*

 
dossier

Archief

Lekenrechtspraak

Willem Breedveld − 28/02/01, 00:00

Hoe is het ook alweer geregeld met onze euthanasie, waarover vooral in het buitenland zoveel te doen is? Simpel eigenlijk. Een arts hoort (of hij het ook werkelijk doet is vers twee) elk geval van hulp bij zelfdoding te melden bij een van de vijf regionale toetsingscommissies, die vervolgens aan de hand van in de rechtspraktijk ontwikkelde zorgvuldigheidseisen hun oordeel uitspreken en dat ter kennis brengen van het openbaar ministerie (OM). Dat beslist vervolgens of een zaak al dan niet wordt voorgelegd aan de rechter (meestal niet). Het is een mooie regeling die zorgvuldig handelende artsen vrijwaart van juridische rompslomp en die in twijfelgevallen dwingt tot een gang naar de rechter.

Maar dat het goed geregeld is betekent niet dat men dit in Nederland ook zo wil houden. Met name de kleinste regeringspartij, D66, was het een doorn in het oog dat het OM zo over de schouders van toetsingscommissies bleef meekijken. Artsen zouden dat onaangenaam vinden, wat voor velen van hen weer aanleiding was om in geval van euthanasie toch maar een natuurlijke doodsoorzaak op te geven. Een nieuwe wet moest dit ongerief grondiger regelen: door de zorgvuldigheidseisen in de nieuw wet op te nemen en door met behulp van een strafuitsluitingsgrond de toetsingscommissies een stevigere positie te geven. Zij mogen voortaan de zaken zelf afdoen; het OM en dus ook de rechter komen er alleen aan te pas als de commissie zelf twijfel heeft. Niet het OM maar de commissie bepaalt dus of iets wordt voorgelegd aan de rechter.

Een gewone burger concludeert uit deze gang van zaken dat zo de rechter de facto buiten spel is gezet. Nou, daar heb ik me naar het oordeel van twee Groningse rechtssociologen, Albert Klijn en Heleen Weyers, lelijk in vergist. Donderdag schreven zij op deze pagina dat dit een hoogst gratuite redenering is. De rechter houdt bij euthanasie wel degelijk een vinger in de pap. Kern van hun betoog: onder de nieuwe wet zullen de commissies hun twijfelgevallen aan de rechter voorleggen en dat zijn dezelfde twijfelgevallen die het OM onder de oude wet ook al aan de rechter voorlegde. Waar maakt die Breedveld zich druk om.

Zo lust ik er nog wel een paar. Natuurlijk zullen er onder de nieuwe wet twijfelgevallen aan de rechter worden voorgelegd en natuurlijk zullen dat meestal dezelfde zijn als onder de oude wet (hoewel, de auteurs noemen twee zaken die de commissies voortaan zelf zullen afdoen, gevallen die eerder door het OM zouden zijn behandeld). Waar het mij om gaat is of de rechter er ook nog aan te pas komt als een lekencommissie (want dat is een toetsingscommissie toch) besluit een twijfelgeval zelf af te doen. Als dat zo is betekent dit dat de rechter de vinger niet echt meer aan de pols heeft en dat zich een lekenpraktijk kan ontwikkelen waarin niet de rechter, maar een lekencommissie het laatste woord heeft. Vergelijk het met een toetsingscommissie voor beursfraude (waarin de beursmakelaar zelf zitting heeft) die zelf mag uitmaken welke gevallen zij wel of niet aan het OM meldt.

Maar, werpen mijn opponenten tegen, die lekencommissie gaat grondiger en strenger te werk dan de rechter. Ook dat zal waar zijn. Punt is echter dat deze commissie een bevoegdheid is toegekend die haar in staat stelt zelf uit te maken of iets wel of niet in strijd is met de wet. Bij mijn weten komt dat oordeel in strafrechtzaken niet aan een lekencommissie toe maar aan de onafhankelijke rechter. Het zou wat anders zijn als de wetgever besloten had euthanasie uit het wetboek van strafrecht te schrappen, wat D66 altijd al wilde. Dat ging PvdA en VVD echter te ver. Met als gevolg een halfbakken oplossing en het introduceren van lekencommissies die het gevaar in zich bergen van een hellend vlak. Let wel, ik zeg niet dat dit ook gebeurt. Ik zeg alleen dat het niet is uitgesloten. En omdat dit niet is uitgesloten, geef ik toch maar liever de voorkeur aan echte rechtspraak boven lekenrechtspraak.

mailIcon print |