Heel voorzichtig neemt de publieke steun in Nederland voor de uitbreiding van de EU met Midden- en Oost-Europese landen iets af. Verbazend is dat niet, verbazend is het meer dat ongeveer de helft van de ondervraagden nog steeds voorstander ervan is. Ook Nederlandse autoriteiten voeren immers tersluiks een campagne om het verzet ertegen aan te moedigen. De directeur van de Nederlandse Bank waarschuwde voor de economische gevaren die de toetreding van de arme landen in Midden- en Oost-Europa met zich zouden brengen.
Dat tot nu toe de economische regelingen die tussen de EU en de landen in kwestie van kracht zijn, als gevolg van de ongelijke machtsverhoudingen eenzijdig de EU-landen tot voordeel strekken, wordt gemakshalve maar niet vermeld. Ook niet dat de EU-landen hebben afgesproken dat de afdrachten aan de EU na toetreding niet verhoogd zullen worden, zodat de hele operatie de Nederlandse belastingbetaler niets extra zal kosten.
Dan is er ook nog het aloude dreigement dat de EU door de uitbreiding onbestuurbaar zou worden. Wie het gedoe in Brussel een beetje kent, moet om dit bezwaar meewarig glimlachen. Alsof de EU zich nu kenmerkt door superieure efficiƫntie en slagvaardigheid. Veel beroerder kan het echt niet worden.
Belangrijker is het vast te stellen dat niet de landen in Midden- en Oost-Europa voor de bestuurlijke problematiek verantwoordelijk zijn, maar de huidige EU-leden, die weigeren een oplossing hiervoor te aanvaarden. Op zich zijn er oplossingen genoeg, die alle even voortreffelijk zijn. Het gaat dan ook bij het aantal leden van de Europese Commissie of de stemverhoudingen in de Europese Raad niet echt om bestuurlijke of organisatorische kwesties maar om de machtspolitieke verhoudingen tussen de grote en de kleine EU-landen.
Van oudsher zijn de kleine landen zwaar oververtegenwoordigd. Uit democratisch oogpunt is het wat moeilijk te verteren waarom een paar honderdduizend Luxemburgers een Europese commissaris mogen benoemen, en de tachtig miljoen Duitsers er precies twee naar Brussel mogen sturen. Evenmin is het goed te begrijpen waarom de meerderheid van Europeanen, wonend in de grote landen, overstemd zou moeten worden door een minderheid van Europeanen, wonend in de kleine landen. De grote landen verlangen een terugdringing van die oververtegenwoordiging van de kleine landen, geen afschaffing. De kleine landen weigeren dat zonder meer, terwijl Nederland als grootste van de kleinen uit het conflict een machtspolitiek slaatje probeert te slaan. Dit alles leidt tot een patstelling die ook op de aanstaande top in Nice niet echt opgelost zal worden. Werkelijk bizar is het dat deze patsituatie binnen de EU gebruikt wordt om de landen in Midden- en Oost-Europa, die aan alle toetredingscriteria dreigen te gaan voldoen, alsnog buiten de deur te houden.
Tegenstanders van de uitbreiding schromen niet het vaatje van populistisch ongenoegen aan te slaan. De gewone burger zou de uitbreiding 'op ondemocratische wijze door de strot worden geduwd', zoals ook met de euro gebeurd zou zijn. Dit is misleiding van de ergste soort. Het besluit tot invoering van de euro is genomen door ons parlement. Ook over de uitbreiding zal in het parlement worden beslist, na publiek debat waaraan iedere burger heeft kunnen deelnemen. Bovendien moet ook het Europese parlement de uitbreiding goedkeuren. Tegenstanders van uitbreiding pleiten voor een referendum over de uitbreiding, niet uit zorg over de volksinvloed, maar als middel om hun doel te bereiken. Alleen een echt Europees referendum, waaraan alle inwoners van zowel de EU-landen als de kandidaat-leden kunnen deelnemen, is geen manipulatief middel om bepaalde landen uit te sluiten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.