De Kop van de Blokslootpolder, aan de zuidkant van het Sneekermeer, loopt langzaam vol water. Naar verwachting zal in de loop van vandaag het waterpeil in de polder even hoog staan als in de boezem aan de andere zijde van de kade.
Het volstromen van de 84 hectare tellende polder is niet te wijten aan een breuk in de kade of een extreem hoge waterstand in de boezem. Het water stroomt door een (afsluitbare) inlaat die het afgelopen najaar in de kade is aangebracht. Het water blijft, zo'n twintig centimeter hoog, twee weken in de polder staan -na een week bemaling staat de Kop weer droog.
Met de inundatie van de Kop wordt een begin gemaakt met een drie jaar durend onderzoek naar onder meer de effecten op de flora en fauna van het tijdelijk onder water zetten van een polder met extensief gebruikte hooi- en weilanden. In Friesland bestaat, net als elders in Nederland, grote behoefte aan polders waar in geval van nood, bij zware regenval en extreem hoge waterstanden, in de winter het teveel aan water kan worden geborgen.
Die behoefte is deels het gevolg van de verkleining van de Friese boezem. Nu beslaat die boezem (meren, vaarten en dergelijke en kleine stukken buitendijks gebied) 13000 hectare. In 1960 was dat nog drie keer zo veel, terwijl een eeuw terug de Friese boezem 100000 hectare besloeg. Daarnaast neemt door de klimaatverandering de regenval in de winter toe (heviger buien) en voeren de rivieren meer water aan.
Staatsbosbeheer -eigenaar van de polder- wil graag meewerken aan het nieuwe waterbeheer en natuurgebieden ter beschikking stellen. Ook heeft het vorig voorjaar het initiatief voor de praktijkproef in Friesland genomen. De proef wordt uitgevoerd in samenwerking met de betrokken waterschappen, de provincie, de pachters, de vogelwacht en de wildbeheereenheid.
Maarten Brabers, directeur van Staatsbosbeheer, benadrukt dat water, zowel kwalitatief als kwantitatief, van groot belang is voor ecosytemen: ,,Wij pleiten al jaren voor een ander waterbeheer, waarmee ook het probleem van de verdroging kan worden aangepakt, maar vonden tot voor enkele jaren nauwelijks gehoor. Daarom willen we nu graag een helpende hand bieden bij het opvangen en vasthouden van water in natuurgebieden.''
Brabers waarschuwt dat daarbij niet alleen naar het oplossen van de overlast mag worden gekeken: ,,Je kunt niet zomaar alle natuur onder water zetten. Niet alle natuur leent zich daarvoor. Voedselarme systemen als natte schraallanden en vennen zijn ongeschikt vanwege de kwaliteit van het voedselrijke water dat wordt ingelaten. Je krijgt dan verruiging; méér brandnetels in plaats van rijkdom.''
Het beheer van de Kop van de Blokslootpolder is vooral gericht op weidevogels als grutto, tureluur en watersnip, maar de polder heeft ook botanische waarden, zegt Yolt IJzerman van Staatsbosbeheer Frieland. De polder bestaat uit bloemrijk, vochtig tot nat grasland, met op enkele plaatsen vegetaties met de kenmerken van een blauwgrasland en soorten als blauwe zegge, tandjesgras en spaanse ruiter.
De praktijkproef moet duidelijk maken wat de effecten zijn van het (incidenteel) onder water zetten.
IJzerman: ,,In hoeverre worden voedingsstoffen door het boezemwater aangevoerd, wat voor chemische stoffen zitten aan het slib, hoe reageert de vegetatie op de overstroming, wat is het effect op de bodemfauna? Als het water te lang blijft staan, gaan de wormen dood. Wat betekent het voor de weidevogels, hoe functioneert het als voedselgebied voor ganzen? Overleven kleine dieren als veldmuizen?''
,,Grotere dieren als reeën en hazen kunnen goed zwemmen en elders een veilig heenkomen vinden; desondanks houden we tijdens het vollopen van de polder samen met de wildbeheereenheid in de gaten of er geen wild in problemen komt. Als dat wel zo is, kunnen we een handje helpen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.