De Stichting Museumjaarkaart (SMJ) gaat scherper controleren hoeveel bezoekers jaarlijks de deur van een museum binnenstappen met een jaarkaart in de hand. Museum De Stadshof in Zwolle heeft gefraudeerd met de kaarten. Nu overweegt de SMJ meer mensen in dienst te nemen om de gegevens die musea opgeven vaker te onderzoeken.
Toch denkt SMJ-voorlichtster C. Keijzer niet dat het gesjoemel met jaarkaarten in meer musea voorkomt. ,,In de museumwereld dénkt men niet eens aan fraude. Ons kent immers ons.''
De stichting verdeelt jaarlijks achttien miljoen gulden over 440 musea. Een jaarkaartbezoeker levert een museum 55 procent van de gemiddelde toegangsprijs op. Elke jaarkaart heeft een nummer, dat bij museumbezoek opgeslagen wordt in de kassabestanden van dat museum, voorzien van datum en tijd. SMJ controleerde de musea tot dusver door te kijken hoe vaak de vijf miljoen jaarhouders een museum bezoeken. De Stadshof liep tegen de lamp doordat een bezoeker zogenaamd 560 keer in een jaar de collectie bekeek. Fervente bezoekers met jaarkaart gaan maximaal acht keer per jaar naar een museum.
De Stichting Museumjaarkaart controleert op deze manier steekproefsgewijs sinds september 1998. Voor die tijd hadden de meeste musea andere kassa's waardoor de kaartgegevens maar een week bewaard bleven en de SMJ dus moeilijker toezicht kon houden. Volgens Keijzer bezoekt een accountant van de stichting elk jaar vele van de musea waarmee de SMJ samenwerkt. Ook houdt de stichting bij of bezoekersaantallen plots sterk stijgen en wat de oorzaak is.
Dat sommige musea misschien al twintig jaar -sinds de oprichting van de SMJ- frauderen met de museumjaarkaarten, kan de voorlichtster niet uitsluiten. Ze vindt het echter onwaarschijnlijk. ,,Het is erg moeilijk te frauderen op een manier die niet opvalt. Ieder museum weet dat we hun gegevens controleren. Wie rijk wil worden, moet een slimmere manier bedenken.''
Soms hangt de subsidie die een museum krijgt, mede af van de bezoekersaantallen die dat museum opgeeft. Zo zijn de grotere musea in Den Haag verzelfstandigd. Dat betekent dat ze geld krijgen op basis van een bedrijfsplan dat ze voor meerdere jaren maken. Een van de ijkpunten in zo'n plan is het aantal bezoekers met en zonder jaarkaart dat een museum verwacht.
In gemeenten als Zwolle, Leeuwarden en Amsterdam is het bezoekersaantal niet bepalend voor de hoogte van de subsidie. Dan zou het bedrag namelijk steeds moeten worden aangepast. De gemeentesubsidie hangt daar af van de expositieplannen en de aard en omvang van de collectie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.