Neem je al die problemen die je te horen krijgt niet vaak mee naar huis? Kun je het wel van je af zetten? Ben je er niet vaak nog mee bezig 's avonds, met wat je allemaal hoort?
Nee nooit eigenlijk, nee toch meestal niet. Trouwens, dat geldt ook vice versa. Van thuis gaat er niets mee naar de Riagg. De meeste gebeurtenissen blijven onder het dak waar ze me ter ore kwamen.
Behalve nu, nu ik vanaf de zesde verdieping naar beneden kijk. Vanaf die hoogte ziet men, na het afscheid, de vertrekkende cliënt weer in een heel nieuw perspectief. Daar verdwijnt dan degene van wie ik zojuist nog afscheid nam. Hij schiet weg zijn Porsche. Van de zaak? Van hem zelf? Eigen keuze of moest het van zijn vrouw, die hem zo overheerst, zo klaagde hij zojuist nog. En waar komt die jongeman vandaan, rood baseballpetje achterstevoren op zijn hoofd, die nu wegloopt, naast het meisje dat zoveel moeite heeft met haar medemensen, haar moeder, haar vriendinnen en bovenal met ,,alle mannen die tot dusver een eindje met haar mee probeerden te lopen''. Zal de honkbalpet nu iets goed gaan maken aan haar? En dat echtpaar, dat heb ik nooit meer naar buiten zien komen. Zijn ze het in de lift plotseling eens geworden: ,,Nee, laten we als redelijke mensen uit elkaar gaan''? En verlieten ze toen ieder afzonderlijk het gebouw, en beiden vonden toen een ieder hun eigen uitgang?
En nu deze man weer. In de diepte zie ik hem gaan. Geen tekst meer, alleen beweging. Beter dan daarnet nog zie ik nu hoe hij hinkt. Trouwens, die stok had hij boven beslist nog niet bij zich. En als hij in zijn invalidenautootje stapt, wordt de spijt nog groter dat het ging zoals het ging, want niets heeft deze man hier gevonden. Ook ik heb weer bijgedragen aan alle redenen die hij toch al had om boos te zijn en zich slecht behandeld te voelen door heel het leven. Het leven? Nee, door moeder die zijn homoseksualiteit niet kon accepteren en haar zinnen had gezet op het buurmeisje dat inderdaad zijn vrouw werd. Op zijn vrouw die nu weet van zijn verlangens en die niet wil dat hij 's avonds door de stad zwerft op zoek naar wat hij bijna nooit vindt, een jonge jongen om vast te houden, te beminnen in de struiken van het park. Op mij die er niets van begrijpt en voorgesteld heeft om zijn vrouw bij een gesprek te betrekken. Op de arts die na het motorongeluk zijn been niet goed gezet heeft zodat hij nooit meer goed zal kunnen lopen. En weer op mij omdat ik voor hem denk aan de vereniging van gehuwde homoseksuelen, of hij dat natuurlijk niet allang weet. Op zijn huisarts die hem seroxat voorschreef zodat hij nu zit met de bijverschijnselen en dan ben ik weer aan de beurt omdat ik hem onvoldoende handvatten geef om gelukkig te worden.
Hij ergert míj ook. Ik weet geen land met hem te bezeilen. Zolang hij binnen mijn gezichtkring is slaag ik er niet in hem te mogen. Als hij eenmaal weer daarbuiten is leef ik verder met alleen een voorstelling hem en zijn leven, waarin ik hem weer zie zwerven langs parken en paden. Dan heb ik medelijden en zin ik op een andere ingang, een nieuw perspectief dat tot een goed voornemen leidt tot op het moment dat hij mijn gezichtskring weer binnen komt.
Dat is voor twee weken later, want vaker kan hij zijn tijd niet vrijmaken - Van wat? - Ditmaal verwoordt hij weer boosheid over zijn medicijnen. Nu al vier weken neemt hij ze en nog steeds merkt hij, behalve dus de bijverschijnselen, geen effect. Ook zijn onvrede over de koffie, de invalidenparkeerplaats op te grote afstand van de deur en over mij omdat hij hier nu weer zit en waarvoor? Hij kapt ermee voor hij zich kwaad gaat maken.
Hij verdwijnt weer uit mijn gezichtskring maar nog nét aan de periferie ervan zie ik hem in de diepte gaan. Geen aanwezigheid meer, maar nog geen voorstelling ook. Net ertussenin berokkent hij mij al spijt. Als hij straks alleen nog maar voorstelling is geworden zal hij het probleem worden dat ik niet van me af kan zetten, dat ik mee zal moeten nemen naar huis, waar hij zich nog een tijdje zal installeren. Tragisch en boos.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.