Dinsdag is het precies vijftig jaar geleden dat de Nederlandse Televisie Stichting (NTS, voorloper van de NOS) begon met uitzenden. Lezers van Trouw werden opgeroepen persoonlijke herinneringen op te halen aan hun eerste tv-ervaringen. Een greep uit de reacties.
De ouders van mevrouw Rieky van Loo-Hermsen uit Doetichem hadden in 1963 na lang wikken en wegen besloten tv te nemen. Televisie: dat was natuurlijk mooi, en hun dochter had al menigmaal bij een oom en tante genoten van Dorus. Maar anderzijds: je haalde er toch ook de wereld mee in huis. Al die narigheid, waarom zouden we het doen, had vader altijd gezegd.
Toch. Die novemberdag verheugen ze zich allemaal op de avond. Voor het eerst thuis een eigen tv! ,,Overdag hard werken, reikhalzend uitkijken naar acht uur. Hét Journaal: allemaal voor de buis. Hét Nieuws: John F. Kennedy dood!'' Zó jong, zó gelukkig: dat kon toch niet, reageerden moeder en dochter. Maar de vader was kwaad, niet op de moordenaar van Kennedy, maar op de televisie: ,,Daar heb je 't nu, 't leed van de hele wereld komt zo maar je woonkamer inrollen.''
Die vreemde, boze buitenwereld maakte vanaf het begin van de jaren zestig via de televisie steeds meer inbreuk op de veilige beslotenheid van het Nederlandse huisgezin. De Nederlandse Televisie Stichting (NTS) verzorgde al sinds 2 oktober 1951 uitzendingen. Maar jarenlang was het apparaat om financiële redenen buiten het bereik gebleven van de massa van het volk. Duizend gulden of meer kostte zo'n ding. Dat was in de jaren vijftig een kwart van het jaarinkomen van een arbeider. Maar toen kwam de loonexplosie aan het begin van de jaren zestig en de Toxopeusronde voor ambtenaren, en ziedaar: opeens begon de televisie aan een onstuitbare opmars.
Het wonderkastje veroorzaakte een revolutie in de huiskamer en met zo'n doorslaand succes, dat het eind jaren zestig allang niet meer als wonderkastje werd ervaren. Het was zo ongeveer het eerste wat je zag, als je na je geboorte je ogen opensloeg. Gewoon een stuk meubilair, niks bijzonders. Geen reden om daarover nu tegenover Trouw herinneringen op te halen. Vrijwel alle reacties van lezers komen dan ook van de oudere generatie die de jonge jaren van de televisie bewust heeft meegemaakt.
Een handvol lezers wijst er op dat de Nederlandse tv-geschiedenis verder teruggaat dan oktober 1951. Dat klopt. Tussen 1948 en '51 verzorgde Philips experimentele uitzendingen in Eindhoven en omgeving. Tv-schermen stonden opgesteld bij Philips-medewerkers thuis. De vader van H. van Ingen Schenau uit Emmeloord maakte destijds, in 1950, in zijn huiskamer een foto tijdens het kinderuurtje op woensdagmiddag (bovenin de pagina afgedrukt). De televisie bestond toen nog uit twee delen: een radio voor het geluid en een aparte televisiekast voor de beeldontvangst en het kleine scherm.
Grote evenementen staan gebeiteld in de herinneringen van die ouderen. Thuis hadden ze nog geen tv, maar in de etalages van zogenaamde radio- of elektriciteitszaken stonden vaak show-modellen opgesteld. Zo konden ze zich vergapen aan bijvoorbeeld de kroning van koningin Elisabeth van Groot-Brittannië in 1953.
Ook andere happenings zijn nauw verbonden met eerste tv-ervaringen: de eerste Eurovisie Songfestivals, de dood van paus Pius XII (1958), de begrafenis van koningin Wilhelmina (1962) en inderdaad: de moord op Kennedy.
Geld speelde een belangrijke rol bij de beslissing al dan niet een tv aan te schaffen. Maar geld of niet, soms kwam dat ding er toch. Zoals in het gezin van mevrouw Van Kleij-Rossum uit Hoogeveen, die op woensdagmiddagen tv mocht kijken bij de eigenaar van het eerste tv-toestel uit de straat: ,,Op een dag kwam ik opgetogen thuis. Hij was zo aardig geweest! Ik mocht zelfs op zijn schoot zitten tijdens het kijken. Toen herinnerde mijn moeder zich plotseling geruchten, door zijn echtgenote overigens met kracht ontkend, over een veroordeling en gevangenisstraf in verband met kinderlokkerij.'' Haar ouders schaften toen snel een televisie aan. In 1956 al.
Was er wel geld, dan konden principes de moderne tijd nog jarenlang buiten de deur houden. En dan vooral christelijke principes. Jan Smid, een goed gereformeerde jongere die woonde op een boerderij in het Friese Oudega, mocht wel films kijken, maar alleen van de Christelijke Film Actie (CFA). Meestal werden die in de kerk vertoond met een gebed vooraf en een danklied toe. Toen kwam de tv. Mocht je daar dan wel naar kijken? Bij hem thuis deed het er niet toe: daar hadden ze noch gas, noch waterleiding, noch elektriciteit. Maar in gereformeerde kring speelde de vraag volop. Bij Smids schoolvriendinnetje Gelske hadden ze wel tv. Gelske nodigde Jan Smid en zijn broer uit om naar het songfestival te komen kijken. Winnaar: Jacqueline Boyer met het liedje 'Tom Pilibi'. ,,Toen we 'savonds laat naar huis fietsten stelden mijn broer en ik vast dat het beslist geen zonde was geweest om naar televisie te kijken.''
Stichtelijke programma's werden natuurlijk ook uitgezonden. Maar dat pakte niet per se goed uit. Janni Baart zag voor het eerst tv in ongeveer 1955 bij een buurvrouw. ,,En wat zag ik? Jozef die door zijn broers in de put werd gegooid. Help! Ik ging al elke zondag naar de kerk (tweemaal) en naar zondagsschool. Thuis werd er driemaal per dag bij elke maaltijd gelezen en gebeden, en op school begon je ook al met bijbelse verhalen, versjes en bidden. Dat was meer dan genoeg en ik besloot toen dat tv niks was.'' Overigens herinneren meerdere lezers zich dat stuk van Joost van den Vondel.
Het moet in de huiskamers van de eerste tv-eigenaren in de jaren vijftig behoorlijk naar zweetvoeten hebben gestonken. Want waarover gaan de meeste brieven? Pipo de Clown, Dappere Dodo of de Verrekijker tijdens het zogenaamde kinderuurtje op woensdagmiddag. Kinderen uit de buurt mochten komen kijken, maar wel schoenen uit! En aan het eind van de uitzending terugzwaaien naar Tante Hannie (Lips).
En dan de onbeholpenheid in die eerste jaren, als er iets fout ging met het beeld. De familie Pons uit Rotterdam keek in de jaren vijftig schuddebuikend van het lachen naar de Matthüuspassion. Dat krijg je ervan, als de dirigent een eihoofd heeft.
En dan die familie uit Friesland, die om haar domheid anoniem wenst te blijven. Tv apart aangeschaft om naar een one-man-show van Toon Hermans te kijken. De hele familie is die avond uitgenodigd om te komen genieten. Wanneer het toestel wordt aangezet, staat het beeld op z'n kop. Natuurlijk: er waren knoppen om er iets aan te doen. Het toestel met de pootjes in de hoogte was ook een mogelijkheid geweest. Maar nee. Liever niet. Dan liep je maar de kans dat het beeld helemaal zwart werd. ,,Laat maar zo, dan zien we toch nog wat.'' Ze hébben Toon gezien die avond, maar wel op z'n kop.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.