*

 
dossier

Archief

Respect

Masoeme Abbrin − 31/01/00, 00:00

Een kleine serie over EER ben ik van plan. Hoewel dat natuurlijk niet zo is, lijkt eer vooral iets te zijn dat geschaad kan worden. Wat is eer? Wanneer voelt men zich in zijn eer aangetast? Sommigen denken dat verdediging van eer alleen speelt bij seksueel vreemdgaan. Dat betreft de grote aantasting van eer. Maar op geringere aantastingen van eer en kwetsuren van trots kunnen mensen uit het nabije Oosten ook met agressie reageren. Zij lijken agressief, maar worden dat hier méér, omdat ze te weinig respect ondervinden.

Vrijdagochtend ga ik altijd naar de markt in het centrum van de stad. Vroeger, in Teheran, hield ik niet van de markt. Eén keer een markt bezocht te hebben was voor mij voldoende - die drukte, dat geschreeuw, dat ordinaire gedoe en die ongewenste aanrakingen . . . Ik hoefde dat alles niet en voor mij was het na die ene keer meteen afgelopen. Maar hier heb ik de weg naar de markt gevonden en ga ik elke week naar mijn vaste kraam met aardige mensen met wie het klikt. Even praten, dan bestel ik. Als iemand van hen ziek is of een baby krijgt, vraag ik ernaar.

Meestal is het er behoorlijk druk. Op de markt komen veel allochtonen, met tassen vol. Daar, op de markt, krijg je een stukje van je verlangen vervuld: even andere allochtonen zien, even je eigen taal spreken, even in een andere wereld zijn . . .

Niet ver naast mijn vaste groenteman staat een andere groentekraam; alles netjes gestapeld. Die kooplui zien er niet vriendelijk uit, eerder een beetje nors. Soms schreeuwen ze een aanbieding. Het is er rustig. Ze hebben kennelijk weinig vaste klanten. Onlangs ging ik weer naar de markt. Die keer was het bij mijn vaste kraam erg druk en omdat ik weinig nodig had, dacht ik een keer bij die ander te gaan. Vóór mij was een buitenlander aan de beurt, Arabier dacht ik, zijn vrouw in lange kleding. Terwijl ik wat praatte met een kennis keek ik wat zij kochten. Die man wees komkommers aan en vroeg een tasje om tomaten te pakken. Ik zag hem de ene tomaat na de andere in zijn tas doen.

Ineens schreeuwde de groentevrouw: ,,Meneer, je mag niet rommelen, hè.'' ,,Mevrouw, ik rommel niet. Ik pak tomaten.'' En zij, boos, herhaalde hard: ,,U rommelt ze door elkaar. Jullie allochtonen! Wat denken jullie wel? Jullie allochtonen willen alles voor een gulden de kilo . . .'' ,,U vond goed dat ik zelf pakte'', verweerde de klant zich. Hij mopperde in de richting van z'n vrouw en ik merkte hoe hij zich in zijn eer aangetast voelde. Een Arabisch man die naast zijn vrouw vernederd wordt, voelt zich in zijn mannelijke trots gekrenkt. ,,Pak mijn jas'', zei hij boos tot zijn vrouw. Aan zijn woedende blik en zijn lichaamstaal zag ik de trammelant al aankomen. Een andere man leek hij te worden.

,,Rustig maar'', zei ik en pakte hem bij zijn arm om te laten zien dat ik het ook niet accepteerde: ,,Wacht maar even.'' Hij keek mij aan, verbaasd dat hij in zijn taal hoorde spreken. Ik vroeg de groenteman: ,,Meneer, kunt u mij helpen? Mag ik een plastic tas van u? Of liever twee?'' Daarna hield ik hem de tasjes voor en vroeg: ,,Mag ik een kilo respect en een halve kilo aardigheid voor buitenlandse klanten? Hebt u dat?'' Hij keek mij aan met een blik van: 'wat zegt u me daar?' En ik herhaalde mijn vragen. Die Arabische man was meteen de in hem gewekte agressiviteit weer kwijt, groette mij en vertrok, zonder groente. Ik ging weer naar mijn eigen groenteman die mij kilo's respect en gezelligheid biedt.

Hoe had uit 't onsympathieke gedrag van die koopman een geweldscène kunnen voortkomen? En wie zou dat dan worden kwalijk genomen? Een volgende keer laat ik zien hoe zóiets gaat.

mailIcon print |