*

 
dossier

Archief

Blangé, record met bijsmaak

Esther Scholten − 06/01/00, 00:00

Peter Blangé mag zich sinds gisteravond recordinternational noemen. De 35-jarige volleyballer speelde zijn 464ste interland en passeerde daarmee Ron Zwerver. Blij was hij niet.

De spelverdeler had liever de wedstrijd willen winnen. Nederland werd door Joegoslavië met 0-3 'de zaal uitgetimmerd'. Uitslagen vindt hij belangrijk, statistieken niet. Het is tekenend voor de sportman. ,,Ik denk dat ik de laatste gek ben die zolang voor de sport zal leven.''

Zijn woorden zijn als altijd doordrenkt met ironie, maar de ondertoon van spijt blijft hangen. Sinds zijn internationale debuut in 1984 tegen Korea werd Blangé gedreven door het heilige moeten. De inwoner van Oegstgeest vond zijn geestverwanten in het gouden team van vroeger. Nee dan zijn collega's in het huidige Oranje. Een wereld van verschil. Critici verwijten hen een te softe instelling. Ze willen nog weleens laconiek in het veld staan. Het is Blangé een gruwel, zo blijkt in Katowice eens te meer.

Ze moeten niet zo vaak zeuren over de ditjes en datjes van hun lichaam, zegt de oude meester. Zelf kampt hij met een beginnende hernia, zijn zoveelste kwaal. Dinsdagavond, fel: ,,Pijn hoort gewoon bij sport. Dat ervaar ik de laatste tien jaar al. So what? Het hoofd kan veel sterker zijn dan het gevoel. Karakter moet nu ook eens opstaan binnen ons team.''

Gisteravond na het uitvallen van Reinder Nummerdor met een rugblessure was hij gelaten, maar milder: ,,Sommigen lijken een abonnement op de ziekenboeg te hebben. Ach, niet iedereen gaat op dezelfde manier met de pijn in het lijf om.''

Toch moet hij af en toe steels naar de overkant hebben gekeken. Daar waar het hart van de Joegoslaven regeerde. Ook zij ontvingen eind vorig jaar tot hun verrassing geen wild card van de wereldbond FIVB voor de World Cup in Japan.

Zíj zijn derhalve zichtbaar gebrand op een goed resultaat in Katowice. Passie in het veld, aan die kant. Bas van de Goor wijt de nederlaag van Nederland echter aan 'het niet nakomen van de afspraken'. Oranje nam in de eerste set aanvankelijk een 8-5 voorsprong, waarop het vijf ballen op rij verprutste. ,,Dat was de ommekeer. Daarna wilde iedereen het voor zichzelf oplossen.'' Een topland straft dat af.

Het Joegoslavische volleybal behoort pas de laatste jaren tot de wereldtop. Sinds het Europees kampioenschap van 1995 veroverde het meestbesproken land van de Balkan op ieder groot kampioenschap een medaille, goud ontbreekt echter nog altijd op de palmares.

Het is een publiek geheim dat slavische volken de beste afstemming hebben tussen balvaardigheid en atletisch vermogen. Een garantie voor succes was het nooit. De verklaring voor de recente opkomst van de volleybalmannen moet gezocht worden in hun geestelijke gesteldheid.

Uitgerekend onder de moeilijkste omstandigheden presteren zij als nooit tevoren. Dat lijkt een paradox, maar is het niet. De burgeroorlog maakte paria's van ze. Van 1991 tot 1994 gold er een embargo tegen Servië, ook op sportief gebied.

Vorig jaar werden ze opnieuw geboycot tijdens de World League, vanwege de oorlog in Kosovo. Dit seizoen mogen ze weer niet deelnemen, omdat ze hun tegenstanders volgens de FIVB niet acceptabel kunnen ontvangen. Het vliegveld van Belgrado is nog niet geopend.

De ogen van aanvoerder Nikola Grbic (27) vertellen het verhaal waarom het er uiteindelijk niet toedoet dat het nationale team zich moest voorbereiden in gymzalen zonder electriciteit en verwarming. Vuur en waterlanders strijden om voorrang bij de spelverdeler van de Italiaanse club Treviso. Alle leden van de goede lichting spelen in het buitenland.

,,Wij willen altijd het maximum geven voor ons volk, want wij zijn het enige positieve in hun leven. Ik wil niet zeggen dat die wetenschap genoeg is, maar ze geeft ons grote motivatie.'' En dat was nou net datgene wat nog ontbrak. De Joegoslaven hadden de naam snel het bijltje erbij neer te gooien.

De confrontatie tussen het Midden-Europese hart en het Nederlandse hoofd gold als het sleutelduel. Toch heeft Oranje de kansen op de finale nog in eigen hand. ,,Polen en Bulgarije zijn tegenstanders waar we ons vroeger niet druk over maakten, maar tegenwoordig is iedere loting zwaar voor ons'', constateert Blangé in de herfst van zijn carrière mismoedig.

mailIcon print |