Milieurechercheur John van Hal weet het eigenlijk al voordat hij zijn decibelmeter aanzet. Ook de boot vol als duivels verklede, vrolijk dansende mannen rond een zingende travestiet die langs zijn stek aan de Prinsengracht vaart, zal de geluidsnorm van 85 decibel niet overschrijden. 83, meet hij met het blote oor, en de meter geeft hem gelijk. Van Hal staat dan al een uur langs de route.
Zijn collega Anette Fritz klimt tezelfdertijd op een elektriciteitskastje om een boot waarop mannen in gekleurde zwembanden een dansje uitvoeren, beter te kunnen bekijken. 'Dit is leuk!' Van Hal grapt: ,,Het spijt me, meneer Patijn, maar we kunnen geen overtreders vinden.''
Niet dat burgemeester Patijn zich persoonlijk heeft bemoeid met de vergunning van de vijfde Canal Parade, de grachtentocht tijdens het jaarlijkse Gay Pride, of dat Van Hal directe opdrachten van de burgemeester uitvoert. Van Hal refereert aan het 'Patijnisme': het strenge regime dat een einde maakte aan de gedachte dat in Amsterdam alles zomaar kan. Sinds Patijn moeten straatmuzikanten een vergunning hebben, controleert de Milieudienst geregeld of horeca-gelegenheden niet te luid muziek draaien, is openbare anale seks tijdens een optocht verboden en moet men zich bij evenementen houden aan geluidsnormen.
Steeds stengere geluidsnormen, vermoedt de organisatie. Vorig jaar mochten de schepen 85 decibel produceren, gemeten bij de gevels van de woningen. Dit jaar zou er, na klachten van bewoners, ook worden gemeten op woonboten langs de route.
Het gerucht alleen al viel bij de organisatie verkeerd. Amsterdam wordt op deze manier een kleingeestig dorp waar een homofeest geweerd wordt, riep men in alle kranten, hoewel tegelijk dankbaar gebruik werd gemaakt van een gemeentelijke subsidie van 25000 gulden.
John van Hal en Anette Fritz van de Milieudienst hadden dit weekeinde de ondankbare taak van het decibelmeten. Gemeten wordt na klachten van bewoners, maar ook zomaar langs de route van de Canal Parade. Ze dragen beiden een mobiele telefoon om zo snel mogelijk op incidenten te kunnen reageren. Staat de muziek te hard, dan wordt de politie te water gewaarschuwd die op zijn beurt een waarschuwing uitdeelt aan het betreffende schip, en als het nodig is bekeurt. ,,We kijken niet op een decibelletje'', zeggen ze tevoren. Want zeg nou zelf: is het niet prettiger voor iedereen als zo'n evenement een beetje gemoedelijk verloopt? Als de politie niet bij ieder wissewasje met papieren gaat zwaaien?
Het dagelijks werk van het tweetal bestaat uit het controleren van de 2060 horeca-gelegenheden in de binnenstad op hun geluidsemissie, dus ze weten hoe ze het aan moeten pakken. ,,Wat is dat nou?'', vragen nieuwsgierigen langs de route als ze de meter zien en dan neemt Fritz ze in de maling. Ze zegt dat het apparaat haar mobiele telefoon is, of: ,,Ik heb een nieuwe hobby. Ik meet.''
Intussen meet het tweetal, boot na boot na boot, om steeds opnieuw te constateren dat het lijkt alsof de installaties erop zijn afgesteld: een enkele piek bereikt de 85,4 decibel, maar het meeste zit eronder. Behalve dan, inderdaad, op de woonboten. De bewoners daarvan moeten daadwerkelijk meer lawaai verduren, begreep Van Hal na een enkele meting op zo'n schip. Maar daarentegen zaten die ook eerste rang om het vrolijke vaarfeest te aanschouwen, dat dit weekend in niets meer op het wilde waterseksfeest leek dat vijf jaar geleden burgers, toeristen en politici zoveel schrik aanjoeg. Beschaafd, als op een jaarlijks bloemencorso, tuften nu zo'n honderd keurig aangeklede schepen hun route af, bekeken door een recordaantal van zo'n tweehonderdduizend bezoekers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.