Uiteindelijk blies minister Netelenbos (verkeer) de plannen voor tolpoortjes af. Ze verwacht (met vele anderen) het heil nu van het systeem van kilometerheffing, getest en goedbevonden door ex-Philips-topman Pieper. Maar ook technische oplossingen stellen vaak teleur.
Automobiliteit is in Nederland een schaars goed geworden. Een oplossing is het duurder te maken. Maar hoe organiseer je zoiets? Lange tijd leken tolpoortjes de beste papieren te hebben, maar minister Netelenbos heeft dat idee onlangs verlaten. Alle ogen zijn nu gericht op kilometerheffing of MobiMiles.
Het lijkt een mooi systeem: een in de auto ingebouwde mobiele telefoon registreert hoeveel kilometer men op welke wegen en tijden rijdt. Op sommige wegen en tijden is rijden duurder, op andere goedkoper. Een voordeel is dat het landschap niet meer wordt ontsierd door lelijke tolpoorten. Bovendien wordt sluipverkeer onmogelijk. En verder moet iedereen in dit systeem dezelfde prijs betalen voor hetzelfde goed.
Toch heb ik mijn vragen bij de hoge verwachtingen die over deze manier van rekeningrijden geuit zijn. Die doen denken aan de manier waarop nieuwe voetbalcoaches vaak worden binnengehaald. Nadat de oude coach is weggestuurd, wordt alle hoop nu gevestigd op de nieuwe man. Niet alleen wordt verwacht dat hij inzicht heeft in het voetbalspel, ook denkt men met hem een psycholoog, financieel manager en pr-genie in huis te halen! Nog voordat hij iets heeft laten zien, wordt hij de hemel in geprezen.
Datzelfde zie ik gebeuren bij het MobiMiles-systeem. Ik hoor 'deskundigen' de verwachting uitspreken dat het systeem niet alleen bruikbaar is voor rekeningrijden. We kunnen er straks ook een parkeerplaats mee vinden en betalen. We kunnen er onze zakelijke of privé-kilometers mee bijhouden en automatisch berichten ontvangen over snelheidscontroles en verkeersopstoppingen. Onze secretaresse of de Wegenwacht zullen zelfs kunnen nagaan waar we ons op enig moment bevinden. Nederland zal hiermee wereldwijd voorop gaan lopen.
Ons worden dus de allermooiste verwachtingen voorgehouden, overigens vergezeld van het dreigement dat als we niet meedoen we economisch achterop zullen raken.
In feite gaat het om 'naïeve gelovigheid' waarmee deze technologie wordt omarmd. Het lijkt er namelijk op dat velen in onze geseculariseerde samenleving op grote schaal geloof in God vervangen hebben door geloof in technologie. Waar mensen zich vroeger bij veel problemen tot God om hulp wendden, kloppen velen nu aan bij technici, zoals artsen, ingenieurs, bureaucraten, informatici en biotechnologen.
Als het gaat om gezondheid, kinder- of doodswens, voedsel, veiligheid en mobiliteit lijken zij in hen de redders uit de nood en brenger van het heil te zien, als plaatsvervanger of minstens compagnon van God. Ik ben van mening dat de god die hier vervangen wordt niet de bijbelse God is. En hoewel ik blij ben met deze ontluistering van de 'wegenwachtgod', zie ik toch wel een probleem. De seculiere heilsverwachting ten aanzien van moderne technologie bevordert namelijk dat bij de komst van een nieuwe technologie telkens een hooggespannen hype ontstaat die vervolgens weer voor onnodig veel onrust en teleurstelling zorgt.
De implementatie van zo'n technologie blijkt immers altijd lastiger te zijn dan verwacht; meestal treden negatieve neveneffecten op die verholpen moeten worden. Daardoor wordt zo'n technologie erg ingewikkeld, kwetsbaar en duur.
Ook de kosten van de MobiMiles-technologie zullen hoger worden dan nu voorspeld wordt. Niet alleen de aanschaf van het in de auto in te bouwen kastje kost veel geld, ook zal enorm geïnvesteerd moeten worden in de technische en organisatorische infrastructuur. De huidige gsm-infrastructuur kan bijvoorbeeld binnen een straal van vier kilometer nog geen onderscheid maken tussen dure en goedkope wegen (zie Trouw, 9 maart 2001). Ook zullen aanpassingen nodig zijn aan de nieuwe standaard in mobiele telefonie: UMTS.
Om de te verwachten privacy- en fraudeproblemen op te lossen zal waarschijnlijk een deel van de voorgespiegelde voordelen opgeofferd moeten worden. Bovendien is het niet uitgesloten dat al die aanpassingen en investeringen op korte termijn ingehaald zullen worden door alweer een nieuwe standaard voor mobiele communicatie. De levenscyclus van technologie wordt immers steeds korter. Dat konden we bij de tolpoortjes goed zien: voordat de experimenten van start gingen was die technologie alweer achterhaald.
Moeten we dan maar geen pogingen ondernemen om de fileproblematiek op te lossen? Dat zeg ik niet. Ik wil alleen waarschuwen tegen te veel vertrouwen in het vermogen van ingewikkelde hightech-systemen, zoals MobiMiles, om onze problemen op te lossen.
Doordat zulke systemen de neiging hebben steeds ingewikkelder te worden en daardoor kwetsbaarder en minder effectief, lopen wij thans op allerlei terreinen reeds tegen grenzen van het technisch maakbare aan.
Geluk is grotendeels niet maakbaar. Leven blijft omgeven door tekorten en onzekerheden. Inzet van nog meer technologie verandert daar niet veel aan. Niet als het gaat om mobiliteit, maar ook niet bij onze pogingen om mensen te kloneren, organen te transplanteren van dier naar mens en de landbouw vrij te houden van ziekten.
Ik ben daarom voorstander van eenvoudiger middelen en een ruimere erkenning van onvolkomenheden in het leven. Files zullen we nooit helemaal kwijtraken, ook niet met MobiMiles. We kunnen ze wel eenvoudiger verminderen met een fijnmazig netwerk van openbaar vervoer, taxi en fietspaden, het stimuleren van thuis- en regiowerkplekken, forse accijnsverhoging op benzine en sensoren die de onderlinge afstand van auto's controleren waardoor meer voertuigen per minuut van een weg gebruik kunnen maken.
Dat zijn middelen die technologisch gezien niet zo sexy zijn, maar naar ik verwacht wel zo effectief. Daarnaast pleit ik voor een secularisering van ons geloof in technologie. Minder heil verwachten van technologie zal veel onnodige teleurstelling en maatschappelijke onrust voorkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.