*

 
dossier

Archief

Belastingplan 21ste eeuw nekt jonge boeren

Johan Bouma − 11/01/00, 00:00

Kok en de zijnen begonnen zo goed. In het regeerakkoord was opgenomen dat de mogelijkheden voor verlichting van overname van bedrijven onderzocht moesten worden. Als organisatie van jonge boeren en tuinders waren wij verheugd met dit bericht. Het was erkenning van de problemen die ontstaan bij overdracht van bedrijven. Met name in de agrarische sector is bedrijfsovername een moeilijk en langdurig proces.

Hoge overnamesommen en een lage rentabiliteit van de sector zorgen ervoor, dat overname eigenlijk alleen mogelijk is als de opvolger een lange tijd in maatschap met zijn of haar ouders de onderneming drijft. Daarnaast moeten dan veel lagere overnameprijzen gehanteerd worden ten opzichte van de prijzen op de vrije markt. Als de ouders geen boerderij bezitten is het compleet uitgesloten in Nederland boer te worden. Deze periode van maatschap duurt vaak langer dan tien jaar, en zorgt voor vele sociale spanningen tussen generaties. Ook wordt de broodnodige vernieuwing van het platteland er vaak door gefrustreerd. In deze maatschapsperiode moet de opvolger eigen vermogen bij elkaar sparen, zodat de mogelijkheid gecreëerd wordt dat de rest van de overnamesom bij de bank geleend kan worden. In deze periode moet het bedrijf ook twee gezinnen een inkomen verschaffen. Zie hier het probleem in een notedop. Alle reden dus om regelingen op te zetten die deze overnametijd verkorten of die opvolger financieel vaster in het zadel helpen.

Met de mond is dit gemakkelijk beleden, maar in de praktijk is deze kabinetsperiode nog niets ondernomen om overname in de agrarische sector te verlichten. En we hadden nog zulke goede hoop, want de vorige kabinetsperiode hadden we goede ervaringen met staatssecretaris Vermeend. Toen hebben we met hem de 'Tante Agaath'-regeling ontworpen. Hiermee kun je als starter goedkoper geld lenen. Een succes, want praktisch alle startende of overgenomen bedrijven maken er gebruik van. Door dezelfde Vermeend wordt deze regeling nu vakkundig (maar waarschijnlijk onbewust) om zeep geholpen.

Als jonge-boerenorganisatie zitten we boordevol ideëen over hoe je bedrijven een goede start zou kunnen geven, maar tot nog toe krijgen we alleen maar lange verhalen waarom alle ideëen niet kunnen. Verlichting van bedrijfsovername zou echter veel meer prioriteit moeten krijgen. Dit zou veel meer effect op vernieuwing van het platteland hebben, dan welk ad-hoc subsidiepotje dan ook.

Tot nog toe zijn we alleen maar bezig geweest verzwaringen van ons af te houden. De inkt van het regeerakkoord was nog niet droog, of ambtenaren van het ministerie van Financiën besloten in al hun wijsheid, dat landbouwgrond in het vervolg tegen vrije waarde moest worden overgenomen in plaats van de veel lagere verpachte waarde. Dit is een compleet onmogelijke zaak. De vrije waarde is drie keer zo hoog als de verpachte waarde. De vrije waarde is zo hoog, omdat deze voor een groot deel bepaald wordt door grondclaims van buiten de landbouw.

Anderhalf jaar lang, onder druk van de Tweede Kamer, zijn we bezig geweest ambtenaren te overtuigen. Pas toen we op het niveau van de directeur-generaal van het ministerie beland waren, brak de zon door. Al die tijd is er geen enkel bedrijf met landbouwgrond in de agrarische sector overgenomen. Ze hebben wel wat goed te maken, zou je denken. Maar nee, nu krijgen we het Belastingplan voor de 2lste eeuw over ons heen.

Dit plan is goedbedoeld, alle lof, maar bedrijfsovername is wél het kind van de rekening. Door dit plan moeten de ouders van een doorsnee bedrijf al snel meer dan 40 000 gulden extra belasting betalen bij bedrijfsovername. Hierdoor moeten de ouders méér voor het bedrijf vragen, willen ze uiteindelijk op hetzelfde uitkomen (wat bij overdracht naar de kinderen toe echt nog geen vetpot is.) Ook verloopt bij dit Belastingplan de opbouw van het eigen vermogen in de maatschapsperiode moeizamer en word je tijdens je maatschapsperiode minder snel als ondernemer aangeduid.

En dan onze geliefkoosde 'Tante Agaath'-regeling. Vermogen wordt in het nieuwe plan minder zwaar belast. De 'Tante Agaath'-regeling is gestoeld op een vrijstelling van die belasting. Het voordeel wat overblijft is straks zo klein, dat in ieder geval de Agaathfondsen bij de banken opdrogen. Juist aan deze fondsen is veel behoefte bij starters (overnemers) in de agrarische sector.

Samen met Vemeend willen we graag kijken hoe we deze negatieve effecten weg kunnen nemen en hoe we de systematiek van het Belastingplan toch overeind kunnen houden. Rasechte diplomaten zouden zeggen: 'Hoe kunnen we een win-win situatie creëren'. Wij zeggen liever: 'Laten we dit varkentje even wassen'.

Ons betoog schept misschien een negatief beeld van de financiële positie van de agrarische sector. Het is echter absoluut niet aangedikt of slechter voorgesteld dan in werkelijkheid het geval is.

Onze financiële positie brengt met zich mee dat er soms weerstand bij boeren is tegen alle eisen die de maatschappij aan de productiewijzen stelt. Binnen onze organisatie van jonge boeren is hier echter geen enkele twijfel over. Deze eisen zien wij als randvoorwaarden om te overleven als boer. Ja, zelfs als belangrijke toegevoegde waarde. Wat we wel als probleem zien, is dat deze eisen vaak opgesteld worden door mensen die geen flauw idee van de uitwerking hebben, maar die tegelijkertijd voor liberalisering van de landbouw pleiten. Toch zijn er ook in deze tijd talloze jonge jongens en meiden, die ervoor gáán om boer of boerin te worden. Want geld stuurt gelukkig nog niet alles.

mailIcon print |