Vier doden en 14 gewonden in tien dagen hebben in Israël zowel de roep om actie als om onmiddellijke terugtrekking uit Libanon weer aangewakkerd.
Premier Barak leek verleden week nog niet geneigd aan een van beide oproepen toe te geven. Hij vreesde dat escalatie in Libanon hervatting van het overleg met Syrië kan torpederen. Dat overleg is formeel opgeschort, maar achter de schermen wordt doorgepraat.
Na de nieuwe aanval zondag door de Hezbollah, de pro-Iraanse Partij van God, op een Israëlische patrouille in zuid-Libanon, is ook Barak van toon veranderd. Israël zal met harde hand terugslaan, kondigde hij aan.
Barak heeft sinds zijn aantreden als premier, afgelopen zomer, alles op alles gezet om het overleg met Syrië te hervatten. Als deel van dat overleg wil Barak ook een regeling in Libanon, waar Syrië in feite de lakens uitdeelt. Een van Baraks verkiezingsleuzen luidde dat hij voor juli 2000 'de jongens' uit Libanon zou terugtrekken. Daarbij liet hij in het midden of dit met of zonder akkoord met Syrië zou geschieden. Barak hoopte zo Syrië politiek onder druk te zetten. Want als Israël zich eenzijdig zou terugtrekken, zou Damascus de Hezbollah-aanvallen niet langer als pressiemiddel tegen Israël kunnen gebruiken.
De laatste maanden leken Baraks tactiek te rechtvaardigen. Syrië keerde terug naar de onderhandelingstafel. En in Libanon was het rustig. Volgens sommige deskundigen was het gezichtsbedrog. Israël opereerde steeds meer vanuit de lucht om de risico's te verminderen, en dat werkte. Maar dat er bij de Hezbollah-aanvallen lange tijd geen slachtoffers vielen was puur geluk, stellen zij.
Het tij is nu gekeerd. De Syriërs hebben de onderhandelingstafel - opnieuw - verlaten, en de Hezbollah heeft ineens pijnlijk raak geschoten.
De interne druk op Barak is groot. De religieus-oriëntaalse Sjas-partij, een coalitiegenoot, heeft de premier opgeroepen niet meer met Syrië te overleggen zolang Damascus de Hezbollah niet aan banden legt. Ook tal van ministers van Baraks eigen Arbeiderspartij vinden het welletjes.
Israël heeft indertijd in het zuiden van Libanon een smalle zone bezet, naar eigen zeggen om als buffer te dienen tegen de aanvallen op zijn noordgrens. Prompt werden de Israëlische soldaten in de zone zelf het doelwit van de aanvallen.
Vandaag de dag wil haast iedereen in Israël weg uit het 'Libanese moeras'. De onenigheid betreft de wijze waarop: direct eenzijdig terugtrekken; hard slaan en dan terugtrekken; of pas uit Libanon weg in het kader van een overeenkomst. De grote plus van een overeenkomst is dat Israël dan garanties kan eisen ter bescherming van zijn noordgrens. De grote min is dat het de medewerking vereist van meerdere partijen.
Volgens de krant Ha'arets zou Iran de laatste tijd de wapenleveranties aan de Hezbollah hebben opgevoerd om de spanning in Zuid-Libanon op te voeren en het Syrisch-Israëlisch overleg te torpederen. De wapens worden geleverd via Syrië. Damascus zou dit niet alleen oogluikend toestaan, maar mogelijk zelfs toejuichen. Voor de Syrische president Assad zijn de aanvallen in Libanon een troefkaart. De prijs voor rust in Libanon is simpel: Israëlische teruggave van de Golanhoogvlakte aan Syrië, tot en met de laatste centimeter. Assad zou ook rekening houden met de mogelijkheid dat er nog een minioorlog 'nodig' is voor de partijen vooruitgang boeken aan de onderhandelingstafel. In dat geval komt een sterk bewapende Hezbollah goed van pas.
Vandaar dat in Israël bijvoorbeeld de rechtse oppositieleider Ariël Sjaron fel gekant is tegen het leggen van enig verband tussen de situatie in Libanon en de besprekingen met Syrië. Hij beschuldigt Barak ervan de twee bewust te koppelen. Het volk zou nooit instemmen met een opgeven van de Golan, maar krijgt nu als lokkertje de terugtrekking uit Libanon voorgehouden. Sjaron, die in 1982 de invasie in Libanon aanvoerde, zette zondagavond op de televisie zijn voorstel uiteen: Terugtrekken. En de Libanezen en Syriërs duidelijk maken als er ook maar één Israëlische soldaat wordt geraakt hun wegen, fabrieken, hun hele infrastructuur eraan gaan!
Het journaal had die avond voor het eerst gruwelijke beelden vertoond van de eerste minuten vlak na de aanval op de Israëlische soldaten. Haast niets van de dodelijk en bloedig gewonde soldaten werd de kijker gespaard. Tot nu toe is dit soort beelden altijd sterk gecensureerd. De tv werd dan ook onmiddellijk beschuldigd van politieke bijbedoelingen: een aanzetten tot terugtrekking. 'Beelden uit de hel', noemde gisteren de krant Ma'ariev de uitzending: ,,Het dal van de Libanese hel drong gisteren de salon van meneer Israël binnen, na 18 jaar van verdringing. De man zette geheel onverdacht zijn tv aan en kreeg het slagveld te zien.''
Ook Barak keek en besefte misschien nog beter wat het collectieve onderbuikgevoel zegt: terugslaan. Over enkele dagen zal hij ook de verlate reactie registreren: de toenemende wens van het volk om daar weg te wezen.''
Ma'ariev concludeert treurig dat wat Israël ook besluit, de zondag gesneuvelde soldaat niet de laatste zal zijn. ,,De Libanese moloch, die gisteren op tv verscheen, is nog niet verzadigd.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.