In de soap rond het studiehuis lijkt staatsecretaris Karin Adelmund de rol van draaitol te hebben. Maar welke suggesties leverde het onderwijs zelf eigenlijk voor verlichting van de tijdsdruk van scholieren? Als Adelmund het aan de scholen overlaat om te beslissen hoe het studiehuis wordt ingevuld trekt ze de lijn van haar voorgangster door. Decentralisatie uit verlegenheid, is dat al genoemd.
Om te zien waar de kracht van Karin Adelmund werkelijk ligt moet je terug naar 1985. Ze was net FNV-bestuurder geworden en in Amsterdam zat een zaal vol met boze havenarbeiders, die met hun werkgevers in conflict waren over arbeidsduurverkorting. Hans Pont, nét FNV-bestuurder en een keurig ambtenaarstype, sprak ze toe. De zaal keurde Pont geen blik waardig en begon al 'Rot op!' te scanderen. Wat doe je op zo'n moment? Dan trek je een blik Adelmund open.
De vakbondsvrouw beklom het podium en begon. ,,Jullie weten het hè'', zei ze, ,,een rebelse meid is een parel in de klassenstrijd''.
De zaal at verder uit Adelmunds hand.
Zo is het niet meer. Karin Adelmund, sinds 1994 PvdA-kamerlid en sinds 1997 ook partijvoorzitter, werd in augustus 1998 tot ieders verbazing tot staatssecretaris van onderwijs benoemd - niet in de laatste plaats tot haar eigen verbazing. Liever was ze minister van sociale zaken geworden, maar ze legde het af tegen PvdA-zwaargewicht Klaas de Vries. Op de Journaalbeelden van de overdracht keek ze nog wat verbetener dan toch al haar gewoonte is.
Sindsdien heeft Adelmund zonder twijfel alle jargon en alle afkortingen uit het onderwijstaaltje uit haar hoofd geleerd. Maar na de december-soap met het studiehuis - acht dagen na de grote scholierendemonstratie op 6 december schrapte Adelmund op eigen houtje tijdelijk een paar schoolvakken, wat ze na massaal protest van de scholen deze week terugdraaide - is de vraag of ze de taal werkelijk is gaan spreken, het klimaat ging aanvoelen, en of ze eigenlijk al een beetje van de bewoners van de onderwijsprovincie ging houden.
Niet dat het onderwijsveld twee zomers geleden nu zo gewend was aan een warm bad van begrip van de eigen bewindspersonen, want Adelmunds voorgangster Netelenbos was meer van het zakelijke dan van het empathische ik-kom-net-als-jullie-ook-uit-het-onderwijs-type. Maar over Netelenbos' beleidsdaden tikte in elk geval niemand zich vertwijfeld op het voorhoofd. Over Adelmunds decemberpakket wel. Een school die had gedaan wat Adelmund mogelijk maakte, zou halverwege het jaar tegen z'n docenten algemene natuurwetenschap (anw), Frans en Duits hebben moeten zeggen dat een deel van hun baan per onmiddellijk in rook opging. En tegen de ouders, dat deze school inderdaad verschilde van de school verderop in de wijk: hier kreeg je minder anw, Frans en Duits dan daar. Op zulke diversiteit zitten de scholen niet te wachten.
Maar wie uit Adelmunds strapatsen van deze winter de vraag destilleert of ze twee jaar na aantreden soms nog altijd de vreemdeling in het Jeruzalem van het onderwijs is die ze bij aantreden was, krijgt bij de mensen die met haar te maken hebben, ontkenning te horen.
Ze is open, zegt iedereen; ze is direct, ze heeft humor. ,,Dat noemt ze zelf: Rotterdamse humor. Dat is humor waarin je jezelf af en toe relativeert'', zegt drs. M. Frequin. Tot een paar weken geleden was hij directeur primair onderwijs bij OCW; nu is hij plaatsvervangend secretaris-generaal bij Justitie. Hij werkte zowel met Adelmund als met haar voorgangster, Netelenbos.
Bij aantreden toonde Adelmund vooral belangstelling voor de arbeidsvoorwaarden, omdat ,,het prachtig is als het maandagochtendhumeur van de leerkracht niet de hele week voortduurt'', zoals ze zei - Rotterdamse directheid, misschien. De pedagogische provincie liet de toespeling dat het Nederlandse onderwijs blijkbaar last heeft van humeurige leerkrachten, goedgemutst lopen: als er dan maar iets gebeurt. Enige tijd later zei ze in Vrij Nederland dat veel docenten op haar de indruk maakten dat ze nodig eens op vakantie moesten: weer zo'n bal op de man, voor een probleem in de werkomstandigheden.
,,Ja, maar hoe reageerde het onderwijsveld? Niet!,'' zegt Werner van Katwijk, voorman van de ouder-organisatie Ouders & Coo. ,,En dat zegt veel over het menstype in het onderwijs. Adelmund wekt de indruk dat ze vindt dat nogal wat mensen in het onderwijs vastgeroest zitten. Als ze zegt dat ze naar 'moderne arbeidsverhoudingen' toe wil, bedoelt ze: als die buiten het onderwijs. Maar voorlopig ontmoet ze daar bij de bonden een sarcastische houding over.''
Frequin: ,,Adelmund is vrij snel na aantreden naar de scholen en de gemeentes toe gegaan, en stond te kijken van de gemotiveerdheid van de mensen. Die vond ze overweldigend. Maar ook viel haar op dat het mensen zijn die sterk onder hun zorgen gebukt gaan. Er is veel lastig en moeilijk. Maar ze heeft wel de gedrevenheid om daar iets aan te willen veranderen.'' Frequin vindt haar ,,een enorm geëngageerd mens. Toen ze staatssecretaris werd moest ze even zien hoe de onderwijswereld in elkaar zat, maar daar kreeg ze snel een enorme verbintenis mee. Neem de scholen met veel achterstandskinderen. Hun lot trekt ze zich werkelijk aan, hun problemen probeert ze van een goed antwoord te voorzien.''
Van Katwijk heeft zich eigenlijk nogal geërgerd aan de onthutste reacties op Adelmunds eigenhandige wijzigingen van half december van het studiehuis. ,,Iederéén was er voor dat het studiehuis kwam. Daar is jaren over gepraat. Vervolgens ontstaan er problemen: leerlingen blijken het te druk te hebben. Dan verwacht je dat iederéén zich dat aantrekt, en op zoek gaat naar een oplossing. Maar dat gebeurde niet. Men wacht af. Adelmund komt vervolgens met een paar zelfbedachte dingen, ook al omdat de Tweede Kamer haar dwong snel met suggesties te komen, natuurlijk. Had ze dat niet gedaan, dan had ze ook op haar kop gekregen. Ze heeft inderdaad geen overleg gevoerd, en dat is op zich niet verstandig. Maar ik zou hebben verwacht dat het onderwijs uiterlijk 48 uur na die demonstratie met suggesties was gekomen. Dat deden ze niet. Dus de scholen hebben boter op hun hoofd. Trouwens, ze hadden jaren eerder meer stampei moeten maken dat er te weinig geld is om het studiehuis goed in te voeren.''
,,Ik denk dat het gewoon een uitglijer is geweest'', zegt C. Geuze, directeur onderwijszaken van de Besturenraad. ,,Een paar maanden eerder had ze op eigen houtje ook al iets gewijzigd aan de examens, en daar was iedereen toen tevreden over. Dus ze moet hebben gedacht: 'dat is daadkrachtig geweest en dat ging goed, dat doe ik nog maar eens'. Maar nu werkte dat niet. Ik denk niet dat ze zich dat nog eens laat gebeuren. Per slot is ze destijds begonnen met de belofte dat ze de dialoog zou zoeken.''
Vergeleken met haar voorgangster, zeggen zowel Van Katwijk als Geuze, is dat ook zo. Geuze: ,,Netelenbos wist heel erg goed waar ze uit wilde komen. Dat was meer iemand van de straffe, centrale sturing. Ze kon tegenspraak wel dulden, maar je zag om haar mond het ongeduld. Adelmund luistert toch meer. Netelenbos is tot op heden naar de Tweede Kamer toe heel erg slim geweest - die doet alles zonder enige politieke averij, nu ook weer met Schiphol. Ze is ook met een ministerschap beloond. Adelmund heeft in zekere zin gewoon pech, want toen ze de scholen zelf liet beslissen of ze vakken wel of niet schrappen, deed ze iets wat Netelenbos óók weleens heeft gedaan. Toen Ursie Lambrechts (de onderwijsspecialist van D66, red.) een paar jaar geleden in de kamer aandrong dat de invoering van het studiehuis moest worden uitgesteld, wat Netelenbos niet wilde, zei ze uiteindelijk: 'dan laten we de scholen zelf beslissen in welk jaar ze ermee beginnen'. Ik noem dat allebei 'decentralisatie uit verlegenheid'.'' Maar bij Netelenbos vond iedereen dat best, en bij Adelmund niet.''
Bij het gesteggel over het studiehuis was Frequin niet meer aanwezig, maar als hij Adelmund vergelijkt met haar voorgangster lijkt het niet of Nederland meer soaps als die met het studiehuis kan verwachten. ,,Ik heb Karin leren kennen als iemand die vooral vragen stelt en goed luistert. Tineke begon vrij snel zelf antwoord te geven, oplossingen aan te dragen.''
Wat Frequin als 'enorm geëngageerd' benoemt, baart Geuze juist een beetje zorgen. In november werden de emoties Adelmund even de baas toen het in de Kamer ging over allochtone leerlingen. Die doen het in het onderwijs beter dan tevoren en daar is veel te weinig aandacht voor, vond Adelmund.
,,Die enorme emotionele betrokkenheid die ze toen liet zien, en wat we nu met het studiehuis hebben meegemaakt, dat moet toch allemaal liever geen tweede keer gebeuren. Want we hebben per slot nog een heel traject met elkaar te gaan. De evaluatie van de basisvorming moet nog, de invoering van het voorbereidend mbo, en zo kun je doorgaan. Maar voorlopig ga ik ervan uit dat het ook geen tweede keer gebeurt,'' zegt Geuze.
Van Katwijk is sceptischer. ,,Ik ben nog aan het afwachten of je werkelijk iets aan Adelmund hebt. Het komende jaar moet dat blijken. Ik ben niet ontevreden hoor, maar de mare die haar vooruit snelde, over haar daadkracht, die zou ze onderhand eens werkelijk moeten waarmaken. Ze heeft nog weinig laten blijken van een eigen visie op het onderwijs - akkoord, ze zei bij aantreden al dat ze niet met grote vernieuwingen zou komen. Maar als de economie jaarlijks met een procent of drie groeit, dan moet er ook meer geld voor onderwijs komen. En ik zou ook die grote discussie weleens willen horen over de 'centrale positie' die ze voor ouders in gedachten had. Die discussie is nog niet eens begonnen. Dus het komende jaar moet het gebeuren. En gebeurt dat niet, dan wordt het wat mij betreft een forse onvoldoende.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.