Voorrangsvoertuigen van brandweer, ambulance en politie die door rood licht rijden, zouden niet harder dan met fietssnelheid een kruising moeten oversteken. Dit stelde de Amsterdamse officier van justitie mr. S. Buys gisteren in de strafzaak tegen een 53-jarige brandweerman.
Buys eiste tegen de man twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf, een boete van 1500 gulden en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden. Hij zou door onvoorzichtig rijgedrag op 30 januari vorig jaar een verkeersongeluk hebben veroorzaakt, waarbij een automobiliste gewond raakte en haar ongeboren kind overleed.
Het gerechtelijk laboratorium berekende dat de wagen op het moment van de botsing tussen de 56 en 80 kilometer per uur reed. Volgens de officier van justitie was dat te snel en had de bestuurder er onvoldoende mee gerekend dat andere weggebruikers hem niet zouden opmerken.
Buys beschuldigde de leiding van de Amsterdamse brandweer ervan dat chauffeurs de weg op worden gestuurd zonder te weten hoe zij zich in het verkeer moeten gedragen. Advocate mr. A. Röttering van de chauffeur leverde soortgelijke kritiek op de brandweeropleiding. De Amsterdamse brandweer pleitte gisteren voor landelijke verkeersrichtlijnen voor brandweer, politie en ambulance die op weg zijn naar een spoedgeval. Volgens de brandweer is er een groot 'grijs' gebied waarin de wet geen uitsluitsel geeft over het verkeersgedrag van hulpdiensten.
Uitspraak 18 januari.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.