*

 
dossier

Archief

Ook dubbelvier mist de slag om het goud

Door: redactie − 27/08/01, 00:00

LUZERN - Eenmaal eerder in meer dan honderd jaar roeien op wereldtopniveau won Nederland vijf medailles bij de WK. In 1995 oogstte Oranje in Tampere twee zilveren en drie bronzen plakken. De drie zilveren en twee bronzen van Luzern 2001 hebben een iets hogere waarde dan de vijf van zes jaar geleden in Finland.

Er is reden tot tevredenheid maar er beklijft ook een wrang gevoel. Het Nederlandse roeien levert weinig kampioenen. De cijfers zijn onmiskenbaar. Slechts vijf olympische titels en zeven wereldkampioenen in 101 jaar (WK's vanaf 1962) tegen 39 zilveren en 33 bronzen medailles.

De laatste gouden WK-ploeg was de vrouwen vier-zonder van Muriel van Schilfgaarde, Femke Boelen, Rita de Jong en Elien Meijer in Indianapolis 1994. Dit was twee jaar vóór de gouden olympische race in Atlanta van de Holland Acht, een rebellenclub van oud-gedienden.

Nederland had in Luzern weer een boot voor goud. Geert Cirkel, Dirk Lippits, Diederik Simon en Michiel Bartman maakten bijna het gehele jaar grote indruk in de dubbelvier. Drie van de vier wonnen al zilver bij de Olympische Spelen van Sydney. Slagroeier Michiel Bartman, 34 inmiddels, wilde zijn imposante loopbaan afronden met WK-goud, omdat hij zilver en brons al in bezit had. Simon, ex-maat uit de Holland Acht, Lippits en Cirkel waren ideale ploeggenoten.

Op de door alle roeiers geliefde Rotsee van Luzern blonken de vier giganten van Oranje uit in serie en halve finale. Iedereen in het sterke veld kreeg er van langs, olympisch kampioen Italië en meervoudig wereldkampioen Duitsland incluis.

De finale draaide uit op een deceptie ondanks een zelden vertoonde eindsprint waarin het zilver van Sydney in het eerstvolgende WK werd geprolongeerd. Bartman vertelde: ,,Niet alles klopte. We waren het boegnummer vergeten, mochten door de vertraging pas laat de oefenbaan op en in de wedstrijd liep het niet zoals het hoorde. We kwamen net niet goed in het ritme.''

De Nederlanders liepen de eerste kilometer flinke achterstand op, zeker tegen de Duitsers Schreiber, Willms, Geisler en Hajek, die halverwege hun demarrage plaatsten. Pas in het vierde kwart kwam Oranje op toeren en werd het zilver gered. ,,Een waanzinnige race'', vond Bartman die nog niet wist of hij volgend jaar doorroeit en dan is het de vraag of dit kwartet intact blijft.

De zilveren medaille van de dubbelvier woog veruit het zwaarst. De andere vier plakken werden alle gehaald in niet-olympische nummers: zilver in de lichte skiff vrouwen (Mirjam ter Beek), zilver in de lichte twee-zonder-stuurman (Simon Kolkman en Robert van der Vooren), brons voor de vier-zonder-stuurvrouw (Christine Vink, Carin ter Beek, Anneke Venema en Femke Dekker) en brons in de lichtgewicht dubbelvier vrouwen (Mariel Pikkemaat, Maud Klinkers, Aukje Zuidema en Hedi Poot).

mailIcon print |