*

 
dossier

Archief

Een onvermijdelijke botsing

Door: redactie − 29/09/01, 00:00

De botsing tussen de afgetreden CDA-voorzitter Marnix van Rij en fractieleider De Hoop Scheffer over de leiderspositie in de partij komt, zeven maanden voor de Kamerverkiezingen, op een ongelukkig moment. Dat stelt de partij voor de noodzaak zo snel mogelijk orde op zaken te stellen. De onduidelijkheid over het leiderschap mag niet te lang duren op straffe van een echte crisis. Het is aan het partijbestuur die duidelijkheid te scheppen.

Dat het in dit stadium zo ver is gekomen, kan zowel Van Rij als De Hoop Scheffer worden aangerekend. Zij zijn de eerst aangewezenen het belang van de partij te bewaken. Dat belang is met deze situatie niet gediend.

Van Rij had eerder de kat de bel moeten aanbinden en openheid moeten betrachten over zijn ambities, De Hoop Scheffer had meer oog en oor moeten hebben voor de bezwaren vanuit de partij tegen zijn leiderschap.

Dat beiden daar niet in zijn geslaagd, mag worden gelaakt, het geeft ook de onvermijdelijkheid van de botsing aan. Al jarenlang hoopt zich in de partijgelederen onvrede op over het fletse en benauwde leiderschap van De Hoop Scheffer, maar die onvrede bleef steeds onuitgesproken. De partij moet het dus ook zichzelf aanrekenen dat zij liet begaan.

Daardoor moest de vernieuwingsdrang van de voorzitter wel stuklopen op de politiek oude stijl, die De Hoop Scheffer belichaamt. Dat Van Rij nu op dramatische wijze op die spanning de vinger heeft gelegd, mag misschien niet de schoonheidsprijs verdienen en in dit stadium slecht uitkomen, voor de langere termijn kan het een zegen zijn. Voor die politieke moed verdient hij hoe dan ook krediet. De schoonheidsfoutjes vallen daarbij in het niet.

Deze crisis biedt het CDA de ruimte de vernieuwing van de partij en het politieke leiderschap met elkaar in lijn te brengen. Daarmee zou na zeven jaar oppositie eindelijk een eind komen aan wat, tot vervelens toe, de spagaat van het CDA wordt genoemd.

Het ligt voor de hand dat het partijbestuur Van Rij vraagt die opgave als lijstaanvoerder op zich te nemen. Daarvoor is het nodig dat hij nu onomwonden verklaart dat hij beschikbaar is.

Hij heeft a gezegd, nu behoort hij ook op overtuigende wijze b te zeggen.

mailIcon print |