*

 
dossier

Archief

Alberda: Er is een potentie van hier tot Tokio

Johan Woldendorp − 08/01/00, 00:00

De teller staat op 251 dagen. Op 15 september, bij het begin van de Australische lente, beginnen in Sydney de eerste Olympische Zomerspelen van dit millennium. Nederland zal naar verwachting met een groep van ongeveer 250 sporters zijn vertegenwoordigd.

De beide hockeyploegen, het spring- en dressuurteam, de waterpolosters en de honkballers hebben zich op grond van internationale kampioenschappen en kwalificatietoernooien al geplaatst. Meer dan veertig individuele atleten en ploegen zijn genomineerd en zien het ticket alleen verscheurd, wanneer ze kort voor Sydney in de draaitol van een vormcrisis verstrikt raken.

Vier jaar geleden won de oranje-delegatie in Atlanta negentien medailles. ,,Eigenlijk moeten we ons schamen voor dat aantal'', zegt Joop Alberda, binnen het team de mission van NOC-NSF de technisch directeur. ,,Er is een potentie van hier tot Tokio.''

Dat wil niet zeggen dat er begin oktober een zilvervloot met een ongekend grote gouden lading het land komt binnenvaren. Op innovatief, facilitair en programmatisch gebied en in de sfeer van de begeleiding moet de Nederlandse sportwereld nog aanzienlijke stappen voorwaarts zetten om de gestelde hoge doelen te bereiken.

,,Er is sprake van een toenemende afstand tussen het Nederlandse en internationale topniveau. Kijk maar naar het voetbal'', merkt Alberda. Dat ligt aan de infrastructuur om de sporter heen, aan trainers die ronddolen in hun eigen, Nederlandse kringetje en zich daardoor internationaal onvoldoende kunnen oriënteren. De begeleidingsstaf is vaak niet toegerust op het halen van de internationale top.

,,Nederlandse topsport wordt nog te zeer beheerst door het breedtesport-denken'', vindt Alberda. ,,Nationale selecties zijn te groot. Kanslozen worden ten onrechte illusies gelaten. Ook als je praat over talentherkenning, zie je dat er wordt gewerkt volgens het concept van een brede ploeg, waaruit periodiek één groot talent naar voren komt. Dat kan efficiënter en effectiever.''

Bovengenoemde voorwaarden zijn de basis waarop het nieuwe Nederlandse topsportbeleid moet worden gebouwd. Alberda ziet zichzelf als een van de architecten. Dat proces houdt hem meer bezig dan het klaarstomen van een ploeg voor Sydney alleen. In die zin zijn de Spelen van 2004 (Athene) even dichtbij als die van down under. ,,Er heerst een discrepantie tussen kennis en uitvoering. Om de internationale top te halen moet een volleyballer dertig uur trainen. In de Nederlandse situatie blijft dat beperkt tot vier à zes keer per week. Boven het niveau van de nationale eredivisie gelden andere regels. Je hebt te maken met andere overlegstructuren en een ander collegialiteitsniveau. Ook juridisch steken zaken anders in elkaar.''

Er is permanente scholing nodig om de kwaliteit van de trainers te verhogen. ,,Daarvoor moeten we een ander traject in tijd en fasering kiezen'', vindt Alberda. ,,Vergroting van kennis moet meer geschieden door middel van personal coaching. De moderne topcoach is een leider van betrokkenheid. Hij heeft kennis van de inhoudelijke kant van de sport, maar ook van marketing en communicatie. Hij draagt kennis en kennisvelden uit. Het opleiden van zo'n man of vrouw vind ik een taak voor een olympische academie, geïnitieerd door NOC-NSF en het ministerie van VWS.''

Die kennis is óók in Nederland voorhanden. ,,Ook iemand die hier aan de top zit kan van coaches uit andere sporten leren'', zegt Alberda. Wijzend op Arie Selinger (volleybal) en Peter Müller (schaatsen, specifiek sprinten): ,,Maar soms heb je buitenlanders nodig die tijdelijk grensoverschrijdend te werk gaan. Dan moet je even het poldermodel verlaten, even stoppen met discussiëren. Hun kennis moet in Nederland worden overgedragen. Je hoort er wel voor te zorgen dat een buitenlander buitenlander blijft. Zo gauw hij Nederlands gaat denken, is zijn meerwaarde weg.''

,,Een coach'', gaat Alberda verder, ,,moet een visie hebben op de nieuwe eeuw. Hij moet zich verplaatsen in de toekomst van drie maanden verder, drie jaar verder.'' In het volleybal maakten de lange mannen en vrouwen hun opwachting, in het tennis introduceerde de gewezen honkballer Jim Courier het 'hardhitten'. ,,Stel dat je in een volleybalteam basketballers uit de NBA voor het net zet. Met hun sprongkracht wordt het volleybal compleet anders.''

Bij een topcoach en een topteam hoort een topbegeleiding, van de manager via de (para)medicus tot de klusjesman. Alberda: ,,Ik ben er voorstander van er een soort ISO-certificering op los te laten. Als je pretendeert de allerbeste sporters te willen hebben, horen daar ook de beste begeleiders bij.'' Niet alle bonden reageren daar even adequaat op. Toen ze werden uitgenodigd de al aangelegde klinkerweg naar Sydney met NOC-NSF-geld te asfalteren, zetten velen hoog in. ,,Er waren er die een inhaalslag maakten door alles op de lijst te zetten. Laat Alberda maar schrappen, is de redenatie. Ik deel liever de verantwoordelijkheid.''

De technisch directeur begon in 1997 met vijf ton. Performance 2000 beschikt over een budget van dertig miljoen. Voor Athene wordt het dubbele daarvan uitgetrokken. Alberda is bang dat dat geld hem zo door de vingers glipt. ,,Dat gevaar bestaat als Performance echt een succes wordt en project in structuur verandert. Dan is het model zo gemakkelijk te transformeren, dat heel NOC-NSF onder Performance kan vallen. Dan treedt er vervuiling op. Breedtesport dient zijn eigen producten te definiëren, met een eigen, marketingconcept.''

mailIcon print |