*

 
dossier

Archief

De VVD moest kiezen: wij eruit of zij eruit

Jan Dirk Blaauw − 10/02/00, 00:00

In Europa lopen veel mensen rond met een 'bruin' verleden. Zo ook de ouders van FP & Ouml;-leider Jörg Haider. Dat Haider hun gedachten omhelst is misschien niet verwonderlijk. Blijkens zijn gedrag en zijn activiteiten op politiek terrein, lijkt hij in de voetsporen van zijn ouders te zijn getreden. Aansluiting bij de FP & Ouml; was in dat licht een logische stap.

De Freiheitliche Partei schuwt niet in te spelen op gevoelens van vreemdelingenhaat, xenofobie, angst voor het nieuwe (deelname aan de Europese Unie en de Euro bijvoorbeeld) en op het niet respecteren van rechten van minderheden. Haiders uitlatingen tekenen daarvoor. Het is duidelijk dat de FP & Ouml; - in ieder geval Haider - inspeelt op 'austrofascistische' sentimenten. Het austrofascisme is na de Tweede Wereldoorlog nooit veroordeeld om zijn aard en uitwerking.

Haider is een opportunist die ideologische kennis ontbeert, maar die wel een duidelijk gevoel heeft voor wat de kiezers graag willen horen. Zijn redevoeringen, ja zelfs zijn kleding, zijn toegesneden op het publiek; ze verschillen, al naar gelang de groep kiezers waar hij voor spreekt. De inhoud van die verschillende redevoeringen spoort niet altijd, omdat concessies aan het gehoor worden gedaan.

Vanaf zijn aantreden heeft Haider gefulmineerd tegen de rood-zwarte opdeling van Oostenrijk: de socialisten en katholieken in de SP & Ouml; en de üVP hebben alle banen verdeeld in een corporatieve samenleving, zodat zelfs de garderobejuffrouw in de Staatsoper een partijlidmaatschap moet hebben. Haider en zijn partij vormen zodoende een vluchtheuvel voor al diegenen die iets anders willen, maar niet bij de Groenen willen zijn.

Maar Haider heeft de partij ook omgevormd tot een extreem-rechtse partij, waarbij hij positieve uitlatingen over het nazi-verleden niet schuwt. De voorbeelden zijn legio. Geattendeerd op de onmogelijkheid van bepaalde uitspraken trekt hij ze overigens even makkelijk weer in. Volgens oud-algemeen secretaris Van den Berg van de VVD liggen die uitspraken op het vlak van rehabilitatie voor de Oostenrijkse Duitsers uit de Tweede Wereldoorlog. Een zekere mate van verheerlijking van die afschuwelijke tijd kan niet worden ontkend. Voor de verzetsgroepen tegen Hitler die ook in Oostenrijk aanwezig waren, heeft Haider geen goed woord over. Zijn minachting voor de Slovenen en Joden is bekend.

De partij wordt door Haider met autoritaire hand bestuuurd, liberale uitingen worden in de kiem gesmoord, verkondigers daarvan worden op een zijspoor gezet en zonodig ook de partij uitgewerkt. Hetzelfde gebeurt overigens ook met leden die er extreem-rechtse ideeën op nahouden, wanneer deze nadelig werken op het op dat moment gewenste imago.

Financieel hoeft Haider zich geen zorgen te maken en hij maakt ruimstreeks gebruik van zijn armslag: een limousine hier, een helikopter daar, nieuwe kleding, het kan allemaal niet op. De familie is vermogend, onder meer doordat ze zich, zoals documenten bevestigen, in 1939 verrijkt hebben met Joods bezit dat door de eigenaren onder dwang is afgestaan. Jörg Haider verwierf in april 1986 een kapitaal bezit van zijn oom, zodat hij thans de grootste landeigenaar van Oostenrijk kan worden genoemd.

Een erfgename van de Joodse familie waarvan het bezit werd geconfisqueerd is bekend, maar zij wilde geen juridische procedure starten, omdat zij op geen enkele wijze meer met het verleden geconfronteerd wenste te worden. De juridische cultuur die aan het einde van de jaren tachtig in Oostenrijk heerste, was ook niet aantrekkelijk om zoiets voor de rechtbank uit te vechten.

Toch is alom een nieuwe houding aangenomen ten aanzien van Joods bezit voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook Schüssel, de nieuwe kanselier van Oostenrijk, en Haider hebben - onder dwang van president Klestil - de betrokkenheid van Oostenrijk bij de wandaden van het nazidom met het ondertekenen van een document daarover erkend. Geldt dat ook ten aanzien van Joodse tegoeden? Een eerlijk Oostenrijks nationaal onderzoek zal het vermogen van Haider aantasten, zo niet wegvagen, en zal er dus wel niet van komen.

De FP & Ouml; werd na veel hangen en wurgen in 1979 lid van de Liberale Internationale (LI). Vanaf het begin was er frictie tussen de oude leden en de FP & Ouml;. Het aantreden van Haider als leider van de FP & Ouml; in 1986 en het daarop volgende nieuwe partijprogramma, leidden tot een onderzoekscommissie die naar de smaak van de VVD veel te mild rapporteerde. Algemeen secretaris Van den Berg van de VVD maakte deel uit van deze commissie; hij rapporteerde veel scherper. De VVD kwam bijna voor de keus te staan: zij eruit of wij eruit. In 1987 werd in de Liberale Internationale een stemming geforceerd om de Oostenrijkers uit te stoten, maar er werd geen meerderheid verkregen. Als net aangetreden internationaal secretaris in het VVD-bestuur heb ik toen beargumenteerd dat we een langere adem moesten hebben, om de andere delegaties te overtuigen van het niet-liberale karakter van de FP & Ouml; en van Haider in het bijzonder.

Die activiteiten leidden er in 1991 toe dat het stemrecht aan de FP & Ouml; werd ontnomen en dat de partij twee jaar de tijd kreeg om terug te keren van zijn dwalingen. In 1993 viel het doek: voordat er stemmingen werden gehouden, verklaarde de afgevaardigde van de FP & Ouml; dat de partij zich niet meer als lid beschouwde van de Liberale Internationale. Het was mijn laatste vergadering bij de LI als internationaal secretaris; een mooi geschenk aan het einde van, op dit punt, zes jaar lange jaren.

De Europese Unie, maar ook afzonderlijke landen hebben scherp gereageerd op de regeringsvorming in Oostenrijk. Tegen de achtergrond van het verleden is het duidelijk dat de VVD zeer betreurt wat er heeft plaatsgevonden. Toch is het de uitkomst van democratische verkiezingen. De beoogde beperkingen in de relatie tot Oostenrijk zijn een duidelijk signaal aan de regering in Wenen, maar ook aan alle Oostenrijkers. Wij moeten elkaar natuurlijk niet altijd de maat nemen, maar een waarschuwing tegen wat zou kunnen voortkomen uit het gedachtengoed van de FP & Ouml; en van Haider in het bijzonder, is op zijn plaats.

Het gaat er nu om de ontwikkelingen goed in de gaten te houden, zowel vanuit de Europese Unie als vanuit de Raad van Europa. De laatste heeft een speciale commissie die lidstaten doorlicht op het blijvend voldoen aan de gestelde standaarden.

Maar we moeten beseffen dat bovenmatig aanpakken van Haider, gelet op de historische reflexen van 'de Oostenrijker', ook niet-FP & Ouml;-stemmers ertoe zou kunnen bewegen achter en rond Haider te gaan staan.

mailIcon print |