Lucas Buit is geen uitzonderlijk talent, naar eigen zeggen. Toch behaalde hij gisteren met het grootste gemak zijn achtste nationale titel. Bij de vrouwen zegevierde Vanessa Atkinson alweer voor de vijfde keer op rij. De glazen kooi als ivoren toren.
Het Nederlandse squash lijdt aan schizofrenie. Enerzijds koketteert het met de beste clubcompetitie ter wereld, waarin nagenoeg alle mondiale toppers acteren. Anderzijds laat de doorstroming van eigen talenten al jaren op zich wachten. Eén en één is twee, meent Buit. ,,Het wordt hoogtijd dat het geld dat nu beschikbaar is ook een beetje bij de Nederlanders terechtkomt. Jongeren moeten merken dat squash niet alleen uit investeren bestaat.''
Buit is net als zijn landgenoten sluitpost op de begroting van de clubs. Dat demotiveert, al kan de 32-jarige Amsterdammer door les te geven 'aardig' rondkomen. ,,De kampioen van Duitsland is van mijn niveau, maar verdient bij onze oosterburen vijf keer zoveel als ik. In Duitsland mag iedere club slechts één buitenlander opstellen. Als het bij ons even tegenzit, staat er niet één Nederlander in de play-offs.''
De omgekeerde wereld. De rossige kampioen windt zich buiten de lijnen meer op dan ertussen. Logisch. Het scorebord las gisteren na amper drie kwartier: 9-0 9-2 9-5. Zijn tegenstander was Ronald Cune, een leeftijdgenoot die tegenwoordig meer energie in zijn baan als administratief medewerker steekt dan in de sport. Desondanks was hij alle talenten de baas. De enige jeugdige uitdager die 'heel misschien' voor een stunt had kunnen zorgen, Tommy Berden, zat geblesseerd thuis. Oververmoeid. Tja, fysieke gesteldheid moet evenzeer een kwaliteit zijn.
In theorie is de vijver zo groot. Als geen andere sport profiteert squash van de individualisering van de samenleving. De Nederlander vindt het anno 2000 heerlijk om even een baantje te huren zonder verdere verplichtingen. Bijna anderhalf miljoen beoefenaars slaan wekelijks het balletje tegen de muur.
Niettemin heeft Vanessa Atkinson 'op dit moment minder tegenstand' dan ooit. Denise Sommers, in de nadagen van haar carrière, verzamelde welgeteld zes punten: 9-1 9-0 9-5. Een nationaal kampioenschap met twee finales die als 'verplichte nummers' werden beschouwd. Buit en Atkinson staan op eenzame hoogte, voor hoelang nog?
Squash Bond Nederland vraagt bij monde van bondscoach Babette Hoogendoorn om geduld. Drie jaar geleden is er een jeugdplan voor de jongens gekomen, vorig jaar voor de meisjes. Deze 'structurele aanpak' houdt in dat er eens per maand centraal wordt getraind. ,,Dat is te weinig, maar voorlopig is er geen geld voor meer.''
Atkinson is de regendans om sponsors inmiddels ontgroeid. Ze is 23 jaar en staat elfde op de wereldranglijst. ,,Nog tien speelsters te gaan, dat is te overzien.'' Waar zovelen faalden, slaagde zij wel. De geboren Engelse is behept met een gouden pols en 'een hoop doorzettingsvermogen'.
Het toernooi van Monte Carlo betekende afgelopen jaar haar internationale doorbraak, zegt ze. De globetrotter uit Den Haag, sinds kort getraind door de gerenommeerde Liz Irving, versloeg drie toppers van wie zij nog nooit had gewonnen. ,,Dat was vooral mentale winst. Eindelijk ging ik in mezelf geloven.''
Atkinson weigert echter het gebrek aan tegenstand binnen de landsgrenzen - waar zij zichzelf nimmer aangenaam had kunnen verrassen - als remmend op haar ontwikkeling te zien. ,,Misschien is het feit dat ik zo jong Nederlands kampioen werd juist wel motiverend geweest.''
Buit, die het internationale circuit vorig jaar vaarwel zei, noemt het matige nationale niveau daarentegen 'zijn makke'. Nooit reikte hij verder dan de 38e positie op de mondiale ranking. ,,Gezien mijn overwinningen op toptien-spelers had ik wel meer potentie in me, maar ik was niet constant genoeg. Ik heb te weinig wedstrijden kunnen spelen tegen sterkere tegenstanders.'' Dat probleem kennen de opvolgers van Buit in ieder geval niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.