Met het voortschrijden van de tijd komt ook het afscheid van de gulden en de definitieve overgang naar de euro dichterbij. Nederland, en nog tien andere Europese landen kennen de euro sinds 1 januari 1999 als giraal geld. De waarde is vastgelegd: 1 euro is 2,20371 gulden. Het is de bedoeling dat u in de overgangsperiode die tot 1 januari 2002 zal duren, de kans krijgt om te 'leren leven' met de euro. Op 1 januari 2002 breekt dan E-day los en wordt de euro ook in het dagelijks leven een feit. We krijgen euromunten en ~biljetten. Tot uiterlijk 28 januari 2002 bestaat de euro naast de gulden. Daarna is de gulden geen wettig betaalmiddel meer. Guldenmunten en ~bankbiljetten kunnen nog tot 1 januari 2003 bij banken en wisselkantoren worden ingewisseld.
Wat is nu eigenlijk het grote voordeel voor de consument? Het is geldbesparend dat er geen onderling wisselkoersrisico meer bestaat bij het wisselen van buitenlands geld uit landen die de euro hebben ingevoerd. Of u hier veel profijt van zult hebben, zal voor iedereen verschillend zijn.
Een grote angst van veel consumenten is dat de prijzen van de alledaagse boodschappen bij het omrekenen flink naar boven worden afgerond. De Europese consumentenbonden hebben echter beloofd dat zij er alles aan zullen doen om dit te voorkomen. Bovendien zijn er ook berichten dat door de toegenomen concurrentie en schaalvergroting juist het tegenovergestelde, een prijsdaling, in werking wordt gezet. In het kader hiervan, schijnen zelfs de prijzen van (internationaal goed vergelijkbare) merkartikelen al te zijn gedaald.
Anderen maken zich niet zo zeer zorgen over de prijsverhogingen, maar vragern zich af of de euro wel of niet een sterke munt zal blijken te zijn. Degenen die vrezen dat we met de euro een zwakke munt binnen halen, mogen dan graag het 'Verdrag van Maastricht' aanhalen waarin staat aan welke criteria een land moet voldoen als het aan de euro mee wil doen: die criteria zijn bepaald niet hard te noemen. Er staat bijvoorbeeld: het overheidstekort van een deelnemend land mag maximaal drie procent van het bruto binnenlands product bedragen, tenzij dat tekort voortdurend en in aanzienlijke mate afneemt. Of: de staatsschuld mag maximaal 60 procent van het bruto binnenlands product bedragen. Tenzij die verhouding in voldoende mate afneemt en in een bevredigend tempo deze referentiewaarde nadert.
Niet erg stimulerend is bovendien dat de euro momenteel sterk is gedaald ten opzichte van de dollar. Volgens anderen komt dit echter omdat de Verenigde Staten in economisch opzicht een betere performance laat zien dan de Europese landen. Zij zeggen dat het belangrijker is dat er geen geldontwaring plaatsvindt en omdat de inflatie met circa een procent zeer laag is, is de waarde van het geld in ieder geval nagenoeg gelijk gebleven
Hoe de voors-en-tegens ook luiden, feit is dat iedereen over minder dan twee jaar moet leren rekenen met de euro. Een van de belangrijkste zaken is dat u tegen die tijd snel kunt omrekenen. Daarom tot slot een kleine omrekencursus.
Euro's omrekenen naar guldens gebeurt altijd door vermenigvuldiging van het eurobedrag met 2,20371. De einduitkomst van een berekening mag worden afgerond op centen, als het derde cijfer achter de komma een 5 of hoger is, wordt naar boven afgerond, is het derde cijfer een 4 of lager, dan wordt naar beneden afgerond 6,61113 wordt dus 6,61. Bij betaling in contante guldens worden bedragen afgerond op stuivers.
Guldens omrekenen naar euro's gebeurt altijd door het delen van het guldenbedrag door 2,20371. Zeven gulden vijftig is dus 7,50 gulden:2,20371=3,403352 euro. Voor het afronden van de einduitkomst: zie 'euro omrekenen naar gulden'. Voor meer informatie: de eurolijn 0800-1521 of de eurosite www.euro.nl
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.