*

 
dossier

Archief

Verkamman

Matty Verkamman − 08/01/00, 00:00

Het heeft even geduurd, 87 jaar om precies te zijn, maar volgende week geeft Amerika Jim Thorpe eindelijk het eerherstel dat hij verdient. Donderdag zal in Colorado Springs door het Amerikaans Olympisch Comité en de Raad van Autochtone Amerikanen posthume hulde worden gebracht aan de man, die in februari 1950 op gezag van Associated Press tot 'de grootste sportman van de eerste helft van de eeuw' werd uitgeroepen. Dat eerbetoon kon de legendarische vijf- en tienkamper nog net zelf beleven. Ook in 1950 kreeg de verarmde Jim Thorpe kanker, op 28 maart 1953 overleed hij na een hartaanval.

James Francis Thorpe werd op 28 mei 1888 in Prague, Oklahoma, geboren. Vader Thorpe was een Sac en Fox Indiaan en had ook nog wat Iers bloed in de aderen. Moeder Thorpe had een deels Franse en deels Potawatomie en Kickapoo Indiaanse achtergrond. Al vroeg bleek dat Jim voor allerlei sporten een bijzondere aanleg had. Op de scholen die hij bezocht was hij een uitblinker in American football en honkbal. In bijna alle onderdelen van de atletiek behoorde hij tot de besten en in het jaar van de Spelen van Stockholm werd hij ook nog kampioen bij het ballroom-dansen. Zijn veelzijdigheid bracht hem als vijf- en tienkamper aan de Olympische top in 1912. Hij won het goud met overmacht.

Naast zijn medailles kreeg hij van de Russische tsaar Nicolaas een met juwelen versierd kunstwerk en van de Zweedse Koning Gustav V een bronzen buste. De Koning sprak hem toe en besloot: ,,U bent de grootste atleet ter wereld.'' In Stockholm werd voor de tienkamp het puntentotaal nog op de oude manier berekend. Thorpe eindigde op 8412 punten, omgerekend naar de huidige telmethode 6564 punten. Met dat totaal zou hij op de Spelen van 1948 in Londen de Fransman Ignace Heinrich voor het zilver zijn voorgebleven.

Toen Jim Thorpe in augustus 1912 in Amerika terug keerde, werd hij op Broadway met een 'ticker-tape parade' geëerd. Een half jaartje later volgde een heksenjacht, die door de journalist Roy Johnson werd ingezet. Johnson maakte in 'The Worcester Telegram' gewag van een professioneel honkbalverleden van Thorpe. Dat waren dikke woorden voor een atleet die tussen 1909 en 1910 bij een onaanzienlijk clubje in North Carolina 25 dollar per week had verdiend. Thorpe was zich in het geheel niet bewust van een fout, maar diverse Amerikaanse sportofficials doken gretig in de kwestie; zo gretig dat menigeen concludeerde dat Amerika blijkbaar moeite had met een Indiaan als Grootste Atleet.

De Amerikaanse olympische en atletiek-leiders kwamen tot de slotsom dat Thorpe professional was. Hierna besloot het Internationaal Olympisch Comité hem uit de uitslagen van Stockholm te schrappen. Het eremetaal werd de Noor Ferdinand Bie en de Zweed Hugo Wieslander toegewezen. Zij weigerden de medailles. De Amerikaanse IOC-president Avery Brundage liet later alle mogelijkheden op een eerherstel voor Thorpe onbenut. ,,Regels zijn regels'', vond Brundage, die in 1912 als vijfkamper van de zesde naar de vijfde plaats was gepromoveerd na de straf voor Thorpe.

Als opvolger van Brundage maakte Samaranch zich wel sterk voor de rehabilitatie van Thorpe. Op 13 oktober 1982 kwam hij terug in de uitslagen, op 18 januari 1983 kregen de kinderen van Jim Thorpe de medailles terug. In het nieuwe millennium volgt het definitieve eerherstel van de man wiens Indiaanse naam Wa-Tho-Huck (Lichtend Pad) betekende.

mailIcon print |