosevelt denkbaar zijn of als ergerlijke toevoeging worden beschouwd? Want wat doet het ertoe wat voor jassen die mannen droegen! De bepaling 'vormeloze jas' heeft alleen betekenis in het kader van vrouwelijkheid. Van vrouwen, en van koninginnen helemaal, wordt verwacht dat ze er presentabel uitzien. De bepaling 'strijdhaftig' verwijst juist niet naar vrouwelijkheid. Van een koningin mag misschien worden verwacht dat ze geen lafaard is, maar strijdhaftig is weer het andere uiterste. Fasseurs titel drukt uit dat Wilhelmina een moedig en ferm persoon was (niet bepaald typisch vrouwelijk) hetgeen bleek uit haar onvrouwelijke kleding. Geen echte vrouw dus, maar wel een respectabel staatshoofd. Het is een dubieuze blijk van waardering, even dubieus als Churchills compliment aan Wilhelmina dat zij de enige vent in de Nederlandse regering was. Krijgshaftigheid en vrouwelijkheid zijn blijkbaar twee onverenigbare grootheden.
Toonbeelden van mannelijke moed zijn er in de geschiedenis te over, naar toonbeelden van vrouwelijke moed moet je met een kaarsje zoeken. In mijn jeugdjaren was Richard Leeuwenhart, de kruisvaarder, zo'n exempel van mannelijke moed. Een figuur die dapper als een leeuw was, moedig en onverschrokken voor het geloof streed en desnoods over lijken ging: een man met een hart als een leeuw, rolmodel voor televisiehelden als Ivanhoe en Floris.
Op zoek naar vrouwelijke personages die met Leeuwenhart te vergelijken zijn, wou mij, buiten koningin Wilhelmina, aanvankelijk weinig te binnen schieten. Het literaire personage dat ik op de katholieke meisjesschool goed heb leren kennen is Hazehart. Taalkundig is er een formele gelijkenis tussen Leeuwenhart en Hazehart, namelijk in de combinatie van een dierennaam plus het lichaamsdeel 'hart', dat staat voor het wezen van een bepaald persoon. Toch zijn de betekenis van leeuwenhart en hazehart tegengesteld. Aan de ene kant de leeuw, koning der dieren, die breed briesend de tegenstander bevecht. Aan de andere kant de haas, wiens voornaamste kwaliteit het is zich snel uit de voeten te maken, al moet de haas worden nagegeven dat die slim en zeer wendbaar is.
Hazehart werd ons als meisjes in de jaren zestig voorgeschoteld als identificatiefiguur, toonbeeld voor een deugdzaam meisjesleven. De schoolbibliotheek had er een hele serie van en in al die boekjes blonk Hazehart uit in vriendelijkheid en opofferingsgezindheid. Zij was een en al frisse opgewektheid en zette zich fluks voor iedereen in. De jongens, die pal tegenover ons op school zaten, hoefden dergelijke boeken niet te lezen. In hun schoolbieb waren De Kameleon en Arendsoog ruim op voorraad.
Nu is Hazehart nog een betrekkelijk onschuldig genre. Maar hoe staat het met de verhalen die we elkaar verder vertellen als onze nationale geschiedenis? Denk bijvoorbeeld aan de zestiende-eeuwse Kenau Simonszoon Hasselaar uit Haarlem. Toen haar stad werd bezet, zo wil de overlevering, stortte zij hoogstpersoonlijk pek uit over de hoofden van de belagers en sprak zij de troepen moed in het verzet niet op te geven. Haar dappere optreden verschafte haar bij tijdgenoten grote faam. Maar is haar naam prototypisch voor moed? Nou nee. Een vrouw die 'een kenau' wordt genoemd, krijgt geen compliment. Ze is een man-wijf, een onaantrekkelijk wezen, iemand met wie het kwaad kersen eten is.
Worden moedige vrouwen in onze geschiedenis dus niet gewaardeerd? Dat is ook weer niet helemaal waar. Nemen we een andere legendarisch moedige vrouw onder de loep, die bovendien ook in de katholieke kerkgeschiedenis is bijgeschreven, de Franse Jeanne d'Arc. Zij was een boerenmeisje dat, na enkele goddelijke visioenen te hebben ontvangen, zich persoonlijk aan het hoofd van de troepen stelde om de Franse katholieke koning weer op de troon te krijgen.
Jeanne was echter niet alleen een onversneden heldin maar tevens slachtoffer. Zij stierf op de brandstapel, naar de overlevering wil, luid biddend en religieuze liederen zingend. Jeanne is dus niet de heldin pur sang maar de geslachtofferde heldin of het heldhaftig slachtoffer. Haar surplus aan martialiteit wordt gecompenseerd door klassiek als 'vrouwelijk' bekend staande lijdzaamheid: zij stierf als een lam op de slachtbank, hetgeen het gemakkelijker maakt haar in te voegen in het ideaalmodel van vrouwelijkheid en katholieke heiligheid.
Vrouwen mogen, met andere woorden, best moedig zijn maar dan wel op hun eigen manier. De schaarse studies over vrouwen in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog weerspiegelen dat beeld. In een studie naar de sociale achtergrond en de rol van vrouwen in het verzet 1940-1945, getiteld Kinderwagens en korsetten is te lezen hoe typisch vrouwelijke attributen als kinderwagens en korsetten werden gebruikt voor het transporteren van bonkaarten en wapens. Vrouwelijkheid werd hier strategisch ingezet. Hoewel er ongetwijfeld moed voor nodig was om zulke dingen doen, dwongen deze acties van vrouwen publiekelijk minder respect af en waren minder bekend dan de acties van mannelijke verzetshelden.
Binnen vrouwenstudies theologie vind ik twee aanknopingspunten voor een kwalitatief ander denken over moed, te weten bij Mary Daly en Delores Williams.
Mary Daly, de Amerikaanse grondlegster van de feministische theologie, bracht 'moed' expliciet in verband met de situatie van vrouwen. In
Beyond God the Father (1973) ontwikkelde ze een fundamentele kritiek op de patriarchale aspecten in de christelijke kerken en theologie. Volgens Daly zijn vrouwen verstrikt in het patriarchaat. Vrouwen leven maar half, ze vegeteren ver onder de maat van hun kunnen. Ze worden gedefinieerd door wat anderen van hen verwachten, ze zijn onmondig en geestelijk lam, ze hebben een slechte economische positie, ze zijn object van seksuele exploitatie en ze zijn tweederangs in de samenleving en de kerken. Daardoor kunnen vrouwen zich niet ontplooien tot creatieve, autonome, leidinggevende en intellectuele wezens. Daly roept vrouwen op zich niet bij deze vorm van 'niet-zijn' neer te leggen maar een levensstijl te ontwikkelen met existentiële moed als belangrijkste leidraad. Dat wil zeggen de moed om een eigen 'zelf' te ontwikkelen, de moed om in te gaan tegen wat altijd van vrouwen is verwacht en geëist, namelijk dat ze gehoorzaam, dienstbaar en nederig waren. Daly verwijt het christendom dat het een passieve ethiek heeft uitgedragen van naastenliefde en autoriteitsverering, waardoor vrouwen klein zijn gemaakt en gehouden.
Vrouwen hebben vanuit Daly's optiek met elkaar gemeen dat ze lijden aan een tekort aan 'zijn', hun leven is niet ten volle verwerkelijkt, er mankeert iets aan. Uit die duiding volgt de oproep tot verandering. Moed is de sleutel tot die verandering. Het is 'moed om te zijn'.
Bij de zwarte Afro-Amerikaanse theologe Delores Williams in haar Sisters in the Wilderness (1993) zie ik aanknopingspunten voor een ander model van moed. Williams beoogt een christelijke theologie te ontwerpen waarin de beleving van Afro-Amerikaanse vrouwen niet is overgeslagen. Ook wil ze een theologisch denken dat niet, zoals bij zwarte mannelijke theologen, in het teken staat van exodus en bevrijding. Die uittocht, daar wijst Williams fijntjes op, bracht de Hebreeërs bevrijding maar ging gepaard met geweld en onderdrukking jegens de Egyptenaren over wie zeven plagen werden uitgestort. Het grote thema waarover Williams nadenkt is 'overleven'.
Williams wortelt haar theologie in de historische situatie van de Afro-Amerikaanse gemeenschap in de Verenigde Staten, een situatie van slavernij. Bevrijding was geen optie, zeker voor vrouwen en kinderen niet. Een slaaf die wegliep, werd vermoord of doorverkocht, en bovendien namen slavenhouders strafmaatregelen tegen de achtergebleven slaven. Het enig mogelijke dat er voor vrouwen (en kinderen) op zat was 'overleven' in de naakte zin van het woord. Hun geloof dat God hen nabij bleef, ook in de volkomen uitzichtloosheid, schonk de zwarte vrouwen kracht.
Williams' theologie brengt een herwaardering met zich mee voor vrouwen in hun sociale rol als moeder en grootmoeder, want in die hoedanigheid hebben de meesten dat overleven in praktijk gebracht. Moederschap was cruciaal omdat tijdens de slavernij de mannen en vaders veelal niet bij hun gezins- en familieleden woonden maar elders. Veel zwarte mannen waren op de plantages te werk gesteld. Ook verwekten slavenhouders kinderen bij zwarte vrouwen. Ze erkenden die niet en zorgden er niet voor. De moeders waren helemaal teruggeworpen op zichzelf en moesten zichzelf en hun kinderen in leven zien te houden. Nadrukkelijk wijst Williams erop dat het hier ging om het moederschap in zijn sociaal-economische gestalte, niet om een geromantiseerd moederschap.
Veel zwarte vrouwen, zo blijkt uit mondeling overgeleverde liederen, gebeden en gedichten, en ook uit meer recente romans van zwarte schrijfsters zoals Alice Walker en Toni Morrisson, hadden bij hun overleven grote steun aan het geloof. Hoe dat geloof eruit zag is niet eenvoudig vast te stellen, temeer daar schriftelijke bronnen nagenoeg ontbreken. In ieder geval was hun geloof een mengeling van christendom en elementen uit Afrikaanse religies. Ook de zwarte geloofsgemeenschap was patriarchaal en mannen waren de geestelijk leiders. Al te vaak waren zij onbekend met en onverschillig voor de beleving en het lijden van zwarte vrouwen.
In discussie met zwarte mannelijke collega's wijst Williams de uittocht uit de slavernij van Egypte af als paradigma van heil. De prijs voor de bevrijding van het Hebreeuwse volk was haar te hoog en ze kan niet instemmen met een Godsbeeld waarin God dergelijke vernietiging sanctioneert. Om die reden wil Williams het model van uittocht-bevrijding vervangen door het model overleven-kwaliteit van leven. Ze heeft daarvoor twee argumenten. Ten eerste omdat het exodusparadigma zelf weer nieuw geweld veronderstelt, zelfs legitimeert, tegen groepen mensen. Het overlevingsparadigma wil dat juist niet, omdat het uitgaat van de strijd op leven en dood van de maatschappelijk allerzwaksten. Ten tweede omdat het exodusparadigma voornamelijk een weerspiegeling is van de bestaanservaring van zwarte mannen sinds de strijd tegen de afschaffing van de slavernij begon. Zwarte mannen, met name de politieke en geestelijk leiders, zien daarin een voorafbeelding van hun eigen politieke bevrijdingsstrijd. Het overlevingsparadigma daarentegen is een weerspiegeling van de al veel langer bestaande, maar grotendeels onzichtbare en ondergewaardeerde, traditie van overleven zoals die in praktijk is gebracht door generaties van zwarte vrouwen.
Als Williams iets wil laten zien dan is het de grootsheid van het alledaagse, het wereldveranderende van de gestage, trouwe inzet van vrouwen die moed hebben gehouden in absolute hopeloosheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.